Handelingen

Tilburg, Broekhovenseweg 2 - O.L. Vrouw Moeder van Goede Raad

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object: O.L. Vrouw Moeder van Goede Raad
Genootschap: Rooms-Katholieke kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Tilburg
Plaats: Tilburg
Adres: Broekhovenseweg 2
Postcode: 5021LE
Inventarisatienummer: 08351
Jaar ingebruikname: 1913
Architect: J. van der Valk
Huidige bestemming: Rooms-Katholieke kerk
Monument status: Rijksmonument521033 (kerk);
521034 (pastorie)



Geschiedenis

Tilburg, O.L. Vrouw Moeder van Goede Raad (Broekhovense kerk I); jk 11-03-2014

Imposant, architectonisch buitengewoon belangrijk kerkgebouw, ingewijd in 1913. Hoofdwerk van architect J. van der Valk.

Opgericht voor de parochie Tilburg-Broekhoven in de zuidelijke stadsuitbreiding, onder invloed van de textielindustrie. Ook bekend als kerk "Broekhoven I", t.o.v. de latere dochterparochies H. Familie (Broekhoven II) en H. Pius X (Broekhoven III).

Het kerkgebouw was destijds, zowel qua opzet (centraalbouw) als materiaalgebruik (gewapend beton), vooruitstrevend in de R.K. kerkbouw van omstreeks 1910. Het oorspronkelijke interieur is niet meer intact: bij verbouwingen in de jaren 1960 en 1980 ging een deel van de aankleding en beschildering verloren en in het schip werd een nieuw priesterkoor gebouwd, ten opzichte van het oude koor een halve slag gedraaid. De oorspronkelijke ruimtewerking is hierdoor gedeeltelijk verloren gegaan.

  • 2012 - Eind 2012 werd bekend, dat men ook deze kerk op niet al te lange termijn aan de R.K. eredienst wil onttrekken.
  • 2016 - November 2016: Kerk vooralsnog (zonder concrete sluitingsplannen) in actief gebruik als één van de locaties van de parochie De Goede Herder, die Tilburg-Zuid en Goirle omvat.
  • 2020 - Kerk nog in gebruik.

Orgels

Hoofdorgel

Het hoofdorgel is gebouwd door Gebr. Vermeulen in 1926.

Koororgel

Het koororgel is gebouwd door Verschueren Orgelbouw in 1967 en heeft eerst gestaan in de Maranathakerk / Studentenkerk in Tilburg. In 1988 is het orgel overgeplaatst naar de O.L. Vrouw Moeder van Goede Raad.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Kerk

Inleiding

R.K. KERK van O.L. Vrouw Moeder van Goede Raad uit 1913 in Neo-Byzantijnse stijl. Ontwerp van architect Jan van der Valk (*1873 Delfshaven +1961 Tilburg), die tevens opzichter bij de bouw was. De aanbesteding is op 14 april 1911. Het werk wordt gegund aan aannemer Christiaan van Pelt (Tilburg) voor de bouwsom van f.103.100,-. De kerk wordt in gebruik genomen op 17 februari 1913. De inwijding vindt plaats op 2 juni 1919 door Mgr. Arnold Diepen, hulpbisschop van 's-Hertogenbosch. Bouwpastoor is H. Bertens (doctor in de wijsbegeerte). Oorspronkelijk bevonden zich in de kerk 1200 zitplaatsen. Op eigen terrein bevindt zich aan de westkant voor de kerk een klein plein met op- en afrit. In 1988 wordt door architect E. van Wesemael (Goirle) de kerk aangepast voor multifunctioneel gebruik. Naast de centrale kerkruimte worden vijf zalen ingericht, die de volgende namen hebben: Cecilia (voorheen Sacramentskapel), Familie (linker transept), Fatima (voorheen Maria-altaar), Pius (rechter transept), O.L.Vr. Moeder van Goede Raad (rechter zijbeuk). De doopkapel wordt ingericht tot archief/drukkerij en in een gedeelte van de zijbeuk naast de toren het parochiebureau. Deze inbouwen in de kerk behoren niet tot het rijksmonument.

Omschrijving

De kerk, die georiënteerd is, is een Neo-Byzantijnse centraalbouw met een plattegrond, die is afgeleid van het Latijnse kruis. Zij bevat naast de 45 meter hoge klokkentoren een sacristie en drie kapellen: Sacraments-, Maria- en doopkapel. De klokkentoren, aan de zuidzijde van de kerk, met vierkante plattegrondsvorm heeft vier hoeklisenen en een aangebouwd vijfzijdige traptoren aan de de kant van het plein. Elke zijde heeft een slanke nis met spleetramen en drie galmgaten. Ter hoogte van de galmgaten gaat de toren over in een twaalfhoek waarbij de lisenen het karakter van pinakels krijgen. Op de toren een twaalfhoekig tentdak. De kerk heeft een kort schip van twee traveeen diep onder een zadeldak met lage zijbeuken onder dwarse zadeldaken. Opvallend is de hoog opgaande vieringtoren met de opengewerkte gekanteelde balustrade, overdekt met een achtzijdig torendak en lantaarn. De koortravee en beide transepten liggen eveneens onder zadeldaken, ze zijn elk één travee diep. Het koor is gesloten door een ronde absis liggend onder een zevenhoekig tentdak. Aan de noordkant hiervan bevindt zich de Sacramentskapel onder een zadeldak met een vijfhoekige koorsluiting onder een dito tentdak. Aan het zuidtransept bevindt zich de Mariakapel onder een zadeldak met een driehoekige koorsluiting en dito tentdak. Aan de noordkant van het schip bevindt zich de doopkapel liggend onder een zadeldak. Aan de zuidkant van het koor ligt de tweelaagse sacristie onder een schilddak. De sacristie is vanuit de lager gelegen tuin te bereiken via een gemetselde trap. De kerk heeft een klein uitgebouwd open ingangsportaal aan het kerkplein. Het ligt op een bakstenen bordes voorzien van vijf traptreden. Het portaal heeft een spitsbooggewelf onder een zadeldak, het bevat een dubbele hoofddeur geflankeerd door een zijdeur. Ze zijn omzoomd door zandstenen imposten. In de boogtrommel boven de hoofddeuren een natuurstenen tegelmozaïek met een afbeelding en de naam van de patrones van de kerk. Naast het portaal staat aan weerskanten een gebeeldhouwde liggende bakstenen leeuw. In de zuidelijke zijbeuk bevindt zich aan de kant van de pastorie een zij-ingang in een ondiep portiek met spitsboog onder zadeldak. In hoofd- en zijingangen bevinden zich eikenhouten deuren voorzien van acht panelen met hang- en sluitwerk in siersmeedwerk. Het schip en de kopgevels van de transepten hebben achtpuntige roosvensters met traceringen welke oorspronkelijk in metselwerk waren uitgevoerd maar in 1962 door beton zijn vervangen. In de absis bevinden zich even rondboogvensters. De andere vensters in de kerk hebben een spitsboog met een verticale gemetselde verdeling in drieën of in vijven. Het opgaande werk van de kerk bestaat uit miskleurige rood/paarse handgevormde baksteen afkomstig van de steenfabriek "Udenhout". Het geheel is gemetseld in kruisverband. De kerk, die op een kleine verhoging ligt, heeft een geprofileerde gemetselde plint, ze is voorzien van hoekpilasters, met rond de muuropeningen siermetselwerk van profielstenen en vlechtwerk bij de dakrand. De meeste daken zijn belegd met blauwe Romaanse pannen. In de bovenkant van de belangrijkste dakschilden van vieringtoren en schip worden de blauwe pannen afgewisseld door een rand van drie blokken met rode pannen. In deze dakschilden bevinden zich eveneens drie kleine dakkapellen onder een plat dak. De kopgevels zijn voorzien van windveerpannen. De daken boven de zijaltaren en alle boeiboorden van de kerk zijn bekleed met blauwe leipannen. Het dak van de absis is belegd met natuurstenen leien. Op de kop van de daken bevinden zich kruisvormige blauwe finalen, die eveneens van pannenklei zijn vervaardigd. Op de daken van kerk en toren bevindt zich respectievelijk een kruis en een haan als windwijzer. Over het interieur van de kerk het volgende: de viering, de centrale ruimte in de kerk, heeft een betonnen koepel met een diameter van 21 meter, die gedragen wordt door twaalf kolommen. In de koepel bevinden zich 13 oculi, die daglicht ontvangen van de bovenliggende lantaarn in het dak. Een gedeelte hiervan is dichtgezet. Het opgaand werk in de kerk bestaat afwisselend uit witgepleisterde wanden en gewelven en miskleurige rood/paarse handgevormde baksteen in schoonmetselwerk voor de constructieve elementen zoals kolommen, muurbogen, deur- en vensteromlijstingen en horizontale bandenovereenkomstig het buitenmetselwerk. De eikenhouten deuren in de kerk hebben eveneens hang- en sluitwerk in siersmeedwerk. Tussen 1934-46 is de kerk door A. Verschuuren (Oosterhout) voorzien van een polychrome beschildering. Deze is in 1963 geheel verdwenen onder een verflaag. Van de inventaris zijn beschermd: In de toren een uurwerk met vier vergulde wijzerplaten en drie klokken met de volgende namen: Wilhelmus (1954, 630 kilo), Petrus (1958, 474 kilo) en Henricus (1963, 1047 kilo). Ze hebben de tonen mi-sol-la, de begintonen van het Gregoriaanse lofzang "Te Deum"; Het angelusklokje in de lantaarn van de vieringtoren; Een natuurstenen console in Mariakapel, in de trant van de Art Nouveau, met op de onderzijde een gebeeldhouwde slang en appel; Het marmermozaïek van O.L.Vr. van Goede Raad uit 1915 afkomstig uit een Vaticaans atelier (kopie van een veel ouder fresco uit een Romeins Augustijnenklooster); Twee tondi: Annunciatie - Visitatie; Een zandstenen doopvont zonder deksel in Art Nouveaustijl uit 1924 met een vierzijdig bekken met lotusbloemen en rietstokken in reliëf; Twee stenen beelden van St. Petrus en St. Paulus; Tabernakel van koper met emaille panelen uit 1940 door Kloosterman (Tilburg) naar ontwerp van de architect van de kerk; In de absis zeven gebrandschilderde glas-in-lood ramen uit ca. 1920 vermoedelijk van A. Verschuuren (Oosterhout) voorstellende een kruis op orchidee onder bloemtak en in de overige ramen takken met paarse en oranje bloemen; In de zijabsiden, acht ramen met van links naar rechts lunetten en raampjes met Mariale symbolen; Achter in de kerk twee ramen uit 1931: Triniteit en magnolia boom (priesterwijding van Leo van Helvoirt); Een gebrandschilderd raam uit ca. 1930 van Ch. Eyck met Petrus staande met sleutel in linkerhand, aan zijn voeten een kerkmodel en plant; Twee gebrandschilderde ramen uit 1955 van Jos van Heeswijk (Tilburg). Houten gepolychromeerd Mariabeeld.

Waardering

jk 11-03-2014
  • De kerk is van algemeen belang.
  • Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het katholicisme in het zuiden.
  • De kerk als centraalbouw heeft een belangrijke innovatieve waarde in de ontwikkeling van de volkskerk.
  • Het gebouw heeft architectuurhistorisch belang door de wijze waarop de architect bewust afrekent met de traditionele neostijlen en is tevens van belang voor de geschiedenis van de bouwtechniek, door de toepassing van de betonnen schaalkoepel en van kunsthistorisch belang vanwege de interieronderdelen.
  • In het oeuvre van de Tilburgse architect Jan van der Valk neemt het een vooraanstaande plaats in.
  • Het heeft ensemblewaarden vanwege de bijzondere betekenis qua situering, verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van de wijk Broekhoven.
  • Het is van belang vanwege de architectuurhistorische, bouwtechnische, typologische en functionele zeldzaamheid.

Pastorie

Inleiding

R.K. PASTORIE uit 1913 van de kerk van O.L.Vr. Moeder van Goede Raad vertoont in de vormen een Heroriëntatie op traditionele bouwwijzen. Ontwerp van architect Jan van der Valk (*1873 Delfshaven +1961 Tilburg).

Omschrijving

De pastorie bestaat uit twee bouwlagen onder samengestelde schilddaken met overstek. De plattegrond is trapeziumvormig, breed aan de straat en smal aan de achterkant. De totaalopbouw bestaat uit drie massa's: entree-, woon- en dienstgedeelte. De entree bevindt zich in het middenstuk van de voorgevel voorzien van een rondboogportiek met vierpas in bovenlicht op hoekpilaster/steunbeer met erop een marmermozaïek van de patrones van de kerk. De eikenhouten gesneden voordeur met ronde bovendorpel heeft twee smeedijzeren doorzichtroosters. De dienstafdeling in het rechterdeel van de pastorie heeft in de rechterzijgevel een eigen dienstingang. De pastorie heeft houten vensters, de meeste met een tweedeling in hoogte of breedte. In voorgevel hebben ze een vast kalf met in het bovenlicht een zesruits roedenverdeling. De vensters naast de ingangspartij zijn twee aan twee gescheiden door een gemetselde penant. De linkerzijgevel bevat vijf bolkozijnen. Aan de achterkant een aangebouwde serre met balkon en op de begane grond een driezijdige erker. Het opgaand werk bestaat net als de kerk uit miskleurige rood/paarse handgevormde baksteen afkomstig van de steenfabriek "Udenhout". Het geheel is gemetseld in kruisverband. In de plint een rollaag, siermetselwerk in hanekammen en cordonlijst en een uitkragende rand onder het dakoverstek. Onder de vensters lekdorpelstenen van baksteen. Het dak is belegd met blauwe Romaanse pannen. In het interieur is de driedeling ook aanwezig in het middenstuk bevindt zich de entree met hal en spreekkamer, dan in de linkervleugel de pastorie en in de rechter de dienstafdeling. De afdelingen hebben een eigen trappenhuis. Het trappenhuis van de pastorie is royaal uitgevoerd en ligt centraal in het huis. Alle deuren komen hierop uit. Trap met eikenhouten treden en gesneden trappaal. Hierin schoonmetselwerk afgewisseld door witpleisterwerk. Lambrisering met Art-Nouveau tegelrand en hardstenen plint. Vloer gang en hal rood/zwart geblokt tegelwerk. Plafonds met moer- en kinderbalken. De deuren bevatten zes panelen. In de kamer op de begane grond links van de voordeur bovenlichten met gebrandschilderde glas-in-lood ramen uit 1933 van Alex Asperslagh.

Waardering

  • De pastorie is van algemeen belang.
  • Zij heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het katholicisme in het zuiden en is tevens van belang voor de typologische ontwikkeling van de pastorie.
  • In het oeuvre van de Tilburgse architect Jan van der Valk neemt het een vooraanstaande plaats in.
  • Het heeft ensemblewaarden vanwege de bijzondere betekenis door de situering naast de kerk, nauw verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van de wijk Broekhoven.

MIP omschrijving

jk 11-03-2014
  • Naam monument: Onze Lieve Vrouw Moeder van Goeden Raad
  • Bouwstijl: Neo-Byzantijnse stijl
  • Bouwperiode: 1913
  • Gevels en materialen: baksteen, kruisverband. Front en ingangspartij met topgevel. Hoeklisenen, vlechtingen. Bakstenen sierlijsten. Schip, transept en koor hebben schei- en gondelbogen met gemetselde spitstongewelven.
  • Vensters en deuren: roosvensters met betonnen tracering. Spitsboogvormig ingangsportiek.
  • Dak en bedekking:onregelmatig achtkantig torendak met angelustorentje. Samengestelde daken met blauwe en rode romaanse pannen. De toren heeft een twaalfkantig torendak.
  • 'Constructie: koepel op betonnen ring en betonnen balken, gedragen door twaalf kolommen.
  • Bijgebouwen: Maria-altaar (1915), Jugendstil doopvont (1924), glas-in-lood van A. Verschuuren (1920). Houten Mariabeeld (16e eeuw). Voor de ingang: twee liggende leeuwen in baksteen. Schilderingen van Albert Verschuuren zijn gedeeltelijk weggeschilderd.
  • Interieur: in 1987-1988 verbouwd tot liturgisch pastoraal centrum.
  • Bijzonderheden: centraalbouw. Kort schip, kegelvormige koepel met diameter van 21 meter, koor met halfronde absis en twee zijkapellen. Toren met twaalfkantige bovenbouw.

In de media

  • Uit Nieuwe Tilburgsche Courant, 11 October 1910.

De nieuwe Kerk op Broekhoven.

Mr. D. schrijft in het Huisgezin: De zeer eerw. zeergeleerde heer dr. Bertens, belast met de stichting der nieuwe parochie te Tilburg, heeft het bouwen zijner kerk opgedragen aan den heer Jan van der Valk. Deze jeudige bouwmeester, wiens architectuur iets geheel eigens heeft van een voorname oorspronkelijkheid en den estetisch aangelegden kunstenaar onmiddelijk doet kennen, heeft na het behalen van zijn einddiploma aan een onzer grootste academies nu tien jaar geleden slechts in villabouw zijn vleugels kunnen uitslaan; alleen één werk op religieus gebied legt waardig getuigenis af van het groot talent van Jan van der Valk als kerkelijk kunstenaar, namelijk het klooster met pensionaat en kapel der Zusters Franciscanessen te Oisterwijk. Hier tintelt geest en kunst door den geheelen bouw, die in al zijn onderdeelen goed "bekeken" en zeer orgineel gedetailleerd is, terwijl speciaal de kapel, van ongewone fraaiheid en zeer karakteristiek eenvoudig als ze is, toch gerust onder het beste gerekend kan worden wat ons bisdom bezit aan bedehuizen. Tilburg krijgt een fraaie kerk, dat is vast, en een kerk die zeker oorspronkelijk zijn zal. Iconografisch zal dr. Bertens wel zorgen voor iets goeds, terwijl de architectuur mede in jeugdige maar zelfbewuste handen is. Let maar eens op!

  • Uit Tilburgsche Courant, 28 November 1911.

DE NIEUWE KERK VAN O. L. V. VAN GOEDEN RAAD OP BROEKHOVEN.

In de laatste jaren zijn er in Brabant heel wat nieuwe kerken gebouwd. Zoo werd in nog geen vijftien jaar het aantal parochies in Tilburg met zes vermeerderd, terwijl de dorpen in den omtrek haast alle eene nieuwe kerk zagen verrijzen. Nog is er sprake, dat binnen korten tijd te Tilburg eene zevende nieuwe parochie zal worden gesticht aan den weg naar de Koningshoeve. Naar ik uit de meest betrouwbare bron vernam, kan geen definitief besluit worden genomen, alvorens men met den aanleg van het Wilhelminakanaal volkomen juist op de hoogte is. 't Is geen onnatuurlijk verschijnsel, wanneer, na de restauratie van de hoofdgevels der twee voornaamste parochiekerken en den bouw van zes nieuwe tempels en eenige kloosterkapellen in zoo’n kort tijdsverloop, de belangstelling voor den kerkbouw bij de menigte een weinig begint te dalen. Een kerk is een kerk, zeggen de menschen. Maar als op het oogenblik een gebouw onze aandacht verdient, dan is het toch wel de kerk van O.L.Vr. van Goeden Raad aan den Broekhovenschen weg. Wilde in het begin het werk niet goed vooruit, thans komt er schot in en wordt het mogelijk een idee te geven van dit heiligdom met zijn echt Hollandsch karakter: Daar is wel eens een gefluister rondgegaan, dat deze kerk iets eigenaardigs, iets bizonders moest worden. Waarin evenwel de Tilburgsche architect J. v.d. Valk, dat in goeden zin begrepen excentrieke gelegd heeft, is niet zoozeer naar buiten gedrongen, dat ik het hier niet in korte woorden zou mogen aanstippen. Voor ik in eenige detail-beschouwing treed, zal ik de algemeen leidende gedachte van den bouwheer aangeven, zooals zij uit zijn werk tot mij sprak. Op de eerste plaats valt dan in het oog de opvatting van: wat moet een kerk zijn? Een groote zoo min mogelijk versnipperde ruimte, waarin men van alle zijden een uitzicht heeft op een hoofdpunt, de apsis. Dat heeft men in deze kerk door centraalbouw mogelijk gemaakt. Een kerk is evenwel meer dan een vergaderzaal. Als woning van den Eenigen God, moet zij hare bestemming verraden in vorm en lijn. Dat doel is nagestreefd door de doorgevoerde symboliek en iconographie, die wij bij de details zullen waarnemen. Dan, eene kerk behoeft niet gebouwd te worden met een overvloed van natuursteen, met marmer van Carara en Beiersch graniet, maar wat het volk verwerkt in eigen land, zal beter tot z'n gemoed spreken, dan bekapte en gekartelde banden en minarets. Daarom vindt men aan de deze kerk niets dan gebakken steen uit Brabantsch leem. Geen plinten van arduin, geen kapiteelen van zandsteen; alles profiel alles gemetseld. Dit is de hoofdgedachte van den bouwmeester, die hij op de volgende wijze heeft uitgewerkt Een hoogkoor, verlicht door zeven ramen, omrand met schoon gevoegd metselwerk, die in hun helder rood zich afteekenen op de witte muurvlakken. Een tegellambriseering met symbolische figuren bedekt hier de muurvlakten, die wij in zooveel kerken met draperiewerk zien beschilderd. Naast de koornis is ter rechterzijde de Sacramentskapel uitgebouwd, terwijl aan den linkerkant zich eene devotiekapel bevindt van O.L.V. Het eerste wat nu onze aandacht trekt is de breede ruimte onder den hoog opklimmenden koepel. Twaalf gemetselde pilaren, gegroept drie bij drie, dragen op hunne schachten den wijden koepelboog. Een krans van twaalf oogvensters zal van boven uit den koepel een overvloed van licht neerwerpen in het middenschip. De grootste afstand der kolommen, waarop de koepel rust, bedraagt 24 Meter, terwijl de geheele transeptbreedte slechts 36 Meter haalt. De volle lengte der kerk is 49 Meter, verdeeld in een middenbeuk en twee lagere zijbeuken, alles overdekt door een schoon geconstrueerd gewelf,. Behalve de twaalf kolommen onder den koepel, vindt men er nog twee in de middengang, maar overigens wordt het uitzicht in de geheele ruimte voor 1200 zitplaatsen, nergens gestoord. Door drie groote rosetvensters, met gemetselde traceering in voorgevel en transepten en een krans van gothieke boogvensters in de zijbeuken, valt binnen het gebouw een vroolijk licht, dat vriendelijk speelt langs het witgevoegde rood gewelf, en dat overal de heldere steenenbanden doet spreken. Hebben wij nu de nissen nog opgemerkt, voor de centrale verwarming, het zangkoor in de eerste verdieping van den toren aan het zuidertransept en de verschillende devotiekapelletjes, den gemetselden preekstoel en de wijwaterbakken, dan kan men eenigszins voelen met welk een practischen geest hier is gewerkt. In een volgend nummer beschouwen we tot slot de harmonie in constructief aan de buitenzijde. Zij is te overweldigend, dat wij haar niet zouden verstaan schrijft de „Maasbode" waaraan we een en ander ontleenen.

  • Uit Nieuwe Tilburgsche Courant, 17 Februari 1913.

Hedenmorgen had in Broekhoven de inzegening plaats van de nieuwe kerk, toegewijd aan O.L.Vr. van Altijddurenden Bijstand. Nadat omstreeks half tien genoodigde notabelen hier ter stede zich verzameld hadden op de pastorie, begaf men zich naar de kerk, waar Mgr. Bots de voorloopige inzegening verrichtte. De kerk werd intusschen opengesteld voor de geloovigen, die in grooten getale de eerste plechtige H. Mis om 10 uur bijwoonden. Deze werd opgedragen door den ZeerEerw. heer dr. Bertens, geassisteerd door de Z.Z.E.E. H.H. Pastoors J.P. van Gelder en A.S. Mutsaers. Behalve het kerkbestuur dezer nieuwe parochie, waren bij deze H. Mis tegenwoordig, ongerekend tal van H.H. Geestelijken, de heeren Burgemeester Raupp, Wethouder Bergmans, Kamerlid Arts, gemeenteraadslid Pollet, notaris Maas e.a.

Onder de H. Mis hield Mgr. Bots een toespraak tot den nieuwen Pastoor en zijne nieuwe parochianen. Spr. herdacht daarbij met welke groote moeilijkheden deze parochie tot stand was gekomen, doch prees de stoere werkkracht en het onvermoeide streven van pastoor Bertens, die eindelijk, gesteund door de milddadigheid van Tilburg's ingezetenen, zijn vurig verlangd doel had bereikt. De prachtige en grootsche kerk, die daar was verrezen, was grootendeels de vrucht van zijn arbeid en hij twijfelde niet of het moest voor den nieuwen pastoor een innige voldoening zijn thans het herderschap te kunnen aanvaarden. Spr. hoopte, dat de zegen des hemels op zijn werk zou rusten. Voor de parochianen noemde het Spr. ook een bijzonderen dag, nu eindelijk deze nieuwe parochie tot stand was gekomen. Spr. hoopte dat zij zich dit, nieuwe werk waardig zouden toonen en naast de vervulling hunner stipt kerkelijke plichten een veelvuldig gebruik van deze gelegenheid zouden maken, om daar het noodige voedsel te halen, dat zij noodig hadden op hun levensweg.

Spr. noodigde alle aanwezigen uit om bij de H. Consecratie, wanneer de Koning der Hemelen voor de eerste maal in deze Kerk zou nederdalen, te bidden voor het welzijn dezer nieuwe parochie. Hierna werd de H. Handeling voortgezet, die omstreeks 11 uur was geëindigd. Een kinderkoor zong onder leiding van den heer Vriens een gregoriaansche Mis. Nog zij vermeld, dat de bewoners rondom de nieuwe kerk door het uitsteken der vlaggen hun instemming te kennen gaven met de stichting dezer parochie.

Wij vernemen nog, dat de ingebruiksstelling zoolang is vertraagd geworden doordat de grensregeling der parochie nog niet tot stand was gekomen. Thans is deze geregeld en omvat de parochie 3000 communicanten.

Als assistent van den ZeerEerw. Heer Pastoor Dr. Bertens zal voorloopig optreden de WelEerw. Pater Meijs van de Abdij van Berne te Heeswijk.

  • Uit Nieuwe Tilburgsche Courant, 30 Januari 1926.

Na tegenstribbelingen van allerlei aard zal binnenkort het nieuwe orgel in de parochiekerk van Broekhoven te Tilburg gesteld zijn. Alle onderdeelen zijn reeds aanwezig. Het zal een waardig feestgeschenk zijn van de parochianen aan Pastoor Dr. H. Bertens.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Tekeningen

Bronnen