Handelingen

Utrecht, Springweg 162 - Synagoge

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object: Synagoge
Genootschap: Joodse gemeenschap
Provincie: Utrecht
Gemeente: Utrecht
Plaats: Utrecht
Adres: Springweg 162
Postcode: 3511VP
Jaar ingebruikname: 1926
Architect: Elte, Harry Phzn
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Gemeentelijk monument

Geschiedenis

De voormalige synagoge aan de Springweg in Utrecht geldt als art-deco tempel met een uniek en compleet interieur uit de jaren twintig.

Oorspronkelijk stond hier een Doopsgezinde Kerk. In 1794 werd het pand gekocht door de Joodse Gemeente. In 1848 vond een eerste verbouwing plaats, in 1926 de tweede grote verbouwing, onder architectuur van Harry Elte uit Amsterdam, architect van onder meer de grote synagoge aan het Jacob Obrechtplein in Amsterdam. Elte was verantwoordelijk voor het ontwerp van de grote centrale lantaarn, Atelier Bogtman uit Haarlem verzorgde onder meer glas-in-lood ramen. De klok is ontworpen door van Van Gelder en Van Ginkel.

Na de voltooiing en de inwijding van het verbouwde complex in 1926 vonden er tot aan de Tweede Wereldoorlog nauwelijks wijzigingen plaats.Op de begane grond was plaats voor 230 mannen, op de vrouwengalerij was plaats voor 150 vrouwen. De hulpsjoel, met 150 zitplaatsen, is nog altijd in joods gebruik.

In 1941 stichtte een NSB-er brand in de synagoge, maar die kon snel worden geblust. De synagoge bleef in gebruik tot 1943, bleef als gebouw behouden en kon op 10 mei 1945 weer worden ingewijd. In 1981 besloot de kleiner geworden joodse gemeenschap een deel van het gebouw, de grote zaal voor de hoge feestdagen, te verkopen aan een Amsterdammer die er een meubelzaak wilde beginnen. Echter, de ingrijpende verbouwing tot meubelshowroom werd afgebroken naar aanleiding van een artikel in het Utrechts Nieuwsblad van 16 augustus 1983 over een zoektocht door bezorgde omwonenden naar een herbestemming van het pand. Het werd gekocht door de evangelische Stichting Zending en Opwekking. Deze startte een grondige restauratie. Het dak werd weer gesloten en de inmiddels in Amsterdam opgeslagen kerkbanken werden gered van vernietiging en teruggebracht in het interieur. Het gehele interieur, met het glas in lood in het daklicht en de boogramen, de kroonluchters en de lantaarns werd hersteld en, voor zover mogelijk, teruggebracht in de situatie van 1926. Dit gold eveneens voor de inventaris, zoals de Heilige Arke en de bima. Na een restauratie van elf maanden werd op 8 september 1984 het gebouw heropend.

Het gebouw wordt vanaf heropening Het Broodhuis genoemd en is de plaats waar de evangelische gemeente Ruth haar samenkomsten houdt. Broodhuis is een letterlijke vertaling van Bethlehem, de plaats waar (de niet-joodse) Ruth (de joodse) Boaz ontmoette.

Ondanks de zorgvuldige restauratie van het verkochte deel van het complex blijft het gebouw veel onderhoud vergen. Zo werd het Broodhuis in 2008 nog voorzien van een nieuw dak. Aan de hulpsjoel werd in 2008 groot onderhoud gepleegd. Behalve voor zondagse bijeenkomsten is het Broodhuis altijd geopend op de Open Monumentendagen en, met name in de zomerperiode, op zaterdagmiddagen. Op de galerij is een expositie ingericht over de geschiedenis en de restauratie van het gebouw en leden van de gemeente Ruth kunnen bezoekers rondleiden.

In de media

Uit Het Vaderland, 21 December 1926.

DE VERBOUWDE SYNAGOGE DER NED. ISRAËLITISCHE GEM. TE UTRECHT.

Zondagmiddag heeft de inwijding van de verbouwde synagoge en van de nieuwe school en admmistratiegebouwen der Ned. Israëlitische gemeente te Utrecht plaats gehad. Vooraf ging een plechtigheid in de kerkeraadskamer welke, behalve een groot aantal gemeenteleden, ook dr. H.Th. 's Jacob, commissaris der Koningin in de provincie Utrecht, dr. J.P. Fockema Andreae, burgemeester van Utrecht, en luitenant-kolonel W. du Vijn, commandant van het 1ste regiment veld-art. en plaatselijk commandant, bijwoonden. De voorzitter van bet kerkbestuur, mr. J. Hamburger A.Dzn., opende de bijeenkomst met een woord van welkom tot de aanwezigen in het bijzonder tot de aanwezige autoriteiten. In het kort nagaande, welke de motieven voor de verbouwing waren, zette spr. uiteen, dat het oorspronkelijke gebouw ter plaatse tot het einde der 18de eeuw als kerk van de Doopsgezinde gemeente had gediend en toen ten behoeve der Israëlitische gemeente was gekocht en tot synagoge was ingericht. In 1848 had men reeds plan tot een verbouwing over te gaan, doch ten slotte bepaalde men zich toen tot het doen van enkele herstellingen. Hoewel de gebouwen nadien telkens werden uitgebreid, klaagde men over hunne onvoldoendheid. Ten slotte werd besloten, het geheele gebouwencomplex te vernieuwen en hij bracht dank aan den heer Elte voor de uitvoering daarvan, waardoor een artistiek en monumentaal geheel is verkregen. Een groote moeilijkheid was er om den dienst tijdens de verbouwing te doen doorgaan en spr. bracht dank aan het bestuur der afd. Utrecht van den Ned. Protestantenbond voor het mogen doen houden van de godsdienstoefeningen in het gebouw aan de Boothstraat. Met den wensch, dat het Opperwezen de gemeente zal behoeden, besloot spr.

Dr. H.Th. 's Jacob, commissaris der Koningin, sprak een kort woord van gelukwensch. Dr. J.P. Fockema Andreae, burgemeester van Utrecht, wees er op, dat de voltooiing van deze verbouwing voor Utrecht in het algemeen en voor de Israëlitische gemeente in het bijzonder van belang mag worden geacht. De heer H. Elzas bood daarna namens een comité uit de gemeenteleden bronzen lichtkronen in de synagoge en stoelen voor de kerkeraadskamer aan.

De heer M. Schaap, oudste lid van den Kerkeraad, betuigde aan den voorzitter dank voor de groote toewijding, waarmee deze gedurende twintig jaar de vergaderingen van den kerkeraad heeft geleid en bood hem als klein bewijs van hulde en sympathie een gouden medaille aan, aan de eene zijde een beeld gevende van de gebouwen der gemeente voorheen en aan de andere zijde van de gebouwen zooals ze thans zijn. Spr. dankte hem tevens voor de voortvarendheid, door hem betoond ten aanzien van de totstandkoming van de nieuwe gebouwen. Meerdere personen boden vervolgens geschenken aan voor het nieuwe gebouw. De opperrabbijn Tal sprak enkele woorden van vreugde over de totstandkoming van de verbouwing. De voorzitter van het kerkbestuur mr. Hamburger dankte ten slotte de sprekers voor hun woorden en de gevers voor hun geschenken. De plechtigheid in de kerkeraadskamer was hiermede ten einde.

Daarna volgde een bijzondere inwijdingsdienst, waarbij o.a. de heer Tal, opperrabbijn, een predicatie hield, en welke, behalve door een overtalrijke menigte gemeenteleden, bijgewoond werd door de in den aanhef van dit verslag genoemde autoriteiten.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur