Handelingen

Velp, Tolschestraat 2 - Kapel Mariëndaal

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object: Kapel Mariëndaal
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Land van Cuijk
Plaats: Velp
Adres: Tolschestraat 2
Postcode: 5363TC
Sonneveld-index: 08488
Jaar ingebruikname: 1865
Architect: Slootmaekers, A.
Huidige bestemming: kapel psychiatrisch ziekenhuis
Monument status: Rijksmonument 514138

Geschiedenis

Voormalig seminarie van de Jezuieten. Als zodanig buiten gebruik in 1968. Nu psychiatrisch ziekenhuis 'De Binckhof'.'

Monumentomschrijving Rijksdienst van het klooster

Van 1862 tot 1865 door pater A. Slootmaekers in eclectische stijl (met daarin overheersend de neogotiek) gebouwd klooster gelegen op een groot parkachtig aangelegd terrein. Het hoofdgebouw, oorspronkelijk op U- vormige plattegrond, telt drie bouwlagen onder zadeldaken en dakschilden aan de uiteinden, gedekt met leien; op het middenpaviljoen is in 1924-1925 een achtkante klokketoren geplaatst. Tegen de achtergevel is aan het ene uiteinde aangebouwd een neogotische kapel met uitgebouwde sacristie en driezijdige koorsluiting onder met leien gedekt zadeldak en eindschild; aan het andere uiteinde van de achtergevel is de refter gebouwd met daaraan een vijfhoekige uitbouw over drie bouwlagen, eveneens onder met leien gedekt zadeldak en eindschilden; door deze aanbouwen heeft de plattegrond een H-vorm gekregen, de nok van de kapel is iets hoger, die van de refter iets lager dan de nok van het oorspronkelijk U-vormige gebouw; haaks op de rechter zijgevel van het gebouw een langgerekte sobere aanbouw van anderhalve bouwlaag onder zadeldak met leien; gevolgd door een lagere jongere aanbouw van een bouwlaag onder zadeldak; tegen de achtergevel, haaks aan het uiteinde geplaatst, een aanbouw onder zadeldak van wat rijkere architectuur. Het hoofdgebouw heeft een middenpaviljoen en twee naar voren stekende zijpaviljoens van elk drie traveeën; voor de paviljoens geldt dit zowel voor de binnengevels als de kopgevels; het middenpaviljoen en de zijpaviljoens zijn verticaal geleed door pilasters met verdiepte velden; bij het middendeel staan er obelisken op de beide uiterste pilasters; dit deel eindigt in een topgevel met in de middentravee, boven drie smalle vensters, een cartouche en daarin de letters IHS, waarboven een boogfries, en in de twee lagere delen een vierpas onder een rondboog; de deur en de vensters in de middentravee zijn in rondbogen gevat, de beide andere traveeen kennen vensters met een driepas aan de bovenzijde; de ingang bezit een getrapte hardstenen stoep, boven de deur een boogtrommel; de bouwlagen zijn horizontaal gescheiden door banden kleurig siermetselwerk; de boogvensters nemen naar boven in hoogte af; alle vensters hebben een kleine roedenverdeling, en bezitten - al naar gelang de hoogte - varierende aantallen glazen. Naast het middenpaviljoen smalle verbindende bouwdelen met twee raamtraveeen en een hoektoren; in deze hoektorens kleine vensters; onder de daklijst een gemetselde driepas-fries op kraagstenen; boven de vensters van de eerste en tweede bouwlaag bevinden zich boogvelden.

Op de nok van het middenpaviljoen de vlak gedekte achtkante middentoren, voorzien van een uurwerk en galmgaten, gevat in spitsbogen waarboven een driepas, een klimmend boogfries en een wimberg; spuwers tussen de wimbergen; in het verjongde bovendeel rondboog spaarvelden met tweelichten, erboven een kroonlijst met boogfriesDe binnengevels van de beide zijpaviljoens hebben in de drie traveeen dezelfde vensters en fries als de bouwdelen naast het middenpaviljoen. De kopgevels komen in hun vorm aan de bovenzijde overeen met de topgevel van het middenpaviljoen, hier zijn echter vier obelisken geplaatst; de vensters in de middentravee zijn voorzien van driepassen en de andere traveeen bezitten rondbogen. De overige gevels van het U-vormige deel zijn wat eenvoudiger uitgevoerd en zij hebben een recht fries van siermetselwerk onder de daklijst; op het achterdakvlak drie dakkapellen met daarin drielichten. De neogotische kapel heeft steunberen, hooggeplaatste spitsboogvensters en een in de koorsluiting ingemetselde memoriesteen voor de oudste paters van het klooster; de sacristie is gedekt door een schilddak. De refteraanbouw heeft in de tweede bouwlaag een spitsboognis in de middentravee van het vijfhoekige deel; om deze nis en om de vensters van deze aanbouw en aan de hoeken van de vijfhoek is metselwerk in lichtere steen aangebracht. Het uiterst rechts haaks aangebouwde gedeelte met de iets rijkere architectuur, onder zadeldak gedekt door pannen, kent een middendeel met topgevel, waarin een verdiepte driepas met hardstenen klaverblaadjes en verdiepte pilasters, met daarin de ingang onder korfboog en een spitsboogvenster erboven; links en rechts ernaast drie traveeen in spaarvelden, gescheiden door lisenen, met aan de bovenzijde wijde driepassen; in de middelste travee een deur met bovenlicht in spitsboog; eenvoudige bakstenen tandlijst onder de goot; twee kleuren baksteen zijn verwerkt in de bogen en de lijst. In het interieur van het U-vormige gebouw in de lange gang op de begane grond gipsen kruisribgewelven met daarop geschilderde stenen, als imitatie van gemetselde stenen gewelven; de ribben steunen op gipsen kraagstenen met tronies, en dier- en plantmotieven; de buitendeuren hebben neogotisch sierbeslag, de binnen deuren kennen in het deurhout gesneden vierpassen en spitsboogvensters waarin - voorheen - wit beschilderd glas was aangebracht. De eetzaal in de refter heeft een opmerkelijk houten straalgewelf. Naar de verdiepingen leiden twee eikenhouten trappen met neogotische ornamenten. Het in 1862-1865 in eclectische stijl door pater A. Slootmaekers gebouwde klooster Mariendaal is een vroeg voorbeeld van eclecticisme waarin de neogotiek overheerst; de toegevoegde neogotische kapel en refter en de andere aanbouwen, alsmede de uit 1926 daterende middentoren, hebben de authenticiteit en architectuurhistorische waarde van het oorspronkelijk U-vormige hoofdgebouw niet verminderd, en zijn in harmonie daarbij aangepast. Als kloostergebouw is het cultuurhistorisch en typologisch eveneens van waarde, niet alleen vanwege het exterieur maar ook vanwege de gehandhaafde kloostergang met imitatie kruisribgewelven en gipsen kraagstenen, en de eetzaal met het houten straalgewelf.

Bovendien is de situeringswaarde aanzienlijk. Voormalig klooster van cultuur- en architectuurhistorische, typologische en situeringswaarde, tezamen vertegenwoordigend een belangrijke waarde als Rijksmonument van jongere bouwkunst.

Monumentomschrijving Rijksdienst van het hoofdgebouw

Het HOOFDGEBOUW van De Binckhof is een uit drie blokvormige vleugels bestaand pand, dat op korte afstand van de oude doorgaande weg tussen Nijmegen en Bergen op Zoom is gebouwd. Het in neo-gotische stijl uitgevoerde ontwerp dateert uit 1862-'65 en is van de hand van A. Slootmaekers. Het gebouw is nog nagenoeg geheel in oorspronkelijke staat. In 1924-'25 is de bekroning van de geveltoren vervangen.

Omschrijving

Het drielaags pand heeft een enigszins classisistische opzet met een H-vormige plattegrond en een sterke nadruk op hiërarchie en symmetrie. De detaillering van het gebouw is echter neo-gotisch. De opzet van een middenpartij met haakse, sterk risalerende zijvleugels heeft tot gevolg dat er zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde een aan drie zijden omvatte hof ontstaan is. Het gebouw telt drie bouwlagen en is gedekt met zadeldaken, voorzien van schilden en lei in Maasdekking. De voorgevels van middenpartij en zijvleugels zijn rijk gedetailleerd. Deze in verschillende kleuren handvorm baksteen gemetselde gevels zijn geleed door gemetselde lisenen, een keperboogfries en een hardstenen plint. Op de begane grond zijn overal achtruits openslaande vensters aangebracht, op de etage zesruiters en op de tweede etage vierruiters. Centraal en overheersend element is de ingangspartij van het middendeel. Hier is in een rondbogig portaal met hard- en bakstenen omlijsting een opgeklampte vleugeldeur met smeedijzeren beslag geplaatst. In de met siermetselwerk versierde boogtrommel is een vierlobbige oculus. De vensters in dit deel hebben een toog met driepasmotief. Boven de gemetselde attiek verheft zich een geveltoren, die van een vierkante plattegrond naar een achthoek overgaat. De toren met uurwerk is gesierd met wimbergen en verkrijgt door de grote spuwers een markant silhouet. De spits is niet voltooid. De overige gevels zijn sober uitgevoerd. Net als aan de voorzijde van het gebouw staan aan de achterkant in de hoeken van midden- en zijvleugels traptorens. Het oostelijke gebouw is daarnaast aan de oostelijke en noordelijke zijde voorzien van een markante traptoren. De noordelijke heeft een spitsboogfries en ter hoogte van de etage een lege nis, waarin voorheen een Mariabeeld stond. In de noordelijke zijde van de westelijke vleugel is de voormalige kloosterkapel ondergebracht. Deze eenbeukige kapel heeft een schip van vijf traveeën en een driezijdig gesloten koorapsis, maar is waarschijnlijk omstreeks 1970 door de inbouw van vloeren in drie verdiepingen gescheiden. De gevels worden tussen de spitsboogvensters geleed door eenmaal versneden steunberen, die eindigen bij de tas-de-charges van het gewelf. Naast het gebouw staat zowel aan de oostelijke als de westelijke zijde een eenlaags aanbouw (o.m. sacristie), aan de oostelijke zijde driezijdig gesloten.

Het oostelijke deel van de voorgevel is, inclusief de vensters, voor een groot deel met wingerd begroeid. In het interieur van het gebouw zijn onder meer de refter en de gang met gipsen kruisribgewelven met dito consoles van belang. Momenteel zijn deze gewelven beschilderd met een geel en groen baksteenmotief, de consoles hebben een houtimitatiebeschildering. Eronder bevinden zich oudere schilderingen. Van belang zijn verder in het gehele gebouw onder meer de vele paneeldeuren, soms met een spitsboogvormig licht.

Waardering

Het object heeft algemeen belang als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling. Het heeft een bijzonder belang voor de geschiedenis van de architectuur; is van belang wegens het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek; en is van belang wegens de architectonische gaafheid van het ex- en interieur.

Monumentomschrijving Rijksdienst van het dienstgebouw

Inleiding

Ten oosten van het hoofdgebouw staat een langgerekt DIENSTGEBOUW met onder meer de keuken en (aan de oostelijke zijde) een door het gebouw voerende poort, die leidt naar het achterterrein. Het pand ontneemt het zicht vanaf de openbare weg op het achtererf van het voormalige klooster. Dit gebouw maakt deel uit van het oorspronkelijke bouwplan en is dus naar ontwerp van A. Slootmaekers tussen 1862-'65 gerealiseerd.

Omschrijving

Het gebouw heeft een langgerekte, rechthoekige plattegrond, telt twee bouwlagen en wordt door de poort gescheiden in twee delen. Het westelijke deel heeft een zadeldak met lei in Maasdekking en de handvorm bakstenen voorgevel heeft vijf vensterassen. Op de begane grond zijn gekoppelde rondbogige lancetvensters geplaatst, terwijl men op de etage getoogde, openslaande vierruits vensters aantreft. De centrale ingangsparij wordt door lisenen geflankeerd en ook hier treft men kleurig siermetselwerk aan. De gevel is voor een groot deel met wingerd begroeid. Aan de achterzijde zijn enkele kleine, eenlaags oorspronkelijke aanbouwen onder plat dak. In het interieur is veel van het oorspronkelijke karakter door moderniseringen verloren gegaan. Naast de keuken is een naar het achtererf leidende, getoogde bakstenen poort met houten zoldering. Ook deze poort behoort tot het oorspronkelijke bouwplan. Het ten westen gelegen deel van dit bedrijfsgebouw is sterk gemoderniseerd. Het heeft een rechthoekige plattegrond en twee bouwlagen onder een licht geknikt zadeldak met kruispannen. De voorgevel telt drie vensterassen maar gaat deel schuil achter een eenlaags aanbouw uit omstreeks 1960. Op de etage zijn dezelfde getoogde vensters toegepast als op de etage van de keuken.

Waardering

Het object heeft algemeen belang als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling. Het heeft een bijzonder belang voor de geschiedenis van de architectuur; is van belang wegens het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek; en is van belang wegens de architectonische gaafheid van het ex- en interieur.

MIP omschrijving (MIP nummer: MK042-001551)

  • Bouwstijl: Traditionalisme
  • Bouwperiode: Van: 1927 tot: 1927
  • Gevels en materialen: Tweelaags. Bakstenen gevel met ingang achter korfboog. Portiek. Vijfhoekig gesloten koor. Neogotiserende vormgeving.
  • Vensters en deuren: Zes- en vierruitsramen. Spitboogvensters.
  • Dak en bedekking: Zadeldak gedekt met verbeterde Hollandse pannen.
  • Bijzonderheden: Uitgebouwde sacristie en doopkapel. Voorzijde met portaal en hoge topgevel waarin klokkenis. RK Kerk H. Antonius en H. Vincentius.

Afbeeldingen