Handelingen

Venray, Patersstraat 39 - Kloosterkapel

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object: Kloosterkapel
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Limburg
Gemeente: Venray
Plaats: Venray
Adres: Patersstraat 39
Postcode: 5801AT
Inventarisatienummer: 13698
Jaar ingebruikname:
Architect:
Huidige bestemming: gesloopt
Monument status: geen


Geschiedenis

In het voormalige hotel 'De Keyzer', buiten gebruik 1995, Franciscanen.

In de media

Uit Tilburgse Courant, 28 November 1925.

HEVIGE BRAND TE VENRAY. Het klooster en de Kerk der Paters Franciscanen afgebrand. De waardevolle bibliotheek verwoest.

Men seint ons: Gisteravond is te Venray afgebrand het klooster en de kerk van de Eerw. Paters Franciscanen. De brand is ontstaan in de bibliotheek. Uit de kerk konden de voornaamste sieraden gered worden. De brandweer uit Venlo, Venray en omliggende plaatsen nam aan het blusschingswerk deel. De schade wordt geschat op 300.000 gulden.

Uit Venray wordt aan de Mbd. geseind: Om vijf uur gisteravond werd de rust van ons dorp plotseling verstoord door het maken van alarm en het geroep van brand. Toen de bewoners van de Patersstraat, de Langstraat enz. op deze alarmsignalen hun huizen uitsnelden, konden ze terstond den geheelen omvang van de ramp overschouwen: het Patersklooster stond in lichterlaaie. De vlammen sloegen naar alle zijden uit; dikke rookkolommen, waarin de vlammen hoog lekten, kronkelden zich de lucht in en werden dan door den wind naar omlaag de omliggende straten ingedreven. Het geheele dorp was nu weldra op de been en ieder spoedde zich naar de plaats des onheils. De Venraysche brandweer was terstond nadat het vuur was uitgebroken met twee groote spuiten ter plaatse en begon terstond met water te geven uit de Paterskuil aan den St. Antoniusweg. Met verschillende stralen werd het vuur bestreden, daar ook enkele slangen op de waterleiding van het gymnasium, tegenover de kerk liggend, waren aangesloten. De vuurzee kon men echter niet meester worden, vandaar dat ook de spuiten van de omliggende gehuchten werden gerequireerd en hulp werd gevraagd aan den brandweer te Venlo, welke met een motorspuit om half zeven alhier arriveerde. Het was 'n droevig schouwspel Venray, dat zooveel van zijn paters houdt, dat lief en leed met hen deelt, zag nu zijn oud Patersklooster, dateerend uit de 16e eeuw, waarmee het zoo vertrouwd is geraakt en dat het voor geen geld ter wereld zou willen missen, in enkele uren door het vuur verwoest worden. Er waren dan ook heusch geen handen tekort, om de Paters te helpen, daar waar men kon. Uit het klooster werd veel van den inboedel gered. Met deze reddingspogingen moest men echter weldra staken, omdat er levensgevaar begon te dreigen. Met krakend geweld stortten de dikke vlammende balken omlaag, brokken muur stortten naar beneden en deden in den donkeren avond dikke vonkenbundels omhoog knetteren. Dan klonk ineens het geschreeuw; „de kerk gaat branden", welk 'n schok van angst en ontroering door de menschenmenigte deed huiveren. Het dak van de kerk, welke naast het klooster is gebouwd, had vlam gevat, vurige slangen begonnen zich langs de goten te kronkelen en den toren te omslingeren. De brandweer toog nu met nog meer krachtsinspanning aan het werk, om tenminste dit onheil te voorkomen. Gelukkig had men te voren Ons Heer in veiligheid gebracht; den Kruisweg had men reeds gered, alle schilderijen, beelden, stoelen en banken waren de kerk uitgedragen. De brandweer, hoezeer haar werk boven alles is verheven, kon tegen de vuurzee niets uitrichten. Weldra stortte dan ook de toren met donderend geraas ineen en viel door het dak beneden in de kerk. Het orgel, dat het vorig jaar nog geheel vernieuwd was, werd geheel vernield. Uit het tempelgebouw raasden van allen kant de vlammen, welke den omtrek in verre wijdte in rossigen gloed zetten. Met ontzetting zagen de bewoners van Venray hun intieme kloosterkerk aan de verwoesting ten prooi. En geen wonder. Aan hoevelen is hier troost en leniging geschonken in smartelijk zieleleed, hoevelen hebben hier de rust van hun geweten teruggevonden. Enkele kale muren zijn nu nog overgebleven, die in het karige schijnsel van enkele lantaarns grillige, bange schaduwen over de Laan en Paterskerk werpen. De brand is ontstaan in de kloosterbibliotheek waarvan de waardevolle boekenverzameling een prooi der vlammen is geworden. Gelukkig was de wind van het gymnasium af, dat, zooals gezegd, tegenover de kerk en het klooster ligt. Dit bleef dan ook gelukkig behouden. Kerk en klooster waren verzekerd. Om 8 uur was de brand uitgewoed. Nog lang echter bleef men met de nablussching bezig. De Paters van het klooster zijn gedeeltelijk in het gymnasium ondergebracht, gedeeltelijk door de bewoners liefderijk opgenomen. In geen jaren is Venray door zulk een ramp getroffen.

Uit Tilburgsche Courant, 30 November 1925.

De brand van het Klooster en kerk der Paters Franciscanen te Venray.

Omtrent de vreeselijke ramp welke Venray getroffen heeft, worden nog de volgende bijzonderheden gemeld aan de Mbd.

Toen men de ramp die het klooster en de kerk der Paters Franciscanen heeft getroffen, kon overzien, viel eerst het groot verlies te beseffen, dat de Paters en met hen geheel Venray door dezen brand lijden. Klooster en kerk zijn in enkele uren tot een onherstelbare ruïne gemaakt, welker zwart geblakerde steenmassa een troosteloozen aanblik oplevert. Dreigend staan nog wel de hoofdgevels der kloeke gebouwen overeind, maar alles wijst erop, dat ook deze zoo spoedig mogelijk moeten worden gesloopt om het gevaar van instorten te voorkomen.

Zaterdag den ganschen dag zijn de brandweermannen nog bezig geweest om de smeulende puinen te dooven. Telkens en telkens stortten verkoolde balken naar beneden met donderend geraas heele brokstukken van muren meesleurend. Weer op andere punten moesten met brandhaken verbrokkelde muurresten worden omvergehaald en zoo stapelden zich de puinen steeds hooger op, waardoor men niet eens de indeeling van het oude gebouw kan nagaan. Bibliotheek, refter, recreatiezaal, cellen en gangen, kerk en sacristie zijn als het ware één groote puinhoop geworden. Alleen het achter aan de kerk gebouwde Portiunculakappeletje en het ziekenverblijf van de Paters bleven gespaard met het aan de overzijde van den weg gebouwde nieuwe gymnasium. Gelukkig hebben de Paters in dit sinds 1923 in gebruik zijnde nieuwe gebouw een onderdak kunnen vinden, al laat het zich begrijpen, dat de ruimte voor het 50 Paters en Broeders tellende convent van het klooster te klein is.

Zaterdag was de HoogEerw. Pater Provinciaal Regalatus Hazebroek dan ook reeds te Venray om een aantal Paters voorloopig naar andere huizen der Orde te verplaatsen en besprekingen te voeren voor het tijdelijk onderbrengen van het convent in het leegstaande kasteel van Baarlo. Binnen drie weken hoopt men in dit kasteel het gansche convent te kunnen huisvesten en daar te doen verblijven tot het klooster zal zijn opgebouwd.

De thans afgebrande kerk werd in 1660 in gebruik genomen. Kerk en klooster zijn niet onafgebroken in het bezit der Paters gebleven. Tijdens de Fransche overheersching in het begin der 19e eeuw werden zij geconfiskeerd, de Paters werden verdreven om eerst in 1837 blijvend terug te keeren.

Eeuwenlang is aan dit klooster een Latijnsche school en college verbonden geweest waaruit zich later het Venraysch gymnasium heeft ontwikkeld. Behalve het verbranden van klooster en kerk, waarvan het verlies een aanzienlijk kapitaal vertegenwoordigt heeft men nog vele waardevolle bezittingen in de vlammen zien opgaan. Op de eerste plaats is dit de kostbare bibliotheek, die was toegerust met theologische werken van de beste keur, waaronder de complete Migne, Latijnsche en Grieksche Kerkvaders, een werk, dat thans een waarde vertegenwoordigt van ƒ 30.000 en de theologische dictionnaire van Migne (100 deelen). Ook is een vijftal incunabelen, n.l. de oudste uitgave in druk van de H.H. Evangeliën een prooi der vlammen geworden, benevens de complete collectie van periodieken als Studiën Katholiek e.a. Voor de Paters is dit een onherstelbaar verlies. Hoewel van het meubilair der kerk zeer veel is gered kunnen worden, zag men toch met het orgel en het fraaie hoofdaltaar een paar oude, zeldzame schilderijen verbranden, die geplaatst waren in het jubee, waarboven 't orgel was gebouwd. Ook een groot aantal oude gebrandschilderde ruitjes die als medaillons geplaatst waren in de glas-in-lood-ramen van sacristie en kloostergangen zijn vernield. Zoo is er nog veel meer, waarvan het verlies onherstelbaar moet worden genoemd. Dat er intusschen trots het snel om zich heen grijpen van het vuur veel kon worden gered, dankt men aan de tijdige hulp van een aantal leden der Derde Orde, die juist naar de kerk waren gekomen om een conferentie bij te wonen. Teneinde de Katholieken van Venray, die zeer druk bij de Paters ter kerke komen in de gelegenheid te stellen in dezen afgelegen hoek van het dorp de H.H. Diensten te kunnen bijwonen, heeft men Zaterdag nog het St. Antoniuspatronaat tot kapel ingericht. Omtrent de oorzaak van het onheil kan niets met zekerheid worden gezegd, maar wel zou men het vuur in den beginne hebben kunnen stuiten indien men terstond over voldoende bluschmiddelen had kunnen beschikken.


Afbeeldingen