Handelingen

Vlijmen, Grote Kerk 20 - Grote Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object:
Genootschap:
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Heusden
Plaats: Vlijmen
Adres: Grote Kerk 20
Postcode: 5251AA
Inventarisatienummer: 08506
Jaar ingebruikname:
Architect:
Huidige bestemming: protestantse kerk
Monument status: Rijksmonument 37869(toren);
37868(kerk)



Geschiedenis

Vlijmen, gemeente Heusden - Grote Kerk; jk 09-08-2012

Historische kerk met toren.

De ‘Grote Kerk’ te Vlijmen is verreweg het oudste bouwwerk van de Oostelijke Langstraat. De juiste stichtingsdatum van de kerk is niet bekend, maar in april 1285 gaven Deken en Kapittel van St. Jan te Luik altijddurende erfpacht aan de Abdij van Berne over ondermeer kapittelgoederen te Engelen, Hedikhuizen, Vlijmen en Oudheusden, alsmede de kerken aldaar. Het feit dat de Vlijmense kerk van ouds was toegewijd aan Johannes de Doper wijst er mede op, dat zij dus vóór de overdracht bestond, omdat zij haar naam ontleende aan het St. Janskapittel.

In juli 1543 heeft ‘Maarten van Rossum, veldheer van de koning van Vrankrijk, de kerk van Vlijmen afgebrand’ waardoor de drie onderste geledingen van de toren en delen van de zuidmuur nog over zijn van de oorspronkelijke kerk.

Het jaar daarop kreeg de Vlijmense parochie ten behoeve van de wederopbouw van de kerk toestemming van de bisschop van Luik tot het verkopen van alle kerkelijke goederen, landerijen en renten. ‘Welke permissie hebbende bekome, is voor die penningen een nieuwe kerk gebouwd, met een groot kruijschoor, waarvan het oksaal alleen over de 600 guldens gekost heeft, hetwelk in die tijd geen geringe somme was’. Van deze kerk is de verhoogde zuidmuur nog terug te vinden. Gelijktijdig werd de toren verhoogd met 6½ meter.

De kerk werd in oostelijke richting verlengd en met een driezijdige koorabsis gesloten. Op de plaats waar nu de pastorie staat, bevond zich het transept; tevens werd één zijbeuk aan de noordzijde aangebouwd. Op de scheiding tussen hoofdbeuk en zijbeuk stonden 4 kolommen en een kolonette; deze zijn ten dele nog zichtbaar in de bestaande noordmuur.

Nadat de Graaf van Hohenlo in 1587 bij het binnenrukken van de Mijerij van Den Bosch Engelen verwoest had, dirigeerde hij zijn troepen naar Vlijmen, waar de Spanjaarden zich eveneens stevig verschanst hadden in de toren en rond de kerk. ‘Die van binnen, dezelve niet willende overgeven, plantede hij enige stukken geschut op den dijk en begon alzo de kerk te beschieten’. Bij de verovering raakte de kerk in brand en brandde af ‘zonder dat daer van niet en bleev als de muere ende een gedeelte van den tooren.’

‘In ‘t jaar 1594 is deze kerk met den tooren weder opgetimmert, dog zonder kruijschoor, alzo het dorp, door de gedurige oorlogen en sware belastingen zeer verarmt, de onkosten van eene geheele opbouwinge niet konde dragen’.

In 1610 ging het beheer van de kerk op last van de Staten van Holland en West Vriesland over naar de Hervormden. Verder onderhoud volgt: ‘In den somer van dit jaar 1641 is de kerkmuur binnen Vlijmen dewelcke ‘t eenemael overhoop vervallen was, wederom gerepareert viert half hondert guldens’ (f 350). Klaarblijkelijk was ook het koor ingevallen want in oktober 1645 wordt ‘den hoeck in de kercke tegen ‘t oosten opgemetselt’. Ook aan de toren is het een en ander gedaan, ook al omdat er klokken kwamen, een grote en een kleine (resp. in 1634 en 1658 aanwezig).

In 1633 worden een avondmaalstafel en banken aangekocht waarna in 1639 de thans nog aanwezige 12-armige koperen kaarsenkroon, en in 1646 de preekstoel volgen. Drie jaar later doen kerkbanken hun intrede. In 1653 volgde een offerblok, waarvan het ijzerwerk in 1755 werd overgeplaatst op het nieuwe, thans nog aanwezige blok.

In de zomer van 1672 – toen de Franse koning via Brabant naar de Veluwe en het Sticht trok – ‘is dit gereformeerde kerkgebouw door de troebele van den oorlog voor een groot gedeelte omver geschoten en door de gereformeerde met assistentie en weldadigheden van andere kerken dier gezindheijd in Holland weeder opgemaakt voor het gebruijk die gereformeerde geloofsgenooten vereijschte’. Deze wederopbouw blijkt tevens een verfraaiing betekend te hebben: de kerk werd verrijkt met gebrandschilderde ramen.

De toren van de kerk schijnt in 1719 te zijn afgebrand blijkens een schuldbekentenis voor een lening van 600 Carolusguldens, welke werden ‘geemployeert tot betalinge van de onvermijdelijcke kosten gevallen in het repareren van afgebranden Toorn als andersints’, van 9 december 1719. De oude klokken zijn daarbij verloren gegaan aangezien in 1719 twee nieuwe klokken in de nieuw aangebrachte klokkestoel gehangen worden, gegoten door Jean en Joseph Petit, in hetzelfde jaar. De toren was toen reeds eigendom van het dorp omdat het gemeentebestuur op 13 maart 1722 de wederopbouw van de torenspits behandelde en opdracht gaf deze zo snel mogelijk te herstellen. Nog in hetzelfde jaar werd een achtzijdige ingesnoerde spits geplaatst waardoor de toren zijn huidige uiterlijk heeft verkregen. De klokken zijn op 14 januari 1943 door de bezetters weggehaald en niet meer teruggekeerd.

jk 09-08-2012

In 1760 werd een grootse kerkrestauratie uitgevoerd, bestaande uit het slopen van de zijbeuk en de driezijdige koorsluiting; de intercolumnia worden doorgebroken. Er komen 5 nieuwe houten balken (trekbinten) en een volledig nieuwe kap. Voorts wordt de gotische boog - doorgang naar de toren - dichtgemetseld met erin een eenvoudige houten deur. De rechte oostelijke muur krijgt 2 ramen en er wordt een toegang gemaakt in de noordelijke muur. Op 19 oktober van datzelfde jaar wordt de kerk weer in gebruik genomen.

In 1773 wordt de kerk verrijkt met een doophek - inclusief banken voor de kerkeraadsleden en een voorleesgestoelte - een nieuwe bank voor ‘de Edele magistraat te Vlijmen’ en een bank voor ‘de Heer van Vlijmen en deszelfs Weled. huijsvrouw’. De banken zijn rijk versierd met lofwerk en uitgebijtelde wapens en zinnebeeldige voorstellingen. De Magistraatsbank draagt tot opschrift: “Eendragt, Reede, Raed Beschermt Land En Staad’, bekroond met het wapen van Holland. Het wapen van Vlijmen bekroont de Herenbank.

Bij de grote verbouwing van 1808, die van de vroegere, inmiddels welhaast onbewoonbare pastorie, het tegenwoordige herenhuis maakte, zijn de ramen in de oostmuur van de kerk dichtgemetseld, aangezien deze muur tevens moest dienen tot westmuur van de pastorie.

In 1867 wordt een schot van Brabants werk opgetrokken, dat het inwendige van de kerk met 1/3 verkleind. Een oksaaltje wordt gebouwd, met een loos orgelfront, waarachter in 1868 een serafine orgel geplaatst wordt. In 1874 wordt een stucplafond aangebracht en in 1879 een houten vloer met kokosmatten. In 1907 wordt in het het ongebruikte 1/3 der kerk, tussen toren en tussenschot, een consistorie gebouwd.

De kerk heeft in 1944/1945 weer geleden van het oorlogsgeweld. Het dak werd met asfalt afgedekt en de ramen werden met planken dichtgespijkerd.

In 1948 werd een plan opgesteld tot restauratie van de toren en de kerk, dat o.a. omvatte het herstel van de torendoorgang, het verwijderen van tussenschot en consistoriekamer, het maken van een orgelgaanderij met het loze orgelfront en van een berging in de zuidwesthoek, tijdelijk te gebruiken als consistorie. Het plan werd door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg - zij het in enigszins gewijzigde vorm - aanvaard en in augustus 1951 werd met de werkzaamheden begonnen. Tijdens deze werkzaamheden werd een kleine, driehoekig gesloten nis aangetroffen in de zuidmuur, ca. 1 meter uit de oostelijke afsluitingsmuur. Vermoedelijk is deze nis, gelegen aan de epistelzijde (rechterzijde), gebruikt voor het opbergen van kannetjes, waarvan men zich bij de mis bediende, en voor schel en kaars.

Een andere ruimere nis, rondgesloten van boven, werd aangetroffen in de muur tussen toren en kerkruimte, aan de noordzijde van de doorgang. Gezien de plaats werd deze gebruikt voor de piscina (reinigingsbekken) bij het doopvont. Bovendien vond men In het midden van de kerk, ongeveer onder de koperen kaarsenkroon, een grafkelder (van Ds. van Velsen).

Eind 1966 wordt het interieur aangepast aan het gestegen aantal kerkgangers. De berging annex consistorie achter in de kerk werd gesloopt en de grote banken worden tegen de noordmuur geplaatst. Op 4 november 1969 werd de kerk, na vervanging van het pleisterwerk, weer in gebruik genomen waarbij tevens de toegang via de toren weer in ere werd hersteld.

Najaar 1977 werd de verwarming vervangen, werd het onderste deel van het pleisterwerk vernieuwd en werden de grote banken weer verplaatst: de Herenbank naar het tweede vak in de noordmuur en de Magistraatsbank naar de zuidmuur tussen het eerste en tweede raam vanaf de toren.

In 2007 wordt groot onderhoud aan de kerk en de pastorie uitgevoerd. Van de kerk worden o.a. de kozijnen van de 4 gotische ramen aan de zuidzijde vernieuwd en die aan de noordzijde gerestaureerd. Alle goten worden vervangen en verholen goten en nieuwe regenpijpen aangebracht. Ook worden 500 beschadigde dakpannen vervangen. De bovenzijden van de muren zijn met lood bekleed.
(Uittreksel uit kerkinfo, 2008)

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

jk 09-08-2012

Kerk

Ned. Herv. Kerk. Bestaande uit vlak opgaande bakstenen toren, met in de tweede geleding lisenen en rondboogfriezen, waarboven gedichte galmgaten; dit 13e eeuwse gedeelte in de 15e eeuw met een klokkenverdieping verhoogd. 14e eeuws schip, eenbeukig met aan de zuidzijde sporen van spitsboogvensters, waarboven het muurwerk in de 16e eeuw verhoogd.

In de noordmuur de dichtgezette scheibogen naar een verdwenen zijbeuk. Rechte oostelijke afsluiting (dwarspand en koor verdwenen) waartegen de pastorie aangebouwd is. Eiken kansel uit de 17e eeuw met boogpanelen; twee eiken herenbanken uit de 18e eeuw; vier tekstborden uit 1659; 18e eeuwse koperen lezenaar, doopbekkenhouder en zandloper. Eenklaviers orgel van ca. 1770, van onbekende maker. In 1982 gerestaureerd.

Toren

Toren van de Ned. Herv. Kerk. Vlak opgaande bakstenen toren met in de tweede geleding lisenen en rondboogfriezen, waarboven gedichte galmgaten, dit 13e eeuwse gedeelte in de 15e eeuw met een klokkenverdieping verhoogd.

MIP omschrijving

  • Bouwperiode: Van: 1800 tot: 1900
  • Gevels en materialen: Baksteen, gepleisterd, gewit.
  • Vensters en deuren: T-ramen.
  • Dak en bedekking: Afgeplat schilddak met oud Hollandse pannen en dakkapellen.
  • Bijgebouwen: Smeedijzeren en gietijzeren hek.
  • Groen: Rode beuk met een omtrek van circa 300 cm.
  • Bijzonderheden: Aangebouwd tegen de kerk.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Orgel