Handelingen

Zierikzee, Kerkplein 1 - Grote Kerk of St. Lieven Monster (12e - 1832)

Uit Reliwiki

Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Provincie: Zeeland
Gemeente: Schouwen-Duiveland
Plaats: Zierikzee
Adres: Kerkplein
Postcode:
Bouwja(a)r(en): 12e eeuw
Inventarisatienummer: 06919
Architect:
Oorspronkelijke bestemming: RK kerk
Huidige bestemming: Door brand verwoest 1832
Monument status: geen


Geschiedenis

In de 12de eeuw werd een tufstenen basiliek gebouwd. In 1378 werd deze verheven tot kapittelkerk, toen kwamen er kanunniken in. Deze oude kerk werd in 1466 door brand beschadigd. Het was een drieschepige hallenkerk met 132 m. lengte en 37 m. breedte. Het was toen de grootste kerk van Zeeland. De dooptuin van de kansel is 60 m. en de kansel is van 1672. Het eerste orgel was in gebruik van 1549 tot 1770. Het 2e orgel, dat bevestigd was aan de westelijke muur, is ook door de brand van 1832 verloren gegaan. Er waren ook 452 rouwborden met familiewapens. In 1798 moesten op last van de overheid de rouwborden uit de kerk worden verwijderd. De brand werd op 6 oktober 1832 veroorzaakt door loodgieters die op het dak van de kerk bezig waren. De restanten na de brand zijn later met dynamiet opgeblazen. (De kerk werd ook nog kathedraal genoemd). De toren van de kerk is blijven bestaan.

In de media

  • Uit Arnhemsche Courant, 11 October 1832.

In den nacht tusschen ll. Zaturdag en Zondag heeft de stad Zierikzee een zware ramp getroffen, daar dezelve door een hevigen brand van haar schoonste sieraad, de groote kerk, is beroofd. Toen men het ongeluk ontdekte, woedde de vlam reeds, dat er geen blussen mogelijk was. Het prachtig orgel, de kunstig bewerkte predikstoel, en al het inwendige der kerk is geheel verwoest; men heeft alleen het zilver, eenige boeken en papieren kunnen redden, en niets is overgebleven dan de wanden; zoo dat dit weleer zoo schoone kunststuk nu een verschrikkelijk schouwspel oplevert. In 6 a 7 uren tijds was dit alles vernield, en de hevige zuidweste wind bragt de belendende gebouwen ook in groot gevaar; doch deze zijn, dank zij der goede Voorzienigheid! door de krachtig aangewende hulp, allen bewaard gebleven. De oorzaak van dezen brand is met geene zekerheid te bepalen.

  • Uit Nederlandsche Staatscourant, 11 October 1832.

Aangaande den brand van de groote kerk te Zierikzee, verneemt men thans de volgende bijzonderheden:

In den nacht tusschen Zaturdag en Zondag is de schoone Groote Kerk of St. Lieven Monster, te Zierikzee, met den predikstoel, het overheerlijk orgel, hetwelk na dat van Haarlem voor een der beste hier te lande gehouden werd, en alles verder wat zich in de kerk bevond, geheel eene prooi der vlammen geworden, zoo dat van de geheele kerk niets anders dan de bloote muren zijn overgebleven.
Des nachts ten half één ure is de brand begonnen, en heeft tot laat op dien dag voortgeduurd. De ingezetenen en ook bijzonder de matrozen der voor de stad gestationeerde kanonneerbooten hebben veel ijver aan den dag gelegd om de belendende huizen te bewaren, want de brand der kerk zelve te blusschen was onmogelijk. Deze hunne pogingen zijn met het beste gevolg bekroond, daar ofschoon groote vonken aan alle zijden op en over de huizen henen vlogen, en de halve stad met vernieling bedreigd werd, geen enkel huis is in brand geraakt.
Naar men verzekert, is de oorzaak van deze ramp, door welke de stad Zierikzee van haar grootste sieraad is beroofd geworden, aan dezelfde oorzaak toe te schrijven, waardoor de Luthersche Kerk te Amsterdam, eenige jaren geleden, verbrand is, de nalatigheid namelijk der loodgieters, die een pot met vuur, welke men zegt, dat nog gevonden zou zijn, in eene der goten hadden laten staan.
De groote Kerk of St. Lieven Monster, aldus genaamd naar den Heiligen Levinus, aan wien dezelve eertijds was toegewijd, en naar het woord Monster of Monasterium, hetgeen in de middeleeuwen voor tempel of kerk gebezigd werd, is haar aanzijn verschuldigd aan eene kapel, van welke reeds in het midden der twaalfde eeuw gewag wordt gemaakt. In 1378 werd door Hertog Aelbreeht van Beijeren een kapittel van 24 kanunniken in dezelve opgerigt, onder welke zich de beroemde regtsgeleerde Philips a Leidis, Raad des Hertogs, bevond.
In 1466 overkwam dezer kerk eene zware ramp, doordien zij door den bliksem getroffen werd en een gedeelte van dezelve verbrandde.
De lengte der kerk met het koor was van 325 Rijnlandtsche voeten, in de breedte tusschen de 120 en 136 voeten. Men telde in dezelve 27 kapellen en twee praalgraven, benevens onderscheidene niet onbelangrijke grafschriften, zoo als van Levinus Lemnius en Jason Pralensis. De predikstoel, in 1671 vervaardigd, was een kunststuk van houten beeldsnijwerk.
Het voortreffelijk orgel, hetwelk nu ook eene prooi der vlammen is geworden, was in den jare 1770 voltooid, en werd vervaardigd door den beroemden kunstenaar Johan Hendrik Hartman Bätz, wonende te Utrecht. Hetzelve telde 47 sprekende registers, uitmakende 3.108 sprekende pijpen, drie handklavieren, een vrij pedaal en negen groote blaasbalgen. Het heeft gekost ƒ 51.257. Kort geleden was hetzelve geheel schoon gemaakt en in orde gebragt.

Afbeeldingen