Handelingen

Emmer-Compascuum, Kloosterweg 2 - Willehadus (1893 - 1924)

Uit Reliwiki

Versie door Pa3ems (Overleg | bijdragen) op 8 mei 2020 om 17:47 (cat)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Willehadus
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Drenthe
Gemeente: Emmen
Plaats: Emmer-Compascuum
Adres: Kloosterweg 2
Postcode: 7881LE
Inventarisatienummer:
Jaar ingebruikname: 1893
Architect: Gerard te Riele (1833 - 1911)
Huidige bestemming: gesloopt
Monument status: geen


Geschiedenis

In 1893 is deze Rooms-Katholieke kerk gebouwd in Munsterscheveld als bijkerk van de parochie Ter Apel. In 1905 werd de parochie Munsterscheveld zelfstandig. Gesloopt in 1924 voor nieuwbouw.

In de media

Uit De Tijd, 8 Augustus 1889.

Z.D.H. de aartsbisschop van Utrecht heeft tegen Zondag 11 Augustus 1889 een collecte uitgeschreven, te houden in alle kerken en openbare kapellen van het aartsbisdom voor den bouw van een kerk in het Munstersche Veld.

In de veenstreken, tusschen Compascuum en Ter Apel, te Munstersche Veld, nabij de pruisische grens, zegt de aartsbisschop in zijn herderlijk schrijven, hetwelk ll. Zondag in de kerken van het aartsbisdom werd voorgelezen, heeft zich langzamerhand een katholieke bevolking gevestigd, wier geestelijke belangen, wegens verren afstand van een kerk, niet langer naar behooren kunnen worden behartigd.

Overtuigd dat, zoo ergens, daar vooral door het gemis van een kerkgebouw, moet worden geleden, rekenden Wij Ons, overeenkomstig de bede van die bevolking, verplicht, ter voorziening in de bestaande behoefte maatregelen te beramen, en hebben Wij mitsdien onderzocht, hoeveel men bij onderlinge samenwerking zou kunnen bijdragen voor den eventueelen bouw van een kerk.

Op dat beroep is door gezegde geloovigen bereidwillig geantwoord met het doen van een inteekening, hoog te waardeeren als blijk van godsdienstige gezindheid, doch van een wel beperkt bedrag, immers grootendeels bestaande uit het offer van weinig bemiddelden, uit den penning van gezinnen, die zelven hulpbehoevend moeten heeten. Het was een uiting van goeden wil, een toezegging naar vermogen, doch waarbij des te meer in het licht is gekomen: do vereischte middelen voor den bouw ontbreken bjjna geheel en al en zullen, gelijk te voorzien is, blijven ontbreken, zoo niet altijd, ten minste nog veel jaren lang, weshalve niet dan met hulpmiddelen van elders aan de uitvoering van het werk te denken is.

Afbeeldingen