Handelingen

Leiden, Herensingel 3 - Joseph: verschil tussen versies

Uit Reliwiki

k
Regel 40: Regel 40:
 
| style="text-align:top; background-color:Lightskyblue; width:200px;" | Monument-status:
 
| style="text-align:top; background-color:Lightskyblue; width:200px;" | Monument-status:
 
| style="text-align:top; background-color:Lightskyblue; width:200px;" | Rijksmonument {{Rijksmonument|515023}} (Kerk) <br> {{Rijksmonument|515024}} (Pastorie)
 
| style="text-align:top; background-color:Lightskyblue; width:200px;" | Rijksmonument {{Rijksmonument|515023}} (Kerk) <br> {{Rijksmonument|515024}} (Pastorie)
 +
|-valign="top"
 +
| style="text-align:top; background-color:Lightgrey; width:200px;" | Inventarisatienummer :
 +
| style="text-align:top; background-color:Lightgrey; width:200px;" | 02537
 
|}
 
|}
  

Versie van 5 apr 2015 om 06:55


Algemene gegevens
Genootschap : Rooms Katholieke Kerk
Gemeente : Leiden
Plaats : Leiden
Adres : Herensingel 3
Provincie : Zuid-Holland
Jaar ingebruikname : 1925
Huidige bestemming: kerk
Naam kerk : OL Vrouw ten Hemelopneming / Joseph
Architect : Laan, J. van der
Monument-status: Rijksmonument 515023 (Kerk)
515024 (Pastorie)
Inventarisatienummer : 02537

Geschiedenis

Nieuwe parochiekerk in noordelijke stadsuitbreiding van Leiden, belangrijk vroeg werk van Jan van der Laan. Tevens gebouwd als eerste r.k. parochiekerk buiten de singels van Leiden. Medio 2003 werd bekend dat de parochies van de H. Petrus, H. Jozef en O.L.Vrouw Onbevlekt Ontvangen (Hartebrugkerk) gaan samenwerken. De drie kerkgebouwen blijven wel bestaan. De RK Lodewijksparochie doet niet mee omdat ze een meer behoudende signatuur heeft.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Kerk

De Dekanale rooms-katholieke parochieKERK Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart en Sint Joseph is in 1924-1925 gebouwd als de Sint Jozefskerk (Josephkerk), in opdracht van de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart-parochie (bouwpastoor Leusen). Bouwmeesters van zowel de kerk met klokketoren als de bijbehorende pastorie waren de architecten Leo van der Laan en diens zoon Jan. Het uit 1923 daterende ontwerp werd uitgevoerd door het Leidse aannemersbedrijf Bik en Breedeveld. De kerk is gebouwd in een typische, aan de Nieuwe Haagse School verwante, expressionistische bouwstijl en is van het basiliektype. Het voor een belangrijk deel nog in oorspronkelijke staat verkerende kerkinterieur is onder meer voorzien van een in 1931 door Alexander Petrus Asperslagh ontworpen en aangebrachte muurschildering en zestien kruiswegstaties van de hand van Wijnand Geraets uit 1943. Het oorspronkelijke glas-in-lood is in 1955 vervangen door het huidige. De kap van de kerk is vernieuwd in 1979. Zowel exterieur als interieur van kerk, alsmede de oorspronkelijke erfscheiding vallen onder de bescherming van rijkswege.

Omschrijving

In schone baksteen en beton opgetrokken kerkgebouw onder met leien (maasdekking) gedekte zadeldaken met dakkapelletjes in de steile dakschilden. De gevels worden beëindigd door licht uitkragende betonnen randen en verlevendigd door randen van uitgemetselde en groen geglazuurde baksteen, decoratieve steensverbanden en accenten van graniet. Het schip van de kerk staat met de nok loodrecht op de straat gericht. Het heeft een symmetrisch vooraanzicht met een eveneens onder zadeldak staand middenrisaliet met vlechtwerk en een kleine tuit. In de risalietgevel twee ingangspartijen met beslagen vleugeldeuren in een ondiep portiek. De stoepen en de hoekblokken aan weerszijden van de ingang zijn van graniet. Boven de deuren een zware betonnen latei en drie met glas-in-lood ingevulde bovenlichten tussen uitgemetselde accenten van groen geglazuurde, uitgemetselde baksteen.

In het midden van de gevel een samengesteld spitsboogvenster met gemetselde penanten op een basis, gemetselde onderdorpels met afzaat en een invulling van glas-in-lood. Onder het spitsboog venster een reeks van vijf smalle, diepliggende vensters onder een zware latei.

Licht uitkragende, om de hoek lopende betonnen dakaanzetten. Voorzijde van het schip met drie smalle vensters in de geveltop, bekroond door een betonnen kruis. Linker langsgevel met uitgemetselde gevelrand en uitkragende betonnen gootlijst. Geheel rechts aan deze gevel een uitbouw met ingang en diepliggende vensters onder met leien gedekt zadeldak. De rest van de gevel bestaat uit vijf identieke traveeën met per travee drie smalle vensters met klimmende keperboog tussen gemetselde, met koper bedekte betonnen steunberen, die zijn verbonden met de lage zijbeuk met betonnen gevelrand en plat dak. De zijbeuk is per travee voorzien van drie kleine vensters. In het steile dakschild van het schip bevinden zich vijf houten, met leien bedekte dakkapelletjes met luiken.

Linksachter een lagere, dwars op het schip staande uitbouw onder met leien gedekt zadeldak. De achterzijde van de kerk is symmetrisch van opbouw. Dit deel van de kerk is samengesteld uit een veelheid van volumes die sterk variëren in hoogte en breedte. Op de kruising van het middenschip en een klein dwarsschip staat een met zink bekleed, vierkant vieringstorentje (Angelustorentje) met spits. De kopgevels van het dwarsschip zijn voorzien van vlechtwerk, een reeks van vijf, met glas-in-lood ingevulde vensters en licht uitkragende betonnen dakaanzetten. Kopgevel van middenschip eveneens met vlechtwerk en betonnen dakaanzetten. Iets minder hoog opgaande hoekpartijen met getrapte betonnen dekplaten.

In het midden een risaliet met kruis en een lager avant corps met een plat volume aan weerszijden. De rechter langsgevel en de daarmee verbonden uitgebouwde delen zijn vergelijkbaar met de linker gevel. In het dakschild eveneens vijf identieke dakkapelletjes. Rechtsvoor is deze gevel verbonden met de klokketoren, die als het ware staat ingeklemd tussen schip en pastorie. De toren heeft zich licht verjongde gevels met rechts van het ingangsrisaliet een reeks van drie smalle, met glas-in-lood ingevulde vensters en een gepleisterd blind venster met klimmende keperboog. De vier zijden van de toren zijn verder identiek en voorzien van een trasraam, kleine balkonnetjes met deur en ijzeren balustrade, pal onder de wijzerplaten van het uurwerk. De hoeken zijn hier geaccentueerd door betonnen kraagstukken. Boven de betonnen rand van de torengevels een korte torengeleding met om de hoek lopende glamopeningen onder de uitkragende rand van de vierkante, met leien gedekte spits.

Aan de voorzijde van de kerk bevindt zich een erfscheiding in de vorm van een lage bakstenen muur met hoger opgaande pijlers, waartussen nieuwe ijzeren hekken zijn geplaatst.

Het interieur van het kerkgebouw heeft vanuit de hoofdentree gezien een symmetrische indeling. Het relatief hoge schip is voorzien van een constructie van zware boogspanten van gewapend beton in de vorm van gedrukte spitsbogen en gevelopeningen, die eveneens voor een groot deel (gedrukt) spitsboogvormig zijn. De gewelfsegmenten tussen de spanten (ribben) zijn ingevuld met een houten rasterpatroon. Het metselwerk van de muren en de met de boogvoeten samengaande spanten wordt verlevendigd door decoratieve steensverbanden en accenten van gekleurde, geglazuurde baksteen. De vlakke, hoog opgaande muurdelen zijn wit gepleisterd, de boogomlijstingen van schone baksteen. De scheibogen tussen het schip en de lage zijbeuken zijn spitsboogvormig. De zijbeuken hebben platte afdekkingen tussen afgeknotte keperbogen met klimmende kepers.

Deze zijn bevestigd aan de boogvoeten (pijlers) van de spanten en markeren tevens de traveeën, waarin de kruiswegstaties zijn geplaatst. De zestien staties staan onder rechtgesloten, met kleurrijk glas-in-lood ingevulde vensters en zijn in 1943 gemaakt naar ontwerp van Wijnand Geraets. De scheimuur tussen het ingangsportaal en het schip van de kerk is voorzien van een entreepartij in de vorm van een gedrukte spitsboog, met aan weerszijden een rechtgesloten, dubbele deur onder een reeks van drie afgeknotte keperboogvensters. De orgelgalerij boven het ingangsportaal is een grote spitboogvormige loggia met in de buitengevel een groot venster met glas-in-lood invulling tussen de twee fronten van het orgel. Het ondiepe priesterkoor staat onder een platte overkapping en sluit de andere zijde van het schip af. Aan weerszijden van het koor een rechtgesloten, beslagen dubbele deur. In de spitsbogen achter het op een podium staande altaar bevinden zich de door A.P. Asperslagh in 1931 vervaardigde muurschilderingen. De uit 1938 daterende preekstoel heeft een octogonale, bronzen kuip, alsmde een in 1949 gemaakte schelpluifel en staat op vier zuilen met teerlingkapitelen. Op de tegelvloer staan de originele houten kerkbanken. De communiebanken zijn verdwenen.

Ook de kappen van de grote zijkapellen - oorspronkelijk de Josephkapel voor de jongens en de Mariakapel voor de meisjes - met zijkapelletjes zijn voorzien van spitsboogvormige gewelven. Boven de grote spitsbogen van de zijkapellen, links en rechts van het koor, hangen zes lantaarns aan de onderzijde van een vijfdelige vensterpartij met glas-in-lood invulling. Het vertrek achter het priesterkoor functioneert als sacristie, die onder meer ingebouwde miskasten en fraai glas-in-lood bevat. De doopkapel is voorzien van een houten cassettenplafond.

Waardering

Het kerkgebouw is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de aan de geestelijke ontwikkeling in Nederland gerelateerde kerkebouw alsmede wegens de kwaliteiten van het ontwerp, van zowel de hoofdvorm als de details. Het gebouw heeft tevens ensemblewaarde vanwege de sterke visuele en functionele relatie met de tegelijkertijd gebouwde, naast de kerk staande pastorie. De kerk is tevens van belang vanwege de gaafheid en herkenbaarheid van ex- en interieur.

Pastorie

Uit 1924-1925 daterende PASTORIE, behorende tot de rooms-katholiek Onze Lieve Vrouw Hemelvaart- en Sint Josephkerk, gebouwd in opdracht van het bisdom Haarlem en de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart-parochie (bouwpastoor A. Leusen). Bouwmeesters van zowel de St. Jopsephkerk als de bijbehorende pastorie waren de architecten Leo van der Laan en diens zoon Jan. Het uit 1922 daterende ontwerp werd uitgevoerd door het Leidse aannemersbedrijf Bik en Breedeveld. Kerk en pastorie, die een functionele en visuele eenheid vormen, zijn gebouwd in een typische, aan de Nieuwe Haagse School verwante, expressionistische bouwstijl. Het voor een belangrijk deel niet meer in oorspronkelijke staat verkerende interieur van de pastorie valt niet onder de bescherming van rijkswege.

Omschrijving

De met de klokktoren verbonden, vanuit een vrijwel rechthoekige plattegrond opgetrokken pastorie heeft twee bouwlagen onder een met leien gedekte (maasdekking), afgeknotte schilddaken met dakkapellen en uitkragende daklijsten. Gevels met rechtgesloten gevelopeningen, meestal bakstenen onderdorpels, betonnen gevelbeëindigingen en verlevendigd door uitmetselingen, decoratieve steensverbanden en banden van beton. De gevels zijn op de begane grond horizontaal geleed door de toepassig van teruggemetselde banden.

Asymmetrische voorgevel met rechts een breed ingangsrisaliet, waarin een hoekportiek met gemetselde hoekkolom. De originele voordeur staat onder een drie-ruits bovenlicht. Rechts van het portiek een venster met roedenverdeling. Op de verdieping een loggia tussen over de andere gevels doorgetrokken betonnen latei, dito onderdorpel en blokvormige metselwerk. De loggia is voorzien van openslaande deuren tussen boven- en zijlichten. De loggiaopening is dichtgezet door middel van een venster met stalen ramen. Uit het dakschild hierboven steekt een opgemetselde dakkapel met brede vensterpartij en plat dak.

In het terugliggende geveldeel links van de risaliet een groot, samengesteld venster per bouwlaag. Voornoemde gevelopeningen staan onder een over alle gevels doorgetrokken betonnen cordonlijst. In de linker zijgevel per bouwlaag drie zesruits-vensters, waarvan de linker op de begane grond is dichtgezet. Achterzijde met bouwdeel dat minder hoog opgaat en op de verdieping minder breed is. De gevelopeningen op de begane grond staat uit het zicht achter een muur. Kruisvensters met roedenverdeling op de verdieping. Rechter zijgevel (Alexanderstraat) met in hoogte variërende geveldelen. Geheel rechts, boven de cordonlijst een gemetselde bortswering met betonnen dekplaat van een inpandig balkon.

Links daarvan een symmetrische gevelpartij met smalle zijtraveeën met één venster per bouwlaag. De brede middenpartij is hoger opgaand met een in de kap stekende derde bouwlaag. De vensters op de begane grond en de eerste verdieping zijn voorzien van kruisramen met roedenverdeling.

De kleinere vensters op de tweede verdieping staan tussen geblokt metselwerk en een betonnen deklijst. Het lagere linker geveldeel heeft een venster op de begane grond en is blind op de verdieping.

De pastorie heeft aan de voorzijde een erfscheiding in de vorm van een laag bakstenen muurtje met hoger opgaande balusters, waaraan ijzeren hekken zijn bevestigd.

Waardering

De pastorie is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de aan de geestelijke ontwikkeling in Nederland gerelateerde kerkebouw en wegens de kwaliteiten van het ontwerp, van zowel de hoofdvorm als de details.

Het heeft tevens ensemblewaarde vanwege de sterke visuele en functionele relatie met het kerkgebouw, waarmee het is verbonden.

Het is bovendien van belang vanwege de gaafheid en herkenbaarheid.

In de media

Uit Nieuwe Rotterdamsche Courant, 18 September 1925.

De nieuwe R.-K. kerk, de St. Josephskerk aan den Heerensingel te Leiden, welke gisteren is geconsacreerd, is de vierde parochiekerk te Leiden. Het geheel is gebouwd volgens een ontwerp van de architecten Van de Laan, vader en zoon, te Leiden. Het gebouw is 60 M. lang en 25 M. breed en is van is van binnen 17 M. hoog. Het kerkruim is één overspannen ruimte zonder kolommen en bevat 962 zitplaatsen. Het schip heeft door een zwaren gemetselden boog aansluiting aan het presbyterium of priesterkoor. Dit is als voornaamste deel der kerk in rechthoekigen vorm hoog opgetrokken en door aan beide zijden hoog geplaatste vensters sterk verlicht. Tegen de achterzijde van het presbyterium verheft zich het hoofdaltaar. Daar is de zonne-belichting, dat uit aan het oog onttrokken vensters naar binnen valt, het sterkst. Het was de bedoeling van de architecten, dat het licht in drie sterkten de kerk zou binnenvallen, n.l. op de gewone wijze in het schip, eenigszins sterk in het presbyterium en zeer sterk op het altaar. Aan de zijkanten van het schip der kerk zijn gangen, welke door een reeks spitsbogen van het kerkruim zijn gescheiden. Aan weerszijden van het Presbyterium, recht tegenover de gangen, is een kinderkapel met vrij uitzicht op bet hoofdaltaar. Elk dezer kinderkapellen biedt plaats voor 90 à 100 kinderen.

Externe links

Afbeeldingen