Handelingen

Nuenen, Park 53 - Clemens

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Clemens
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Nuenen c.a.
Plaats: Nuenen
Adres: Park 53-55
Postcode: 5671AP
Inventarisatienummer: 07968
Jaar ingebruikname: 1872
Architect: Weber, C.E.M.H.A.F.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
517999

Geschiedenis

Interessante neogotische kerk met toren.

Driebeukige kruisbasiliek. Driezijdig gesloten dwarsarmen en toren met achtkantige topgeleding en spits. De toren is Rijksmonument, vanwege een klok gegoten in 1490 door Jan van Venlo.

Gebouwd achter een voormalige, lang geleden verdwenen, schuurkerk uit 1823. Relatief eenvoudige, maar belangrijke, dorpskerk, karakteristiek voor het vroege werk van architect Weber. In (ongeveer) de jaren 1960-1970 drastische (en smakeloze) modernisering van het interieur. Eind jaren 1990 - begin jaren 2000 zijn kerk en toren gerestaureerd. Daarbij is het interieur kerk kleurrijker beschilderd. Midden jaren 2000 zijn de houten heiligenbeelden, na restauratie, herplaatst aan weerszijden van het middenschip.

In 1871-1872 is ter vervanging van een schuilkerk de R.K. St. Clemenskerk gebouwd. In de jaren 1970 vond een renovatie plaats, overeenkomstig de ideeën van die jaren. In de jaren 1997-1998 werd het exterieur gerestaureerd en voorjaar 2003 volgde het interieur. Er is veel geschilderd. Het in de jaren 1970 verdwenen doopvont uit 1896 is teruggeplaatst. Marmer uit de in 1928 geplaatste en in de jaren 1970 verdwenen preekstoel is nu gebruikt voor het vernieuwde altaar. De St. Clemenskerk is 13 april 2003 weer in gebruik genomen. De officiële afronding van de restauratie vond plaats op zaterdag 21 juni 2003, toen bisschop A. Hurkmans het nieuwe altaar wijdde.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Kerk

De Rooms-Katholieke kerk, gewijd aan de H. Clemens, is een ontwerp van K. Weber uit 1871. De driebeukige kruisbasiliek heeft een westtoren van vijf geledingen en een koor met kastenomgang. De Neo-Romaanse/ Neo-Gotische stijl is gebaseerd op de overgang van Romaans naar vroeg-Gotiek. Omstreeks 1910 zijn naar ontwerp van Jan Stuyt kapellen en een sacristie aangebouwd. Zo'n 15 jaar later heeft men aan de noordelijke zijde een stookhuis aangebouwd. Omstreeks 1950 is aan de noordelijke zijde van de kerk een niet binnen de bescherming vallende poort naar het kerkhof gebouwd.

Omschrijving

De kruisbasiliek heeft een schip van drie traveeen, geflankeerd door zijbeuken en grenzend aan een transept, waarvan de een travee diepe armen driezijdig gesloten zijn. Het koor bestaat uit twee traveeen en een driezijdige sluiting over bijna de volle hoogte. Schip, transept en koor zijn gedekt door zadeldaken met lei in Maasdekkig. De driezijdige sluitingen worden door topgevels gescheiden van de zadeldaken en hebben een lagere nokhoogte. De toren is opgetrokken in machinale baksteen, de rest van het gebouw in handvorm baksteen. De wanden van schip, koor en transept zijn geleed door verdiept gelegen rondboogvelden, lisenen, cordon- en waterlijsten in hard- en kalksteen, verspringende tandlijsten en afsluitende rond- en spitsbooglijsten. De bakstenen steunberen van het schip, die, deels opgenomen in de massa van de zijbeuken, markant verrijzen boven de lessenaardaken, zijn afgedekt met kalkstenen blokken. In de lichtbeuk van het schip zijn per travee drie gekoppelde spitsboogvensters geplaatst, waarvan de middelste hoger is dan de flankerende. De zijbeuk heeft per travee twee spitsboogvensters, waarvan de koppen zijn afgesloten door een kalkstenen driepastracering. In de sluitingen van het transept zijn eenvoudige lancetvensters aangebracht, waarvan de omvattende boog is uitgevoerd in kalksteen en deels is geschulpt. Deze detaillering treft men ook aan in de vensters van de koorsluiting. Bovendien is hier maaswerk (dubbele lancet met vijfpastracering, bekroond door een zeslobbige rozet) aangebracht, en zijn de wanden van de koortraveeen voorzien van een achtlobbig roosvenster. De toren heeft een vierkante plattegrond en bestaat uit vier geledingen. In de eerste is het portaal aangebracht, voorzien van hardstenen plint, tegen de dagkanten geplaatste colonetten en een in een spitsboog gevat kalkstenen timpaan. Dit laatste is voorzien van een kleine oculus, gevat in een driepasboog.De dubbele, opgeklampte deur is voorzien van smeedijzeren sierbeslag. De deuren aan de noord- en zuidzijde van de toren zijn dichtgezet. Aan de zuidzijde bevindt zich een steen met de inscriptie "prim. lap. pos. W.P. van Lent past. AE. D. J. van Coll, J. Sengers, 28 martii 1871". De geledingen springen, naarmate men hoger komt, geleidelijk in. Belangrijkste elementen zijn een zeslobbig roosvenster in de tweede geleding en twee getrapte, gekoppelde spitsboognissen in de derde geleding. Boven deze nissen wordt zonder gebruik van steunberen of luchtbogen overgegaan tot een octogoon, dat bestaat uit een gesloten onderzijde met (niet meer gebruikte) rondnissen voor wijzerplaten, en een open bovenzijde met galmgaten en (nieuwe) wijzerplaten. De achtzijdige naaldspits is voorzien van lei in maasdekking en driehoekige dakkapellen. Tegen de noordelijke gevel van de toren is, deels geïntegreerd in de massa van zijbeuk en toren, over de hoogte van de eerste twee geledingen een achtkantige traptoren aangebracht. In de toren hangt een reeds eerder beschermde klok uit 1490, gegoten door Jan van Venlo. De koorpartij is omstreeks 1910 voorzien van een zevenzijdige, in stijl aangepaste aanbouw onder lessenaardak. De spitsboogvensters zijn voorzien van diefijzers. Centraal is in een risalerend deel, voorzien van een topgevel met getrapt fries en bekronend natuurstenen kruis, een opgeklampte deur geplaatst. Het spitsbogige bovenlicht heeft een eenvoudige gietijzeren tracering. Omstreeks dezelfde tijd zijn aan de noord- en zuidzijde van het koor sacristieruimten aangebouwd. Deze eenlaags gebouwtjes onder zadeldak hebben uiterst eenvoudige spitsboogvensters. In het interieur zijn onder meer van belang het zandstenen hoogaltaar (C.Weber, uitvoering J.Oor, 1872), het Maria-altaar en het H.Hartaltaar (C.Weber en J.Oor, 1878), een eikehouten lezenaar (XIXB), een koperen doopvont (1852), twee marmeren communiebanken (J.Custers, 1927), een Mariabeeld (eind XVII), een H.Clemensbeeld en een H.Jozefbeeld (C. Weber en J.Oor, 1878), een Jacobusbeeld uit omstreeks 1900, twee beelden aan de balustrade van het zangkoor (David, vrouwefiguur, 1881), een Staakmadonna (XIX), een beeldengroep van de H.Familie (Custers, 1929), zeven houten beelden (waarvan alleen H.Quirinusbeeld met oorspronkelijke polychromie), Custers, 1903-'07, kruisbeeld met zilveren corpus op houten balk (XIX), drie ramen in het priesterkoor (H. Drievuldigheid, Olijfhof, Annunciatie, 1895), geschilderde kruiswegstaties (A. Windhausen, Roermond, tot 1907)

Waardering

De kerk is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van het katholicisme in het zuiden. Het gebouw heeft architectuurhistorisch belang door de stijl en de detaillering, met name de min of meer romanogotische detaillering en is van belang als voorbeeld van de overgangsfase van Neo-Gotiek naar Neo-Romaans in het oeuvre van de architect Weber. Het heeft ensemblewaarden vanwege de bijzondere situering, verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van Nuenen en vanwege de samenhang met de overige bebouwing aan het Park. De toren van de R.K.Kerk vanwege een klok gegoten in 1490 door Jan van Venlo.

Toren

De toren van de R.K. Kerk vanwege een klokkenstoel met klok van J. van Venlo, 1490, diam. 135 cm. Mechanisch torenuurwerk, M. v.d. Kerkhof.

Pastorie

Tweelaags R.K. PASTORIE van de H. Clemensparochie, gebouwd in 1910. De blokvormige pastorie is opgetrokken in Overgangsstijl.Het gebouw ligt direct ten zuiden van het kerkgebouw.

Omschrijving

Het gebouw heeft een rechthoekige plattegrond, is twee bouwlagen hoog en heeft een platdak met schilden, waarop lei in Maasdekking is toegepast. De risalerende hoekpartij met hoge schoudergevel bepaalt het aanzien van de gevel. Tegen de risaliet is op de begane grond een driezijdig gesloten erker onder lessenaardak geplaatst. Het gedeelte van de gevel ter linkerzijde van deze risaliet bestaat uit twee vensterassen. Rechts van de risaliet ligt een terugliggend en lager bouwdeel met het portiek, deels onder zadeldak met verbeterde Hollandse pannen. Twee op het dak geplaatste schoorstenen, alsmede een tweetal tegen het dakschild geplaatste met zinken pirons bekroonde dakkapellen, verlevendigen het silhouet. De gevel is opgetrokken uit baksteen en heeft een hardstenen plint. De schoudergevel wordt bekroond door een hoge hardstenen trap, waarop een smeedijzeren windvaan is geplaatst. In het gehele pand zijn houten kruisvensters toegepast, voorzien van openslaande vensters met bovenlichten, rolluiken en kunststenen strekken. In de risaliet zijn afwijkende vensters: boven de erker is een samengesteld houten kruisvenster met de dubbele breedte van de overige vensters. Daarboven verrijzen drie smalle en hoge rondboogvensters. Het middelste venster heeft ongeveer de dubbele hoogte van de flankerende.

Het portiek is gevat in een tegen de zijgevel van het hoofdgebouw teniet lopende rondboog. In het portiek een gevelsteen met de inscriptie: "prim. lap. pos. / A. van Grinsven past. / A.J. Prinsen / AED. F. de Greef / H. Sanders / A. van Kemenade / 29 maart 1910. In het portiek ligt een granito-vloer en zijn een marmeren brievenbus en een schoenschraper in het metselwerk opgenomen. Het plafond is kruisvormig gestuct. Tegen de noordelijke gevel is een gerabatte houten serre op bakstenen plint aangebouwd. Het tot het oorspronkelijk bouwplan horende gebouwtje heeft een platdak. De achtergevel heeft dezelfde kruis- en gekoppelde kruisvensters als in de voorgevel. Hier is in de openslaande delen van de vensters echter een extra regel aangebracht. Aan de achterzijde van de aanbouw met het portiek bevindt zich een voormalig koetshuis. In het interieur zijn onder meer van belang: een tochtportaal met paneeldeur en gegraveerd glas, een aangrenzende, aan de zuidzijde van het gebouw gelegen spreekkamer, de in plattegrond kruisvormige hal met aan de zuidelijke zijde een glasin-lood-venster, voorstellende de Goede Herder , geflankeerd door engelen, de dito vensters in het trapportaal, voorstellende gestileerde bloemen, de kamer-en-suite aan de achterzijde van het huis, met paneelschuifdeuren. In de hal en de belangrijkste kamers is een met ijzer beslagen plafond met kooflijst. Bijzonder is dat het een licht reliëf heeft doordat het plaatijzer kruisvormig gestempeld is.

Waardering

De pastorie is van algemeen belang. Zij heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het katholicisme in het zuiden en is tevens van belang voor de typologische ontwikkeling van de pastorie. Zij heeft architectuurhistorische waarde vanwege de stijl en de detaillering. Het gebouw heeft ensemblewaarden vanwege de bijzondere betekenis door de situering naast de kerk, nauw verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van Nuenen en vanwege de samenhang met de overige bebouwing aan het Park.

Cultuurhistorische Waardenkaart

  • Bouwperiode: 1871
  • Bouwstijl: Overgangs-architectuur
  • Architect: Weber, K., Stuyt, J.
  • Gevels en Materialen: Baksteen. Natuurstenen sierdelen.
  • Vensters en Deuren: Spitsboogramen, rondramen met glas-in-lood.
  • Dak en Bedekking: Zadel- en lessenaardaken, achtzijdige spits en leien.
  • Bijgebouwen: Erachter kerkhof met kastanjebomen, twee gietijzeren kruisjes op kindergraven, drie priestergraven waarvan een neogotisch uit 1889 geplaatst voor een gietijzeren Calvariegroep en schuurtje en baarhuisje onder zadeldak met oud Hollandse dakpannen.
  • Interieur: Het koor met kastenomgamg. Gedenksteen. Gebouwd naar ontwerp van K. Weber , sacristie later aangebouwd door J. Stuyt.
  • Bijzonderheden: Het geheel typerend voor de katholieke herleving, gaaf voorbeeld van het werk van K. Weber en deel van een historische stedebouwkundige structuur.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur