Handelingen

Rotterdam, Coloniastraat 25 - De Brandaris

Uit Reliwiki

Versie door Pa3ems (Overleg | bijdragen) op 18 okt 2019 om 13:20 (Orgel)


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object:
Genootschap:
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Rotterdam
Plaats: Rotterdam
Adres: Coloniastraat 25
Postcode: 3024TA
Inventarisatienummer: 03084
Jaar ingebruikname:
Architect: Hendrik Sutterland
Huidige bestemming: Evangelische gemeente De Brandaris (2013)
Monument status: geen



Geschiedenis

Grote kerk zonder toren.

In gebruik genomen na tijdelijk onderkomen van de Chr. Geref. Kerk Rotterdam-West in Hulpkerk aan de Schoonderloostraat (1923-1934). Gebouwd door aannemer J. Amesz uit Gouda naar ontwerp van de Rotterdamse architect Hendrik Sutterland. Verbouwing in 2010.

Gebouw

Kerkgebouw met kenmerken van de 'Delftse School' (zie onder), onder andere te zien aan baksteengebruik en romaanse stijlelementen, waaronder rondbogen. In figuratie en aan de rijzige vensters zijn ook nog invloeden van de Art deco op te merken. Metselwerk waalsteen in waalformaat.

Stedenbouwkundig ingepast als 'straatkerk' in rooilijn van een gesloten bouwblok. Hal met zadeldak met keramische zwarte pannen. Door het zadeldak met een lagere goothoogte dan naastgelegen woningen te laten starten wordt in deze smalle straat visueel het schaalverschil met aansluitende bebouwing overbrugd. Architectonische accent ligt aan de straatgevel.

De entree wordt gevormd door drie gelijke rondgetoogde dubbele portalen, die in het interieur achter te kansel worden herhaald. Boven de entreepartij bevindt zich een groot roosvenster.

Interieur

Straatzijde is achterzijde van de kerkzaal, die daarvandaan een meter hellend afloopt richting kansel. Het interieur is kenmerkend voor de gereformeerde traditie: de kerkvloer is voor het grootste deel gevuld met zitplaatsen, alle gericht op de kansel. Deze bestaan voor het grootste deel uit vaste eiken banken en voor een klein deel losse stoelen voor oorspronkelijk totaal 800 mensen. Achter in de zaal bevindt zich een grote insteekverdieping -galerij- met nog eens circa 250 zitplaatsen. Voetverwarming per bank door middel van een buisradiator.

Met zijn robuuste vorm, materiaalgebruik en accent op opengeslagen Bijbel is de kansel -het Woord- het duidelijke middelpunt van samenkomst. Het is opgetrokken uit rode miskleurige baksteen en symboliseert het oudtestamentische altaar: Gods Woord als Verzoening. De hoeken zijn afgezet met smeedijzeren gebogen staven, die de hoornen van het altaar representeren. Deze vorm wordt in het daarboven gelegen orgel enkele keren geciteerd. In de voorzijde van de kansel zou in het metselverband een kruis te herkennen zijn. Het is in vorm een vergrote variant van de houten kansel uit de eerder gebruikte 'hulpkerk' aan de Schoonderloostraat (zie daar).

Aan weerszijden van de kansel bevinden zich zitbanken voor ouderlingen en diakenen, waarvan elke groep als één meubel toont. Met de kansel wordt met deze opstelling de weerslag van het drievoudig ambt van Christus neergezet: Profeet (predikant-boodschap van God), Priester (ouderling -geestelijke zorg-) en Koning (diaken -materiële zorg-).

Boven deze kerkenraadsbanken hingen twee zwartgepolitoerde en goudbeschreven wetstafels met eiken omlijsting in Amsterdamse Schoolstijl, met daarop de tien geboden uit Exodus 20. Deze waren afkomstig uit de Hulpkerk aan de Schoonderloostraat en zijn thans overgebracht naar de christelijke gereformeerde kerk in Barendrecht.

Met coulissewerking in de gevel achter kansel en orgel wordt het hemelse gesuggereerd. Het bestaat boven en onder het orgel uit twee schijven. De voorste is wit en geeft door een aantal togen zicht geeft op de -oorspronkelijk- hemelsblauwe achtergevel. De toog boven het orgel is getrapt en volgt daarmee de getrapte bogen van het dakgewelf van donkergekleurd Oregon Pine. Deze opbouw zorgt voor een opwaartse werking in de beleving van de ruimte (zie ook orgel).

Modernistisch zijn het losse meubilair (buisframestoelen) en de verlichting (Gispen). De vloer in de loopgebieden is bedekt met effen kurklinoleum. Paden zijn zijdelings afgezet met een band linoleum in afwijkend dieprood, wat het relatief goedkope materiaal een voorname uitstraling geeft. Het linoleum geeft bovendien betere grip op deze licht hellende routes dan het in de entrees toegepaste keramische vloertegelwerk.

Vanuit de gereformeerde traditie werden behandelde Bijbelgedeelten, tien geboden en geloofsbelijdenis voorgelezen door een ouderling. Deze traditie heeft de gemeente Rotterdam-West tot het laatst toe gekend. De oorspronkelijke opstelling van de katheder van deze voorlezer stond centraal voor de kansel, met daarachter de aan de kansel vastgemetselde sokkel van de doopvont. Eind jaren veertig zijn deze vervangen door demontabel meubilair, waardoor het podium geschikt werd voor een kooropstelling en het dopen beter zichtbaar werd vanuit de kerkzaal. De nieuwere katheder bevindt zich recht van het midden en de doopvont links daarvan. Daartussen bevindt zich een doophek, alles uitgevoerd met instemming van Hendrik Sutterland sr.

Orgel

Orgelbouwer: G. van Leeuwen & Zn, Leiderdorp, 1934, onder advies van Piet van den Kerkhoff, organist van het Walcker-orgel van de Nieuwe Zuiderkerk en J.H.Besselaar jr, organist van de Grote of Sint Laurenskerk. Pneumatische kegelladen, 21 stemmen, verdeeld over twee manualen voor hoofd- en zwelwerk en vrij pedaal. Speeltafel beschikt over zes speelhulpen, onder andere vrije combinaties en zwelpedaal. Om technische redenen is medio jaren zeventig de vanuit de kerkzaal niet zichtbare speeltafel verplaatst van centraal onder het hoofdwerk naar rechts van het midden.

  • Ontwerp orgelfront: Hendrik Sutterland, architect van het gebouw, 1934
  • Ontwerp membraandak: Wessel Reinders, 1998. Aangebracht als bescherming tegen invallend stof in pijpwerk.

Bijzonder zijn de groepen gelijke sierpijpen, die zich van onder naar boven sprongsgewijs naar het midden opbouwen van breed, horizontaal, naar smal en vertikaal. De apotheose van dit visuele jubelspel wordt gevormd door de middelste groep lange -werkende- pijpen, die in een punt eindigen. Vanuit het horizontaal aardse, verticaal verwijzend naar goddelijke. Benadrukt door de hemelsblauwe zwelkast en gevel daarachter. In perspectief verder versterkt door een kleinere groep sierpijpen die als rugwerk aan de rand van de orgelgalerij zijn aangebracht, op een voet met opgaande gebogen belijning.

Met het later aangebrachte schermdak is dit spel gerespecteerd en ondersteund door het uit te voeren als een opgaand gebogen membraan achter de oorspronkelijke compositie aan pijpwerk.

Achter de hoogste pijpen werkt een klein veelkleurig roosvenstertje als een stralenkrans. Het glas-in-lood hiervan is symmetrisch Art deco, maar doet met het primair kleurgebruik en vakverdeling ook denken aan glaswerk van Theo van Doesburg en zijn groep De Stijl, waarvan ook Piet Mondriaan en Gerrit Rietveld deel uit maakten.

Verdere wijzigingen

De halfronde toog achter stenen kansel is rond 1950 dichtgezet vanwege tochtproblemen bij de voorganger.

De twee smeedijzeren straatlantaarns tussen de entreedeuren zijn verwijderd vanwege vandalisme. Eén ervan is gerestaureerd en hangt in het achterliggende zalencomplex.

Toekomst

De CGK-gemeente Rotterdam-West, eigenaar en gebruiker, heeft op 1 juli 2009 in het gebouw haar laatste dienst gehouden. In die dienst is de gemeente opgeheven. In de wijk Delfshaven wordt de gemeente in zekere zin voortgezet als diaconaal- missionair project 'Thuis in West'.

De twee wetstafels zijn overgebracht naar het kerkgebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Barendrecht. Trouwstoelen en knielbank (eiken en groen velours) zijn overgebracht naar de Hersteld Hervormde Kerk in Waddinxveen. Het zilveren doopbekken, dat bestaat uit gespaard zilverwerk van gemeenteleden, wordt overgebracht naar de nieuw te bouwen Christelijke Gereformeerde Immanuëlkerk op Urk.

Het kerkgebouw is in februari 2010 verkocht aan de Evangelische gemeente De Brandaris. Het wordt door hen verbouwd om het geschikt te maken voor haar gemeentewerk en samenkomsten. Binnen het bestaande bouwvolume zal daartoe een groot oppervlakte aan zaalruimte worden gecreëerd. Het ontwerp daarvoor toont een gedurfde ingreep met daarin tegelijk veel respect voor monumentaliteit en kenmerken van het gebouw.

Architect Hendrik Sutterland

Koudekerk aan den Rijn, 19 februari 1889 – Rotterdam, 21 september 1964

Hendrik Sutterland was vooral actief in de katholieke bouw. Vele kerken, ook protestantse, in de regio Rotterdam, zijn van zijn hand. Hij was voor de start van zijn eigen bureau werkzaam bij de architecten Granpré Molière en Verhagen, en langere tijd bij Piet Buskens. Ook vele kerken en gebouwen zijn van zijn hand, die officieel op naam van de architecten staan bij wie hij in loondienst was. Dit geldt onder anderen voor de Kathedrale Kerk H.H, Laurentius en Elisabeth aan de Mathenesserlaan en de R.K. HBS Sint Franciscuscollege aan de Beukelsdijk (1922-1924). Deze laatste met duidelijke invloeden van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright.

Ook ontwierp hij de tijdelijke Rotterdamse Schouwburg, als vervanging van de in de Tweede Wereldoorlog gebombardeerde Groote Schouwburg. Doordat deze tijdelijke schouwburg was opgetrokken uit 1.700.000 afgebikte stenen, die bij het puinruimen beschikbaar waren gekomen, had het gebouw grote symbolische waarde als wederopbouwmonument. De sloop in 1987 ging veel Rotterdammers aan het hart, maar het was hard aan vervanging toe.

Enkele woonhuizen van zijn hand zijn Woonhuis De Tempel aan de Delftweg 186, en woonhuizen aan Plaszoom 7 en ’s Gravenweg 109. Alle te Rotterdam.

Hendrik Sutterland schreef en tekende in 1945 de uitgave ‘De Geschiedenis van de Bouwkunst’, als leerstof voor het bouwkunstonderwijs. In geactualiseerde vorm wordt dit werk, inclusief veel van zijn tekeningen, nog altijd uitgegeven en gebruikt op de technische opleidingen.

Delftse School

Deze traditionalistische architectuurstroming bewoog zich begin van de 20e eeuw parallel aan het modernistische functionalisme. Ontstaan op initiatief van architect Marinus Jan Granpré Molière, hoogleraar Esthetica aan de Technische Hogeschool in Delft. Hendrik Sutterland is bij zijn bureau enige tijd in dienst geweest.

Bij het functionalisme volgde idealiter de vorm louter uit de functie en werd gebroken met oude hiërarchiën en traditie. Zoveel mogelijk werd gebruik gemaakt van nieuwe industrieel vervaardigde materialen en gekozen voor ‘de vooruitgang’. De bouwtraditie tot dan toe, met veelal willekeurige toepassing aan oude bouwstijlen en ornamentiek, werd geassocieerd met de destructie van recente oorlogen, met als dieptepunt de Eerste Wereldoorlog.

Ook de ‘Delftse School’ streefde naar breuk met willekeur en ongebreidelde decoratie, maar wilde geworteld zijn in de zuiver bevonden vroegchristelijke en middeleeuws westerse cultuur, gebaseerd op de scholastieke ordeningsfilosofie van de middeleeuwse filosoof Thomas van Aquino. Er diende gebruik gemaakt te worden van ‘zuivere’ materialen, zoals hout, metselwerk, natuursteen en het uit de aarde voortkomende baksteen. Daarbij werd afhankelijk van de functie van het gebouw een principieel hiërarchisch onderscheid gemaakt in toegepaste bouwstijl, materialisatie en detaillering. Woningen, overheidsgebouwen en sacrale ruimtes kregen elk hun geëigende vormgeving, en waren daarin niet inwisselbaar. Woningen waren stijlvol, maar ‘aards’ en sober vormgegeven en gematerialiseerd. Een overheidsgebouw lag hoger in de hiërarchie en werd als machtscentrum rijker vormgegeven, zonder overdadig te worden. Kerkbouw nam een speciale plek in. Door haar wijding aan God week de architectuur af van woon- en overheidgebouwen. Alleen aan kerkbouw was teruggrijpen op oude sacrale westerse bouwkunst voorbehouden, met de Romaanse als meest elementaire voorbeeld. In de Coloniastraat is temidden van de eveneens vanuit het traditionalisme gebouwde woonwijk dit onderscheid goed af te lezen. Het kerkgebouw heeft met het hoge zadeldak, indeling van de voorgevel en hoge smalle neo-romaanse beglazing een opwaartse oriëntatie, tegenover horizontaal belijning van de omliggende bebouwing.

In de media

Uit Reformatorisch Dagblad, 4 november 2008.

De christelijke gereformeerde kerk (cgk) te Rotterdam-West wordt naar verwachting volgend jaar zomer opgeheven. Voornaamste reden is het steeds verder teruglopende ledental. Telde de gemeente begin dit jaar nog 97 leden, eind 2009 zullen dit er, zoals het er nu uitziet, zo’n 40 zijn, zegt de voorzitter van de kerkenraad, H. L. Groenenboom. „Dit voorjaar hebben vijf gezinnen besloten te vertrekken. Je ziet ouders toch voor hun kinderen kiezen - die worden groter, moeten naar catechisatie, maar ja, in Rotterdam… Dit heeft een kettingreactie op gang gebracht. Veel gemeenteleden wonen ook al elders: in Capelle aan den IJssel, in Klaaswaal. Zelf woon ik in Ooltgensplaat. Er is nog maar een enkeling die vlak bij de kerk woont.” Rotterdam-West, tegen Delfshaven aan, wordt voor een groot deel bevolkt door allochtonen.

Op 17 september heeft de kerkenraad een peiling gehouden onder de gemeenteleden, aldus Groenenboom. Zij kregen drie vragen voorgelegd: hoe zij stonden tegenover het opheffen van de gemeente, hoe zij ertegenover stonden om dit per zomer 2009 te doen en wat zij vonden van verdere planvorming om te komen tot een doorstart als zendingsgemeente. Alle drie de vragen werden door een „ruime meerderheid” positief beantwoord, zegt de kerkenraadsvoorzitter. „Met het voorstel voor verdere planvorming om als ICF-achtige gemeente, als zendingsgemeente, door te gaan, ging zelfs 80 procent akkoord.”

Een week voor de peiling, op 11 september, had een bidstond plaats, die in het teken stond van het voortbestaan van de gemeente. Hierin ging ds. A. van Ek uit Spijkenisse voor. „Dat heeft veel mensen bijzonder goed gedaan. Een besluit nemen over het al dan niet opheffen van een gemeente is niet zomaar iets. Sommige gemeenteleden hebben de Tweede Wereldoorlog nog meegemaakt!” Ds. Van Ek sprak over Psalm 25:12: „Wie is de man, die den Heere vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te verkiezen.” Groenenboom geeft aan dat, hoewel nog niet definitief tot opheffing van de gemeente is besloten, het daar op termijn wel toe zal komen. Een commissie onderzoekt hoe de christelijke gereformeerde kerk te Rotterdam-West „een ICF-achtige gemeente kan worden die zich ook gaat richten op de allochtone bevolking in de wijk.”

De cgk Rotterdam-West, geïnstitueerd op 19 november 1926, is al jaren vacant. Haar laatste predikant, ds. W. van Sorge, ging in april 2001 met emeritaat.

Uit Reformatorisch Dagblad, 10 februari 2009.

De christelijke gereformeerde kerk (cgk) in Rotterdam-West wordt per 1 juli opgeheven. De plaatselijke kerkenraad heeft hiertoe op 21 januari besloten, zo blijkt uit een bericht in het jongste nummer van het CGK-orgaan De Wekker. In een peiling spraken de leden van de gemeente zich uit voor opheffing. „Een gemeente opheffen waar ruim tachtig jaar Gods Woord mocht klinken en Gods Geest Zijn werk deed in harten van zondaren, en waar eenzelfde periode lief en leed is gedeeld, is niet zomaar iets”, schrijft de kerkenraad in De Wekker. „Toch was een zeer ruime meerderheid van de leden ervan overtuigd dat er binnen de gegeven omstandigheden geen andere keuze mogelijk was.” Het ledental van de Rotterdamse cgk liep steeds verder terug.

Op dit moment is een voorbereidingscommissie bezig met onderzoek naar mogelijkheden om „een missionair-diaconaal project achter te laten” in de wijk Rotterdam-Delfshaven, waar het kerkgebouw staat, schrijft de kerkenraad verder. In november vorig jaar gaf de voorzitter van de kerkenraad, H. L. Groenenboom, in deze rubriek aan dat de commissie onderzocht hoe de Rotterdamse cgk „een ICF-achtige gemeente kan worden die zich ook gaat richten op de allochtone bevolking in de wijk.” Is dit nu van de baan? Groenenboom: „Het onderzoek naar mogelijkheden om een missionair-diaconaal project achter te laten gebeurt in de hoop dat daaruit een zogenoemde zendingsgemeente zal ontstaan. Dat kan men een ICF-achtige gemeente noemen, maar beter is om dat niet te doen – het zal niet om een kloon van de ICF in Rotterdam-Charlois gaan, maar om een echt nieuwe gemeente.”

Vóór 1 juli moet duidelijk zijn of er daadwerkelijk zo’n project van start gaat of niet, aldus Groenenboom.

Uit Reformatorisch Dagblad, 27 juli 2010.

Drieëntachtig jaar kwam de christelijke gereformeerde kerk (cgk) Rotterdam-West samen, vanaf 1934 in het kerkgebouw aan de Coloniastraat 25. In verband met het steeds verder teruglopende ledental werd de gemeente per 1 juli 2009 opgeheven. Recent is het bedehuis verkocht aan evangelische gemeente De Brandaris. Naar aanleiding van de opheffing heeft de voormalige kerkenraad een „bijzonder fotoboek” uitgegeven, laat deze weten. De uitgave, met ringband, is te bestellen bij K. Kok, tel. 06-51782493, fax 010-2020532 en e-mail k.kok@houtwerf.nl. De prijs bedraagt 19,90 euro.

Uit Reformatorisch Dagblad, 1 oktober 2013.

De evangelische gemeente De Brandaris in Rotterdam heeft op 15 september haar eerste dienst gehouden in het voormalige kerkgebouw van de christelijke gereformeerde kerk Rotterdam-West, aan de Coloniastraat. De gemeente kocht het pand in 2010. Daarna is het grondig verbouwd. „We beschikken nu over een multifunctioneel gebouw met drie verdiepingen, veel ruimtes en veel gebruiksmogelijkheden”, laat secretaris Wim Wols weten. Het pand 
is omgebouwd naar de eisen van deze tijd, „met respect voor de monumentaliteit” van de typische jarendertigbouw. De Brandarisgemeente, die rond 1960 als een kleine huisgemeente ontstond, heeft tot voor kort altijd samenkomsten gehouden in scholen in Rotterdam. Op 14 september hebben de omwonenden kennis kunnen maken met het gebouw. Op 1 november houdt De Brandaris open huis voor iedereen die bij de renovatie betrokkenen was. De cgk Rotterdam-West werd op 1 juli 2009 opgeheven. In verband daarmee moest er een andere bestemming worden gezocht voor het kerkgebouw.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur