Handelingen

Rottevalle, Buorren 18 - Dorpskerk: verschil tussen versies

Uit Reliwiki

k (Geschiedenis)
(Geschiedenis: Spaties, interpunctie)
Regel 53: Regel 53:
  
 
==Geschiedenis==
 
==Geschiedenis==
n het centrum van het dorp staat op een verhoogd kerkhof de in 1724 gebouwde voormalige hervormde kerk. Aanvankelijk behoorden de Hervormde leden van Rottevalle bij de kerk van Opeinde. In het begin van de 18eeeuw  was Rottevalle zodanig gegroeid, dat men zelf over een kerk met consistorie en pastorie wilde beschikken. Het geld voor de bouw moest door de inwoners zelf worden opgebracht. Maar omdat de meeste Rottevallers: (citaat) “ mensen zijn die met hun handen de kost verdienen en dus onvermogend zijn, zijn zij niet in staat dit grote werk tot een gelukkig einde te brengen” . Er werd dan ook al een tijdje gespaard  door de eigen inwoners en er werden giften ontvangen van onder andere de Grytman van Achtkarspelen. Hij gaf 100 gulden en Dirk Gerbens gaf een stuk land. Maar het schoot onvoldoende op en daarom werd er bij Gedeputeerde Staten van Friesland toestemming gevraagd en verkregen voor het houden van een collecte. In het najaar van 1724 en in het voorjaar van 1725 werdin  heel Friesland en ook in Groningen gecollecteerd.  Omdat er nog steeds onvoldoende geld beschikbaar was,   lukte het uiteindelijk om ook van de burgemeester van Amsterdam toestemming te krijgen om in deze stad te collecteren tot een bedrag van 2.000 gulden. De collectanten Bernardus Rommerts , diaken, en Tadeus Liebes, schoolmeester, gingen samen op pad en namen ook gelijk Broek inWaterland en Haarlem mee. De mannen kwamen met 2127 gulden thuis. Hare Hoogheid de Vorstinne Maria Louise van Hessel Kassel, de weduwe van Johan Willem Friso en de Hoogmogende Heren van de provincie Friesland gaven 178 gulden. Uiteindelijk was er genoeg geld om de bouw, die in 1724 begon, te betalen. Wanneer in april 1726 de bouwrekening wordt afgesloten, resteert er zelfs een positief saldo van 31 gulden. Er is 7060 gulden voor de bouw uitgegeven en in totaal 7091 gulden ontvangen.De  kerk  is  een  sober gebouw van het type zaalkerkmet een vrij kleine klokkentoren met uurwerk. Het kerkgebouw heeft geen bijzondere stilistische kenmerken, waardoor ‘Ambachtelijk-traditioneel’de meest voor de hand liggende stijlbenaming is. Het kerkje is opgetrokken in schone baksteen vanuit een rechthoekige plattegrond met hierop aansluitend een driezijdig koor dat naar het oosten gericht is. De kerk staat onder eenmet gesmoorde Hollandse pannen, gedekt zadeldak. De gevels  
+
In het centrum van het dorp staat op een verhoogd kerkhof de in 1724 gebouwde voormalige hervormde kerk. Aanvankelijk behoorden de Hervormde leden van Rottevalle bij de kerk van Opeinde. In het begin van de 18e eeuw was Rottevalle zodanig gegroeid, dat men zelf over een kerk met consistorie en pastorie wilde beschikken. Het geld voor de bouw moest door de inwoners zelf worden opgebracht. Maar omdat de meeste Rottevallers: (citaat) “ mensen zijn die met hun handen de kost verdienen en dus onvermogend zijn, zijn zij niet in staat dit grote werk tot een gelukkig einde te brengen”. Er werd dan ook al een tijdje gespaard  door de eigen inwoners en er werden giften ontvangen van onder andere de Grytman van Achtkarspelen. Hij gaf 100 gulden en Dirk Gerbens gaf een stuk land. Maar het schoot onvoldoende op en daarom werd er bij Gedeputeerde Staten van Friesland toestemming gevraagd en verkregen voor het houden van een collecte. In het najaar van 1724 en in het voorjaar van 1725 werd in heel Friesland en ook in Groningen gecollecteerd.  Omdat er nog steeds onvoldoende geld beschikbaar was, lukte het uiteindelijk om ook van de burgemeester van Amsterdam toestemming te krijgen om in deze stad te collecteren tot een bedrag van 2.000 gulden.  
zijn voorzien van rondboogvormige gevelopeningen en schieters. De voorgevel wordt bekroond door een vierkante met leien in maasdekking beklede klokkentoren met galmgaten in alle zijden en een uurwerk met het jaartal 1980 op de wijzerplaat. De toren heeft een ingesnoerde octogonale spits die eveneens is gedekt  met leien in maasdekking. In de toren bevindt zich een klok uit 1722, gemaakt door de Amsterdammer klokkengieter Jan Albert de Grave.Een aardig detail vormen de twee windwijzers: op de torenspits staat zoals meestal een haan als symbool van opstanding en waakzaamheid; op het nokeinde van het kerkdak staat een paard dat refereert aan het agrarisch verleden.Het interieur vande  kerk oogt, door de grote lichtinval en de heldere kleurstelling van het schilderwerk, erg licht. De kerkruimte wordt gedekt door een houten tongewelf. Bij een restauratie in 1968 is de vloer van plavuizen  voorzien en zijn losse  banken  geplaatst.  Hoeweleenvoudig van  uitvoering,  is  de  tegen  de  oostwand  geplaatste  preekstoel  het  meest  in  het oogspringende interieurstuk.  Deze  kansel  dateert  uit  het  stichtingsjaar van de kerk. De kuip is op de hoeken voorzien van gecanneleerde pilasters. Bijzonder is dat devervaardiger  zijn naam in de kapitelen gesneden heeft: Korneelis Meinis 1724. Naar alle waarschijnlijkheid gaat  het hier om de persoon die, op een uit 1764 daterende bewonerslijst van Drachten, als kastmaker vermeld wordt. Veernoemenswaardigis ook nog de bekleding van de preekstoel die nog intact is. In het laatste nr. (10  juni  2014) van Alde Fryske Tsjerkenstaat  een artikel van dhr. Sytse ten Hoeve over preekstoel bekleding als oude traditie. Op de houten lezenaar ligt een kansel-Bijbel uit 1682
+
De collectanten Bernardus Rommerts, diaken, en Tadeus Liebes, schoolmeester, gingen samen op pad en namen ook gelijk Broek in Waterland en Haarlem mee. De mannen kwamen met 2127 gulden thuis. Hare Hoogheid de Vorstinne Maria Louise van Hessel Kassel, de weduwe van Johan Willem Friso en de Hoogmogende Heren van de provincie Friesland gaven 178 gulden. Uiteindelijk was er genoeg geld om de bouw, die in 1724 begon, te betalen. Wanneer in april 1726 de bouwrekening wordt afgesloten, resteert er zelfs een positief saldo van 31 gulden. Er is 7060 gulden voor de bouw uitgegeven en in totaal 7091 gulden ontvangen.De  kerk  is  een  sober gebouw van het type zaalkerk met een vrij kleine klokkentoren met uurwerk. Het kerkgebouw heeft geen bijzondere stilistische kenmerken, waardoor ‘Ambachtelijk-traditioneel’de meest voor de hand liggende stijlbenaming is. Het kerkje is opgetrokken in schone baksteen vanuit een rechthoekige plattegrond met hierop aansluitend een driezijdig koor dat naar het oosten gericht is. De kerk staat onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt zadeldak. De gevels zijn voorzien van rondboogvormige gevelopeningen en schieters. De voorgevel wordt bekroond door een vierkante met leien in maasdekking beklede klokkentoren met galmgaten in alle zijden en een uurwerk met het jaartal 1980 op de wijzerplaat. De toren heeft een ingesnoerde octogonale spits die eveneens is gedekt  met leien in maasdekking. In de toren bevindt zich een klok uit 1722, gemaakt door de Amsterdammer klokkengieter Jan Albert de Grave. Een aardig detail vormen de twee windwijzers: op de torenspits staat zoals meestal een haan als symbool van opstanding en waakzaamheid; op het nokeinde van het kerkdak staat een paard dat refereert aan het agrarisch verleden.  
 +
Het interieur van de kerk oogt, door de grote lichtinval en de heldere kleurstelling van het schilderwerk, erg licht. De kerkruimte wordt gedekt door een houten tongewelf. Bij een restauratie in 1968 is de vloer van plavuizen  voorzien en zijn losse  banken  geplaatst.  Hoewel eenvoudig van  uitvoering,  is  de  tegen  de  oostwand  geplaatste  preekstoel  het  meest  in  het oog springende interieurstuk.  Deze  kansel  dateert  uit  het  stichtingsjaar van de kerk. De kuip is op de hoeken voorzien van gecanneleerde pilasters. Bijzonder is dat de vervaardiger zijn naam in de kapitelen gesneden heeft: Korneelis Meinis 1724. Naar alle waarschijnlijkheid gaat  het hier om de persoon die, op een uit 1764 daterende bewonerslijst van Drachten, als kastmaker vermeld wordt. Vernoemenswaardig is ook nog de bekleding van de preekstoel die nog intact is. In het laatste nr. (10  juni  2014) van "Alde Fryske Tsjerken" staat een artikel van dhr. Sytse ten Hoeve over preekstoel bekleding als oude traditie. Op de houten lezenaar ligt een kanselbijbel uit 1682.
 
* (Bron:[http://89.200.200.165/CMS/api/file/saft/58f50050fffe8ec6eb444df654228815/  Alde Fryske Tsjerken])
 
* (Bron:[http://89.200.200.165/CMS/api/file/saft/58f50050fffe8ec6eb444df654228815/  Alde Fryske Tsjerken])
  

Versie van 11 mei 2020 om 16:56


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Dorpskerk
Genootschap: PKN Protestantse gemeente Rottevalle
Provincie: Friesland
Gemeente: Smallingerland
Plaats: Rottevalle
Adres: Buorren 18
Postcode: 9221TA
Inventarisatienummer: 09507
Jaar ingebruikname: 1757
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 33993

Geschiedenis

In het centrum van het dorp staat op een verhoogd kerkhof de in 1724 gebouwde voormalige hervormde kerk. Aanvankelijk behoorden de Hervormde leden van Rottevalle bij de kerk van Opeinde. In het begin van de 18e eeuw was Rottevalle zodanig gegroeid, dat men zelf over een kerk met consistorie en pastorie wilde beschikken. Het geld voor de bouw moest door de inwoners zelf worden opgebracht. Maar omdat de meeste Rottevallers: (citaat) “ mensen zijn die met hun handen de kost verdienen en dus onvermogend zijn, zijn zij niet in staat dit grote werk tot een gelukkig einde te brengen”. Er werd dan ook al een tijdje gespaard door de eigen inwoners en er werden giften ontvangen van onder andere de Grytman van Achtkarspelen. Hij gaf 100 gulden en Dirk Gerbens gaf een stuk land. Maar het schoot onvoldoende op en daarom werd er bij Gedeputeerde Staten van Friesland toestemming gevraagd en verkregen voor het houden van een collecte. In het najaar van 1724 en in het voorjaar van 1725 werd in heel Friesland en ook in Groningen gecollecteerd. Omdat er nog steeds onvoldoende geld beschikbaar was, lukte het uiteindelijk om ook van de burgemeester van Amsterdam toestemming te krijgen om in deze stad te collecteren tot een bedrag van 2.000 gulden. De collectanten Bernardus Rommerts, diaken, en Tadeus Liebes, schoolmeester, gingen samen op pad en namen ook gelijk Broek in Waterland en Haarlem mee. De mannen kwamen met 2127 gulden thuis. Hare Hoogheid de Vorstinne Maria Louise van Hessel Kassel, de weduwe van Johan Willem Friso en de Hoogmogende Heren van de provincie Friesland gaven 178 gulden. Uiteindelijk was er genoeg geld om de bouw, die in 1724 begon, te betalen. Wanneer in april 1726 de bouwrekening wordt afgesloten, resteert er zelfs een positief saldo van 31 gulden. Er is 7060 gulden voor de bouw uitgegeven en in totaal 7091 gulden ontvangen.De kerk is een sober gebouw van het type zaalkerk met een vrij kleine klokkentoren met uurwerk. Het kerkgebouw heeft geen bijzondere stilistische kenmerken, waardoor ‘Ambachtelijk-traditioneel’de meest voor de hand liggende stijlbenaming is. Het kerkje is opgetrokken in schone baksteen vanuit een rechthoekige plattegrond met hierop aansluitend een driezijdig koor dat naar het oosten gericht is. De kerk staat onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt zadeldak. De gevels zijn voorzien van rondboogvormige gevelopeningen en schieters. De voorgevel wordt bekroond door een vierkante met leien in maasdekking beklede klokkentoren met galmgaten in alle zijden en een uurwerk met het jaartal 1980 op de wijzerplaat. De toren heeft een ingesnoerde octogonale spits die eveneens is gedekt met leien in maasdekking. In de toren bevindt zich een klok uit 1722, gemaakt door de Amsterdammer klokkengieter Jan Albert de Grave. Een aardig detail vormen de twee windwijzers: op de torenspits staat zoals meestal een haan als symbool van opstanding en waakzaamheid; op het nokeinde van het kerkdak staat een paard dat refereert aan het agrarisch verleden. Het interieur van de kerk oogt, door de grote lichtinval en de heldere kleurstelling van het schilderwerk, erg licht. De kerkruimte wordt gedekt door een houten tongewelf. Bij een restauratie in 1968 is de vloer van plavuizen voorzien en zijn losse banken geplaatst. Hoewel eenvoudig van uitvoering, is de tegen de oostwand geplaatste preekstoel het meest in het oog springende interieurstuk. Deze kansel dateert uit het stichtingsjaar van de kerk. De kuip is op de hoeken voorzien van gecanneleerde pilasters. Bijzonder is dat de vervaardiger zijn naam in de kapitelen gesneden heeft: Korneelis Meinis 1724. Naar alle waarschijnlijkheid gaat het hier om de persoon die, op een uit 1764 daterende bewonerslijst van Drachten, als kastmaker vermeld wordt. Vernoemenswaardig is ook nog de bekleding van de preekstoel die nog intact is. In het laatste nr. (10 juni 2014) van "Alde Fryske Tsjerken" staat een artikel van dhr. Sytse ten Hoeve over preekstoel bekleding als oude traditie. Op de houten lezenaar ligt een kanselbijbel uit 1682.

De hervormde kerk van Rottevalle is op 26 mei 2011 overgenomen door de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Bij die gelegenheid is een Plaatselijke Commissie (PC) geïnstalleerd, die verschillende culturele activiteiten ontplooit, in overleg met het naastgelegen dorpshuis. De kerk blijft beschikbaar voor erediensten, huwelijken en begrafenissen.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Herv. Kerk en Kerkhof. Eenvoudige dorpskerk uit 1724 waarin preekstoel uit het bouwjaar. Klokkestoel met klok van J.A. de Grave, 1722, diam. 59 cm. Mechanisch torenuurwerk B. Eijsbouts, Asten, eerste kwart 20e eeuw, later voorzien van electrische opwinding.

Orgel

Het orgel is gebouwd door L. van Dam in 1865 voor het Hervormd Gebouw Oosterkade (ook wel Schipperskerkje genoemd) in Leeuwarden. Van Dam maakte gebruik van onderdelen van een ouder kabinet orgel welke in 1857 in de Schipperskerk was geplaatst. Oa, het klavier is afkomstig van het oude kabinet orgel. In 1924 is het orgel overgeplaatst naar de Hervormde kerk in Rottevalle.


Afbeeldingen

Exterieur

Voormalige pastorie

Interieur