Handelingen

Utrecht, Biltstraat 123 - O.L. Vrouw ten Hemelopneming (1894 - 1972): verschil tussen versies

Uit Reliwiki

(Exterieur)
 
Regel 84: Regel 84:
 
Bestand:Biltstraatkerk-1908.jpg|1908
 
Bestand:Biltstraatkerk-1908.jpg|1908
 
Afbeelding:04427 Utrecht vm. RK. O.L.Vrouw ten Hemelopneming 1894 sloop 1972 Biltstraat 123 Utr..jpg
 
Afbeelding:04427 Utrecht vm. RK. O.L.Vrouw ten Hemelopneming 1894 sloop 1972 Biltstraat 123 Utr..jpg
 
+
Bestand:UtrechtOLVtHRK1.jpg | foto 1969, maker onbekend
 
File:Biltstraatkerk - Utrecht - 20234535 - RCE.jpg|A.J. van der Wal (RCE), Juni 1970
 
File:Biltstraatkerk - Utrecht - 20234535 - RCE.jpg|A.J. van der Wal (RCE), Juni 1970
 
</gallery>
 
</gallery>

Huidige versie van 25 sep 2020 om 16:36


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: O.L. Vrouw ten Hemelopneming
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Utrecht
Gemeente: Utrecht
Plaats: Utrecht
Adres: Biltstraat 123
Postcode: 3572AA
Jaar ingebruikname: 1894
Architect: Alfred Tepe (1840 - 1920)
Huidige bestemming: gesloopt
Monument status: geen


Geschiedenis

Gebouwd als R.K. parochiekerk O.L. Vrouw ten Hemelopneming aan de Biltstraat, ontworpen door W.V.A. Tepe (1840-1920), ingewijd in 1894. Bekend onder de bijnaam Biltstraatkerk vanwege de ligging aan de genoemde straat.

De kerk verving een kerkgebouw uit 1845, dat voor de groeiende parochie te klein was geworden. Ten tijde van de bouw van de Biltstraatkerk breidde de stad Utrecht zich uit aan de noord- en oostzijde.

De kolossale kerk behoorde tot de belangrijkste en grootste werken van architect Tepe. Ze was de monumentaalste en tevens grootste neogotische hallenkerk in Nederland.

Het was een grote driebeukige hallenkerk van acht traveeën diep, zonder dwarsschip en fronttoren, gebouwd onder invloed van de Westfaalse gotiek, kenmerkend in het oeuvre van architect Tepe. Het gebouw had rijzige beuken die inwendig even hoog waren. Het rijzige dak boven het middenschip stak uitwendig echter aanzienlijk boven de daken van de zijbeuken uit. De zijbeukstraveeën werden gedekt door afgewolfde steekkappen. Naast het koor bevonden zich driezijdig gesloten zijkapellen, terwijl de zijbeuken ter weerszijden van de voorgevel aan de Biltstraat tweezijdig waren afgesloten. Tegen de oostelijke uitbouw ten behoeve van het zangkoor stond een achthoekige traptoren met spits. De kerk had een gepleisterd interieur, dat in de loop der jaren in witgrijs was overgeschilderd en werd overdekt door kruisribgewelven. De gewelven en daken rustten op rijzige ronde zuilen met ongebeeldhouwde lijstkapitelen - hetgeen ook typerend in het oeuvre van Alfred Tepe was. De zandstenen altaren waren afkomstig uit het atelier van Friedrich W. Mengelberg en de gebrandschilderde vensters werden in de ateliers van Heinrich Geuer en Otto Mengelberg vervaardigd. Tegen de wanden achter het hoofd- en de zijaltaren bevonden zich decoraties, vervaardigd met de zogenaamde vermurailtechniek (muurglasschildering), door Joep Nicolas uit 1930. Het orgel uit 1810 van de Utrechtse orgelbouwer A. Meere stond in het zangkoor aan de oostzijde. Dit heeft achtereenvolgens in de twee vorige kerken gestaan. In 1895 is het pijpwerk uitgebreid door de firma Maarschalkerweerd. Dit orgel bestaat nog steeds (zie hieronder).

Als gevolg van teruglopend kerkbezoek is de kerk buiten gebruik gesteld en vervolgens gesloopt in de zomer van 1972. De laatste viering in deze kerk vond plaats op zondag 13 februari 1972. Het grootste deel van de rijke neogotische uitmonstering van de kerk is bij de sloop ervan verloren gegaan. Enkele medaillons van een zijaltaar zijn overgebracht naar de St. Catharijnekathedraal. Ook enkele roerende inventarisstukken zijn naar elders overgebracht. De slotfase van de sloop betrof het neerhalen van de oostelijke traptoren op 19 augustus in het genoemde jaar (zie foto's op de website van het Utrechts Archief). Op de vrijgekomen grond werd in 1974 een kleinere kerkzaal in een nieuw complex gebouwd, die in 1992 ook aan de eredienst is onttrokken. Thans zit hierin een kinderdagverblijf. De voormalige, monumentale pastorie aan de Biltstraat is blijven staan. Ook het Meere-orgel uit 1810 is als gezegd behouden. Dat heeft sinds de sloop van de Biltstraatkerk in de nieuwe kerkzaal gestaan en verhuisde na de sluiting hiervan naar de St. Aloysiuskerk aan de Adriaan van Ostadelaan. Dit orgel heeft thans de status van rijksmonument.

Naar aanleiding van de sloop van deze kerk werd in de zomer van 1973 een tentoonstelling opgezet in het toenmalige Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht (thans Catharijneconvent). De titel van deze tentoonstelling was "Het Gat in de Biltstraat". Thema was de teloorgang van veel neogotische kerken en hun inventaris, die toen aan de orde was. Van deze tentoonstelling is toen ook een catalogus verschenen, met foto's van (de ontluisterende sloop van) deze kerk. In tentoonstelling en catalogus was ook aandacht voor andere neogotische kerken in Utrecht, o.a. de (toen nog niet gesloopte, maar wel gesloten), St. Monicakerk.

De nog wel bestaande, voormalige, R.K. Kerk St. Jan de Doper aan de Verlengde Hoflaan in Arnhem lijkt in veel opzichten op deze voormalige kerk in Utrecht: hallenkerk, plattegrond, galerij met orgel in rechter zijbeuk, Mengelberg altaren, traptoren tegen de rechter zijbeuk. De Arnhemse kerk is echter aanzienlijk kleiner van omvang dan de Biltstraatkerk was. Een andere nog bestaande kerk van Alfred Tepe, gelijkend aan de Biltstraatkerk, is de O.L. Vrouw Geboortekerk in Losser uit 1903, die tevens één van de laatste werken van de architect is.

Voorgaande gebouwen

Externe links

Afbeelding

Exterieur

Interieur