Handelingen

Varik, Grotestraat 21 - Petrus en Paulus: verschil tussen versies

Uit Reliwiki

Regel 90: Regel 90:
 
Afbeelding:12288 Varik RK. Petrus Paulus 1879 Gld foto. kerkenverzamelaar (17).JPG|© AvD.
 
Afbeelding:12288 Varik RK. Petrus Paulus 1879 Gld foto. kerkenverzamelaar (17).JPG|© AvD.
 
Afbeelding:12288 Varik RK. Petrus Paulus 1879 Gld foto. kerkenverzamelaar (10).JPG|© AvD.
 
Afbeelding:12288 Varik RK. Petrus Paulus 1879 Gld foto. kerkenverzamelaar (10).JPG|© AvD.
Afbeelding:12288 Varik RK. Petrus Paulus 1879 Gld foto. kerkenverzamelaar (13).JPG|© AvD.
+
Afbeelding:12288 Varik RK Petrus Paulus 1879 Gld foto kerkenverzamelaar (15).jpg|© AvD.
Afbeelding:12288 Varik RK. Petrus Paulus 1879 Gld foto. kerkenverzamelaar (15).JPG|© AvD.
 
 
Afbeelding:12288 Varik RK. Petrus en Paulus 1879 Grotestraat 21 Gld. opname 2000 foto. Edward Ippel Hoorn (1).jpg|opname 2000  ©  E.I.H.
 
Afbeelding:12288 Varik RK. Petrus en Paulus 1879 Grotestraat 21 Gld. opname 2000 foto. Edward Ippel Hoorn (1).jpg|opname 2000  ©  E.I.H.
 
</gallery>
 
</gallery>

Versie van 27 feb 2012 om 23:06


Algemene gegevens
Genootschap : Rooms Katholieke Kerk
Gemeente : Neerijnen
Plaats : Varik
Adres : Grotestraat 21
Provincie : Gelderland
Jaar ingebruikname : 1879
Huidige bestemming: kerk
Naam kerk : Petrus en Paulus
Architect : Tepe, A.
Monument-status: Rijksmonument
Inventarisatienummer : 12288


Geschiedenis

Omschrijving Kerk


De pseudobasilisk `H.H. Petrus en Paulus' is gesitueerd aan de westzijde van de Grotestraat binnen de bebouwde kom van Varik. De gevels zijn voorzien van een uitkragend trasraam met afgeschuinde waterlijst en verscheidene gemetselde steunberen met meerdere bakstenen / leien afzaten. De kerk is opgebouwd uit een kerktoren met traptoren, een driebeukig schip, een transept, een driezijdig koor met zijkapellen, een ingangsportaal en een sacristie.

Het SCHIP geplaatst tegen de oostzijde van de kerktoren bestaat uit een hoog middenschip afgesloten door een zadeldak met lager geplaatste zijbeuken afgesloten door een lessenaarsdak gedekt met leien in koeverdekking. Het lessenaarsdak eindigt vlak onder de bakgoot met bakstenen tandlijst onderbroken door steunberen van de middenbeuk. In beide dakschilden van het zadeldak bevinden zich twee, in elk lessenaardak drie regelmatig verdeelde dakkapellen. De dakkapellen bestaan uit een houten onderbouw afgesloten door een vierzijdig tentdak met zinken spitsbekroning. De gevels van de zijbeuken zijn identiek en bestaan uit vijf vensterassen van elkaar gescheiden door steunberen met uitgemetseld trasraam met afschuining, een bakstenen afzaat afgesloten door een afzaat gedekt met leien in maasdekking onder de bakgoot van het lessenaarsdak. In iedere vensteras bevindt zich een gedrukt spitsboogvenster met geprofileerde omlijsting en een drielicht glas-in-loodraam aan de onderzijde afgesloten door een afzaat.

Het TRANSEPT bevindt zich haaks op het schip met twee identieke tuitgevels aan de noord- en de zuidzijde. De gevel aan de zuidzijde wordt aan weerszijden geflankeerd door steunberen met één bakstenen en één met leien gedekte afzaat. Tussen de steunberen bevindt zich een stomp spitsboogvenster gevuld met twee maal twee identieke lancetvensters met bakstenen traceerwerk. Aan weerszijden van Het glas-in-loodraam bevindt zich een lancetvormig spaarveld met daarboven een rondvormig spaarveld met in relief een bakstenen davidster. Deze geleding wordt afgesloten door een bakstenen waterlijst met daarboven de tuitgevel. Centraal in de tuitgevel bevindt zich een spitsboogvormig spaarveld met twee lancetvormige spaarvelden met een segmentboogvormig glas-in-loodraam. Onder de spitsboog bevindt zich een rondvormig spaarveld. Dit spaarveld wordt aan weerszijden geflankeerd door twee rechthoekige spaarvelden. De gehele tuitgevel wordt afgesloten door een bakstenen ezelsrug. In de oost- en westgevel van het transept bevindt zich een spitsboogvormig venster met glas-in-loodraam bestaande uit lancetvensters met vorktracering. Het transept aan de noordzijde is identiek aan de zuidzijde met linksonder het aangrenzend tussenlid.

Het KOOR met ZIJKAPELLEN bevindt zich tegen de oostzijde van het transept. Het koor wordt afgesloten door een aangekapt schilddak met driezijdig eindschild. Het koor wordt aan weerszijden geflankeerd door een lage zijkapel afgesloten door een aangekapt schilddak met driezijdig eindschild met één dakkapel aan de noord- en zuidzijde. Het driezijdig hoog koor bestaat uit drie identieke vensterassen van elkaar gescheiden door een steunbeer met twee bakstenen afzaten en één met leien gedekte afzaat onder de bakgoot van het schilddak. In elke vensteras bevinden zich twee gekoppelde lancetvensters met vorktracering samengevat in een spitsboog aan de onderzijde afgesloten door een bakstenen afzaat. Aan de noord- en oostzijde van het koor bevindt zich één identiek venster. De zijkapellen hebben een identieke verdeling met in elke vensteras één glas-in-lood lancetvenster.

Aan de zuidzijde van de zuidelijke zijkapel bevindt zich een INGANGSPORTAAL afgesloten door een tuitgevel met achterliggend, aangekapt zadeldak. De ingangspartij bestaat uit een rechthoekige geklampte deur met twee lancetvensters met vorktracering in een spitsboog met rollaag.

De éénlaags SACRISTIE met rechthoekige plattegrond bevindt zich aan de noordzijde van de noordelijke zijkapel. De gevels worden afgesloten door een schilddak met aangekapt schilddak met driezijdig eindschild ter afsluiting van de vijfzijdige uitbouw aan de oostzijde. Op de nok bevindt zich een vierkante, bakstenen schoorsteenschacht afgesloten door een met leien gedekt tentdak. De zuidgevel grenst aan de zijkapel, de westgevel grenst aan het transept. In alle vijf de zijden van de uitbouw bevindt zich een kort lancetvenster met bakstenen afzaat van elkaar gescheiden door een steunbeer met twee afzaten. De uitbouw wordt aan weerszijden geflankeerd door een identiek venster. Rechts tegen de noordzijde bevindt zich het tussenlid.

De neogotische sjabloonschilderingen in het INTERIEUR zijn grotendeels bewaard gebleven onder de witte verflaag op de gepleisterde muren en gewelven. In het koor bevindt zich een neogotische tegelvloer met in het schip een terrazzo-vloer. Het priesterkoor is gewijzigd in 1953, waarna de oorspronkelijke communiebanken zijn hergebruikt als balustrade van de galerij in het noordelijk transept. De altaaropstand is destijds verwijderd, De preekstoel is verplaatst. De kerkbanken zijn voor 1940 vervangen. De kerk bestaat uit een brede middenbeuk met smalle zijbeuken opgedeeld in vijf traveeën. De zij- en middenbeuken zijn voorzien van kruisribgewelven ondersteund door zuilen, spitsboogvormige schei- en muraalbogen.

Waardering

R.-K. KERK `H.H. Petrus en Paulus gebouwd naar ontwerp van A. TEPE in 1877-1879 in neogotische stijl.

- Van architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een goed bewaard gebleven neogotische kerk naar ontwerp van A. Tepe. Als rooms katholieke dorpskerk van belang binnen het oeuvre van de architect Tepe.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging van de kerk aan de westzijde van de Grotestraat, de kerk met het koor gericht op het oosten. De toren van de kerk bepaalt in hoge mate het aanzien van het dorp Varik.

- Van cultuurhistorische waarde als voorbeeld van het type rooms katholieke kerk met pastorie. "Omschrijving

Toren

De KERKTOREN bestaat uit drie geledingen met aan de zuidzijde een vierzijdige traptoren over twee geledingen. De toren wordt afgesloten door een ingesnoerde naaldspits, de traptoren door een aangekapt schilddak met tweezijdig eindschild beide gedekt met leien in maasdekking. Alle zijden van de toren worden uiterst links en rechts begrensd door een steunbeer met twee bakstenen afzaten in de eerste geleding en één bakstenen afzaat ter afsluiting van de tweede geleding. De steunbeer over de tweede geleding is voorzien van een rechthoekig spaarveld. In de derde geleding gaat de steunbeer over in een overhoeks geplaatste steunbeer die zich nog éénmaal verjongt.

In de eerste geleding bevindt zich aan de westzijde de ingangspartij in een bakstenen peerkraalvormige dagkant, aan de bovenzijde afgesloten door een spitsboog. De ingangspartij bestaat uit een dubbele geklampte segmentboogvormige deur met smeedijzeren, bladvormige gehengen met boven de deur een drielichtvenster met glas-in-loodraam samengevat in de spitsboog. De dubbele deur wordt aan de bovenzijde afgesloten door een geprofileerde segmentboog, een horizontale bakstenen waterlijst waarboven drie identieke bakstenen bloemmotieven in het metselwerk. Hierboven bevindt zich het drielicht met bakstenen afzaat bestaande uit drie lancetvensters van gelijke hoogten waarboven drie druppelvormige ramen in de spitsboog. In de eerste geleding aan de noordzijde bevinden zich twee spitsboogvormige spaarvelden met geprofileerde dagkant, aan de onderzijde afgesloten door één bakstenen afzaat. In elk spaarveld bevindt zich een dichtgemetseld venster met vorktracering. Aan de zuidzijde bevindt zich de vierzijdige traptoren met aan iedere zijde een lancetvormig spaarveld met lichtspleten. De eerste geleding wordt aan de west- en noordzijde afgesloten door een waterlijst met daarboven zeven gekoppelde staande rechthoekige spaarvelden ter hoogte van de tweede afzaat van de steunberen aan weerszijden. Aan de west- en noordzijde in de tweede geleding bevinden zich twee kortere lancetvormige spaarvelden als in de eerste geleding aan de noordzijde. Aan de zuidzijde bevindt zich de afsluiting van de traptoren. Aan de westzijde in de derde geleding bevinden zich vier lancetvormige spaarvelden aan de onderzijde afgesloten door een bakstenen afzaat met in de middelste twee galmgaten met galmborden. Daar waar de overhoekse steunbeer zich verjongd bevindt zich een bakstenen afzaat met centraal hierboven een vierkant met ronde wijzerplaat aan weerszijden geflankeerd door korte lancetvormige spaarvelden. Alle zijden van de derde geleding zijn identiek.


Afbeeldingen

Exterieur



Interieur