Handelingen

Waalwijk, Grotestraat 121 - Kerk aan de Haven

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object:
Genootschap:
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Waalwijk
Plaats: Waalwijk
Adres: Grotestraat 121
Postcode: 5141JP
Inventarisatienummer: 08536
Architect: Bilderbeek (restauratie 1931-1943)
Guinee (restauratie 2007)
Bouwjaar 15e eeuw
Jaar ingebruikname:
Oorspronkelijke bestemming: rooms-katholieke kerk
Huidige bestemming: protestantse kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
38193



Geschiedenis

Khav05A.JPG

Historische kerk met dakruiter op de kruising in het centrum van Waalwijk.

Omstreeks 1450 was het kerkje aan de haven, waarin vanaf 1309 al een speciaal Maria altaar stond, te klein geworden. Daarom – en mogelijk ook omdat het kerkje in de tijd van de St. Elisabethsvloed beschadigd was – besloten de Norbertijnen op dezelfde plaats een nieuwe kerk te bouwen. De bouw daarvan duurde vele decennia en intussen werd van het oorspronkelijke gebouw nog steeds gebruik gemaakt.

De nieuwe kerk, waarvan de afwerking omstreeks 1520 gereed kwam, werd opgetrokken in de gotische stijl. Dit was de bouwstijl van die tijd. De kenmerken daarvan waren ondermeer veel en spitstoelopende ramen en spitsbogen. Omdat als gevolg van de vele ramen te weinig muur overbleef om het dak te schragen, werden de overblijvende muurgedeelten versterkt met steunberen (versterkte muren). Deze waren met name aan de zuidzijde voorzien van kunstig uitgehakte versieringen in de vorm van torentjes. In de bouwkunde worden die pinakels genaamd.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd de kerk aan de haven als gevolg van oorlogshandelingen in 1580 zwaar beschadigd. Bij de restauratie in 1617 (door Jan van Leefdael) werden om er voor te zorgen dat de kerk geheel binnen het nog katholieke hertogdom Brabant kwam te liggen – Holland en dus ook Besoyen was in protestantse handen over gegaan – de toren en de doopkapel niet herbouwd. Wat verder veranderde was dat het kleine torentje op de kruising van het middenschip en het dwarsschip niet werd hersteld. Daarvoor in de plaats kwam er een sierlijke dakruiter met een bol als opvallend kenmerk.

Khav08A.jpg

Tevens werden op deze toren, het koor, de westzijde van het schip en de zuidzijde van het middenschip nog fraai gesmede kruizen geplaatst. Deze accentueerden nog eens extra dat het gebouw een bedehuis was.

De Waalwijkse katholieken hebben niet lang van hun gerestaureerde kerk plezier gehad. Een deel van het hertogdom Brabant, waaronder Waalwijk, werd bij de Vrede van Munster (1648) namelijk bij de door protestantse machthebbers bestuurde Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden gevoegd. Zonder enige geldelijke vergoeding werd de kerk aan de haven dat jaar onteigend en ter beschikking gesteld van de Nederlands Hervormde gemeente. Alles wat aan de katholieke eredienst herinnerde (beelden, altaren, ornamenten) werd intussen uit de kerk aan de haven verwijderd.

Tekens op de buitenzijde van het koor
Khav09B.jpg

Heel apart zijn nog de aan de buitenmuren van het koor in zwart geglazuurde stenen ingemetselde tekens. Dat zijn rechttekens die aangeven dat de kerk multifunctioneel gebruikt werd door de kerkelijke en wereldlijke overheid van die tijd om er recht in te spreken. Een ruit met daar boven een kruisstaf duidt vanzelfsprekend op de uitoefening van kerkelijke rechtsmacht. De in elkaar geschoven driehoeken (hexameters) maken duidelijk dat de kerk bescherming bood, terwijl de maaltekens (X) als symbolen golden van de wereldlijke macht. Daarnaast werden de maaltekens ook nog gebruikt om een gebiedsgrens aan te geven.

Dit ging voor de kerk aan de haven heel goed op, want die lag in die tijd precies op de grens van het hertogdom Brabant en het graafschap Holland. Besoyen was toen Hollands. Aangezien de inwoners van dit plaatsje van de kerk aan de haven gebruik moesten maken en aan de bouw hadden meebetaald, stond destijds de toren aan de westzijde in Besoyen.

Kerkhav21A.jpg

De witte streep op het huidige kerkplein herinnert nog aan de oude grens die er tot 1922 tussen de twee gemeenten Besoyen en Waalwijk was.

Die in de oude St. Jan aan de haven aanwezige symboliek was toen zeer functioneel. De middeleeuwse inwoners van Waalwijk waren namelijk voor een groot deel nog analfabeet. Zij begrepen echter wel de door de Norbertijnen in het kerkgebouw verwerkte symbolentaal. Dankzij de uitleg van de geestelijken moet dat voor hen namelijk zoiets geweest zijn als een platenboek voor kleine kinderen. Op die manier werden zij dus op speelse wijze op enkele essentiële geloofszaken geattendeerd.

Het interieur
Khav04A.jpg

In het interieur van de kerk aan de haven zijn nog enkele sporen van een Katholiek verleden terug te vinden. Met name links boven bij de ingang van het priesterkoor is een opvallende deur zichtbaar. Deze gaf vanuit een daarnaast gelegen (en nu afgebroken) kapel of sacristie toegang tot het doksaal. Dat was een brede, versierde scheidingswand tussen het priesterkoor en het schip van de kerk. Boven op dit doksaal zong vroeger het koor begeleid door een orgeltje en vanaf het doksaal werden ook teksten voorgelezen en werd er gepreekt.

Khav03B.jpg

In het voormalige priesterkoor houden twee grafzerken nog de herinnering aan die tijd levendig. Een ervan is van de katholieke jonkheer Dierick van Nuyssenbugh, heer van Sydewyn (Zuydewijn 1558-1626). Kennelijk was zijn familie erg invloedrijk, want de grafkelder voor hem en zijn echtgenote jonkvrouw Margaretha Steydelin (1575-1653) werd pas in 1654 gebouwd in de protestante kerk aan de haven.

De andere grafzerk is eigenlijk nog opmerkelijker. Deze is namelijk van de uit ’s-Hertogenbosch afkomstige Norbertijn Herman Coenen die van 1537 -1544 pastoor was in Waalwijk. Die grafzerk is zeer interessant omdat deze duidelijk verwijst naar het priesterschap van Coenen en naar zijn rol bij de eucharistieviering (het hernieuwen en herdenken van het laatste avondmaal en van het mysterie van het lijden, de dood en de verrijzenis van Christus. Daarom staan op zijn grafzerk een kelk (drinkbeker) met een hostie en een platte schaal (pateen) afgebeeld. Dat laatste staat als symbool voor de hosties die hij tijdens de kerkdienst consacreerde en aan de gelovigen uitreikte. Aanvankelijk lag de grafzerk van Coenen bij het altaar. Tijdens de restauratie van de kerk in 1943 werd de zerk naar het uiterste oosten van het koor verplaatst.

Khav62A.jpg

Bij de grote restauratie tussen 1931 en 1943 werd de kerk heringericht en werd tussen koor en kerk een wand geplaatst (vanwege de tocht en voor kleine diensten ontstond een aparte ruimte). In het koor werden ook enkele nissen herontdekt. Behalve om er voor verlichtingsdoeleinden kandelaars en kaarsen in te plaatsen, dienden deze bij de katholieken ook voor de ampullen met de wijn en het water die de Norbertijner priesters vóór 1648 tijdens de H. Mis gebruikten.

Khav01B.jpg

Verder werd in de restauratie van 1943 ook een “nieuwe” preekstoel geplaatst. Deze preekstoel is afkomstig uit de kerk van Schore en is uit 1619. De kerk in Schore ging in de oorlog verloren, maar de preekstoel bleef behouden. Via bemiddeling, kwam de preekstoel naar Waalwijk waar hij door de restauratie architect Bilderbeek op een sokkel werd gezet en voorzien werd van een trap en een galmbord. Onder het galmbord werd de tekst J6:58 aangebracht, geheel geïnspireerd op de Bijbeltekst, waarin staat dat het woord uitgaat als manna voor het volk.

Recentelijk is de kerk in 2007/2008 weer gerestaureerd. Naast het vervangen van de leien, het opnieuw verloden van het glas en het vernieuwen van het stucwerk werden in het interieur een groter podium / liturgisch centrum gemaakt en werd in de hoofdentree een draaideur gemaakt, ook werden toiletten vervangen en de toegang tot het orgel aangepast.

Het orgel
Kerkhav23A.jpg

In de kerk werd in 1822 halverwege het huidige middenschip een nieuw orgel geplaatst geschonken door de heer Scholten. Het orgel werd gebouwd door de fa. van Oeckelen en zn uit Breda. Het kende aanvankelijk voor de beperkte omvang van de kerk alleen een hoofdwerk. Later zijn aan het orgel zowel een pedaal als een bovenwerk toegevoegd. Na de restauratie van 1962 is het orgel nog een aantal uitgebreid met diverse registers. In 2007 moest het orgel vanwege de restauratie van de kerk volledig gedemonteerd worden. Van de nood werd een deugd gemaakt en besloten werd tot een totale restauratie. De technische en muzikale onvolkomenheden die er door de jaren ingeslopen waren, zijn er uitgehaald en met de restauratie is het orgel weer qua klank en opbouw zeer dicht bij de oorspronkelijke toon. Met pedaal, hoofdwerk en bovenwerk, totaal 23 registers, staat er een orgel passend in de omvang van de kerk.

Borden in de kerk
Khav35B.jpg

In de kerk zijn onder invloed van de beeldenstorm en de overgang naar de protestante gemeente veel katholieke invloeden weggehaald. In de kerk zijn een paar borden, die in de protestante traditie passen. Allereerst is er een 10-geboden bord. Dit op eiken hout geschilderde bord, hangt in het zuidertransept. Het bord bevat de 10-geboden (Exodus 20) in de statenvertaling van 1652 .

In de kerk is ook een Onze Vader bord. Op dit bord staat de tekst van het onze vader ook in de vertaling van 1652 (Afb. 14). Bij de restauratie van 2007 is een predikantenbord aan de borden in de kerk toegevoegd. Op dit bord staan de predikanten die sinds 1648 in de Hervormde Gemeente van Waalwijk-Centrum hebben gestaan. Sinds 1648 zijn dat er 25, een gemiddelde van ruim 15 jaar per predikant.

Klok en uurwerk
Khav21B.jpg

Op de kerk heeft tot in het begin van de 30-er jaren in de 20ste eeuw een uurwerk gestaan. De plaats van het uurwerk was op het zuidertransept, naast de koekoek richting het oosten. Door de plaats van de kerk, midden in de Grotestraat was het uurwerk zichtbaar in de gehele Grotestraat, vanaf het huidige raadhuis. Op oude platen is het uurwerk nog zichtbaar. Midden in de Vierlingtoren hangt een oude klok. Deze uit 1693 daterende bel bevat het oude logo van de gemeente Waalwijk. Ook staan er op de rand diverse versieringen waaronder een aantal putti’s, engeltjes.

De klok wordt geluid op zondagen en bij bijzondere diensten. De klok is voorzien van een elektrische motor. Een klimpartij naar de zolder (80 treden) om de klok te luiden is niet meer nodig.

Khav17A.jpg

Vanaf de trans (nog 20 treden hoger) is er verder een prachtig uitzicht over Waalwijk. Bij mooi weer zijn de Amer centrale in Geertruidenberg en de woontoren in Tilburg goed zichtbaar (stukje film?). In het zuid oosten is het vooral het groen van de Loonse en Drunense Duinen die een mooi uitzicht bieden. In de tweede wereld oorlog is de kerk gespaard gebleven. Vanaf november 1944 werd de trans gebruikt door de Schotten om het noorden, het bezette Duitse gebied te overzien. De namen gekrast in het hout herinneren hier nog aan.

Bronvermelding

Een deel van deze tekst is gepubliceerd door dr. F.E.M. Vercauteren in een speciale uitgave van de Klopkei, 32 jaarging 3e kwartaal 2008. Dit speciale nummer kwam tot stand in een samenwerking tussen de Katholieke Parochie van St. Jan de Doper en de Hervormde Gemeente Waalwijk- Centrum. Veel van de foto’s zijn afkomstig uit het boek dat dr. F.E.M. Vercauteren publiceerde in het kader van de restauratie van de kerk aan de Haven in 2007. Het boek, Gemeente en Gemeenschap is een weergave van ruim 350 jaar geschiedenis van de Hervormde Gemeente Waalwijk-Centrum in de Gemeenschap van Waalwijk.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

jk 06-09-2010

Nederlands Hervormde Kerk. Laatgotische kruiskerk, bestaande uit een omstreeks 1450 gebouwd koor van drie traveeën met driezijdige sluiting een breed dwarspand waarvan de binnenste traveeën omstreeks 1470 en de buitenste tegen 1525 zijn opgetrokken, en tenslotte een driebeukig, door een zadeldak overdekt schip van drie traveeën. De westgevel is blijkens jaarankers in 1617 gebouwd, nadat een rond 1465 gebouwde toren op het eind der 16e eeuw verwoest was. Op de kruising een dakruiter uit 1617, met door een peer bekroonde spits. In de oostmuur van de noorderdwarsarm twee dichtgemetselde scheibogen van een verdwenen kapel. Inwendig zuilen met achtkante basementen en lijstkapitelen; houten tongewelven in het schip, stenen kruisribgewelven in het koor. Gerestaureerd in 1939. Preekstoel met koperen lezenaar uit 1658; 18e eeuwse koperen lezenaar. Klokkenstoel met klok van J. Vermi, 1693, diam. 90,5 cm.

MIP omschrijving

  • Bouwstijl: Gotiek
  • Bouwperiode: 1617 tot: 1619
  • Gevels en materialen: Handvormbakstenen gevels. Haaks en overhoeks geplaatste steunberen. Tufstenen pinakels. Zandstenen blokjes en lijstwerk. Zuidoostelijke transeptgevel deels met speklagen gemetseld.
  • Vensters en deuren: Spitsboogvensters met bakstenen traceringen met eenvoudig geometrisch maaswerk, deels blind uitgevoerd. Opgeklampte toegangsdeuren. Oostelijke gevel tufstenen tracering.
  • Dak en bedekking: Zadeldak over schip en zijbeuken. Vieringstoren met achtkantige ingesnoerde spits met ui.
  • Bijgebouwen: N.O.-hoek: handvormbakstenen annex. Onder zadeldak.
  • Bijzonderheden: In koorsluiting rechtstekens. Aanzet traptoren westzijde.

Orgel

Van Oeckelen-orgel

Omschrijving

Op zaterdag 25 oktober 2008 werd in Waalwijk het door Pels & Van Leeuwen gerestaureerde orgel in de Hervormde kerk aan de haven in gebruik genomen. Daarbij werd het orgel bespeeld door Bram Beekman en door Aart Bergwerff, welke laatste als adviseur betrokken was bij deze restauratie. Rond 1660 zou in de kerk reeds een orgel zijn geplaatst door Johan Rijmsmit. Toen Henrich Metzker in 1686 een nieuw orgel bouwde, zal hij vermoedelijk de oude kas van Rijmsmit hebben gebruikt.

In 1821 was de situatie van het oude orgel dermate slecht dat het feitelijk onbruikbaar was. Daarop schonken mr. J.P. Scholten en zijn vrouw A.M. Frijlinck in dat jaar de hervormde gemeente te Waalwijk een nieuw orgel. De heer Scholten, advocaat en griffier van het Vredegerecht te Waalwijk, was onder meer voorzitter en initiatiefnemer van het Departement Waalwijk van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen en bekleedde belangrijke functies binnen de kerkgemeenschap aan de haven. Het orgel werd gebouwd door de Bredase orgelmaker Cornelis van Oeckelen. Het orgel in Waalwijk werd ontworpen als eenklaviers balustradeorgel met achterkantbespeling. Helaas zijn de originele contracten niet bewaard gebleven, en moeten wij ons baseren op de gegevens uit de Orgelbeschrijvingen van Broekhuyzen. Hij vermeldt o.a. “…. heeft 10 stemmen, een handklavier van 4 ½ octaaf, aangehangen pedaal en drie blaasbalgen, lang 7 en breed 4 vt, gevende dertig graden winds.”

Het heeft als dispositie:

Bourdon D 16 vt - Prestant 8 vt - Holpijp 8 vt - Flute travers 8 vt - Octaaf 4 vt - Fluit 4 vt - Quint 3 vt - Super Octaaf 2 vt - Mixtuur 3 st - Trompet 8 vt - Tremulant - Ventil.

Latere restauraties

Het orgel, dat boven het klavier het jaartal 1822 draagt, wordt op 30 mei 1823 in gebruik genomen. Voor zover bekend worden er in 1875 herstelwerkzaamheden aan het orgel uitgevoerd door J.A. Naber, negen jaar later volgt herstel door C. Loret. In 1906 en 1909 werkt G.J. van Dungen uit Amsterdam aan het orgel. Hij vervangt daarbij de Quint, Mixtuur en de Flute travers door een Salicionaal 8 v, Gamba 8 vt en een Cornet 4 st. discant, alles fabriekspijpwerk. Tevens verhoogt hij de toonhoogte een halve toon.

Een reeds lang geplande restauratie van de kerk kon eindelijk aan het begin van de Tweede Wereldoorlog ter hand worden genomen. Bij die kerkrestauratie werd in 1943 ook het orgel gedemonteerd en opgeknapt, waarbij de Utrechtse orgelbouwer Fa. J. de Koff & Zn. het orgel tevens op de nieuwe galerij aan de westzijde van de kerk plaatste. Hierbij verplaatste hij de klaviatuur van de achterzijde naar de zuidelijke zijwand van het orgel. Tevens breidde hij het orgel uit met een pneumatisch vrij pedaal met alleen een Subbas 16 vt. Niet bekend is wanneer de lade van Van Oeckelen vervangen is door de huidige twee lades. Deze windladen dateren mogelijk van voor 1943.

De firma De Koff & Zn. tekende ook voor een grote restauratie en uitbreiding in 1961/-62. Er werd een bovenwerk geplaatst met 7 stemmen, terwijl ook nieuwe klaviatuur werd vervaardigd en de speel- en registermechanieken werden vernieuwd. Nu werd een nieuw mechanisch pedaal aangelegd met 3 stemmen, waarbij de oude Subbas 16 vt. werd gebruikt. Ook de dispositie van het hoofdwerk werd aangepast.

Deze uitbreiding en dispositiewijziging was meer geënt op de heersende trend in de toenmalige orgelnieuwbouw, dan dat het een oriëntatie was op het werk van Van Oeckelen. Ook de intonatie werd aan die heersende trend aangepast.

Het orgel had vervolgens de navolgende dispositie:

  • Hoofdwerk: Bourdon 16 vt - Prestant 8 vt - Holpijp 8 vt - Viola 8 vt - Octaaf 4 vt - Roerfluit 4 vt - Quint 3 vt - Octaaf 2 vt - Sesquialter 2 st - Mixtuur 4-5 st - Trompet 8 vt.
  • Bovenwerk: Prestant 4 vt - Roerfluit 8 vt - Gedekte fluit 4 vt - Gemshoorn 2 vt - Nasard 1 1/3 vt - Scherp 3 st - Dulciaan 8 vt - Tremulant.
  • Pedaal: Subbas 16 vt - Prestant 8 vt - Fagot 16 vt - Trompet 4 vt.

De nieuwe windladen van De Koff werden uitgevoerd in mahonie met dito roosters en stokken. Op de slepen werden telescoopveren toegepast. Op het hoofdwerk zijn alle vulstemmen nieuw van De Koff. Het groot octaaf van de Roerfluit 8 vt van het bovenwerk en de Prestant 8 vt van het pedaal werden in roodkoper uitgevoerd. De oude magazijnbalg werd buiten werking gesteld en per werk werden regulateurbalgen aangebracht. Uiteraard moet dit alles bezien worden in de geest van die tijd.

In 1986 werd door Flentrop de dispositie iets gewijzigd en uitgebreid. De Sesquialter kreeg er een twee-voets koor bij (tot 3 sterk) en op het hoofdwerk werd een nieuwe Vox Humana 8 vt bijgeplaatst.

De restauratie door Pels & Van Leeuwen

Met veel ijver is in Waalwijk toegewerkt naar de laatste kerkrestauratie. Daarbij werd ook het orgel gerestaureerd. Mede door het ontbreken van een deel van het dakbeschot van de middentoren van het orgel was veel vuil in het binnenwerk terechtgekomen en waren de lades sterk vervuild. Het orgel had een onregelmatige speelaard met storende speling in de toetstractuur. Op enkele plaatsen was sprake van windlekkage en doorspraak. Het karakter van diverse stemmen en de samensmelting van een groot aantal registers uit de zestiger jaren liet veel te wensen over.

Uitgangspunt bij de restauratie onder advies van Aart Bergwerff was het respecteren van de uitbreiding in 1962. Naast vooral technisch herstel zou de dispositie en de intonatie worden aangepast aan de meer milde en galante stijl van Van Oeckelen.

De magazijnbalg is gerestaureerd en weer functionerend gemaakt, waarbij de regulateurbalgen uit 1962 verwijderd werden. De windladen en windkanalen werden gereinigd en waar nodig gerestaureerd. De verende slepen werden vervangen door nieuwe eiken slepen, terwijl de gehele speelmechaniek werd hersteld en verbeterd.

Qua dispositie is het orgel nu meer geënt op het concept van Van Oeckelen. Op het hoofdwerk spreekt het voorheen ontbrekende grootoctaaf van de Viola 8 vt nu in de Holpijp 8 vt. De Mixtuur, welke gebaseerd was op 1 1/3 vt kreeg weer het 2-voets koor als basis. De Vox Humana 8 vt die sterk vervuild was, is qua intonatie aangepast. De Trompet 8 vt werd nieuw gemaakt. Het bovenwerk werd nu terecht ingericht als een fluitenwerk. De Prestant 4 vt en de Scherp 3 st werden verwijderd. Daarvoor in de plaats kwamen een Flûte travers 8 vt discant en een Flageolet 1 vt. De Nasard 1 1/3 vt werd opgeschoven en met deels nieuw pijpwerk aangevuld tot een Nasard 2 2/3 vt. Op het pedaal werd de intonatie van de Subbas 16 vt verbeterd, waarbij een krachtiger grondtoon werd verkregen. Een geheel nieuwe Prestant 8 vt uit orgelmetaal werd geplaatst ter vervanging van de roodkoperen versie uit 1962. Van de Fagot 16 vt is de intonatie volledig herzien, de kelen werden beleerd en de bekers werden verlengd en van de deksels ontdaan. Met gebruik van delen van de oude Trompet 8 vt van het Hoofdwerk en nieuwe bekers is een Trompet 8 vt op het pedaal gerealiseerd ter vervanging van de Trompet 4 vt.

Waalwijk heeft een herboren Van Oeckelen terug. Het oude werkenprincipe, in de zestiger jaren gerealiseerd met zijn strakke bovenwerkdispositie, heeft plaatsgemaakt voor een evenwichtige opbouw van een “tweeklaviers Van Oeckelen” met een optimaal passend bovenwerk. Zowel qua dispositie, windvoorziening als intonatie is er prachtig werk geleverd. Het orgel is weer in een prima conditie, die past bij deze prachtig gerestaureerde kerk. Waalwijk en Brabant beschikken met dit instrument weer over een fraai galant orgel. Gemeente, adviseur en orgelmaker kunnen hiermee met recht worden gefeliciteerd.

C. van Oeckelen, 1822-1823 Restauratie Fa. De Koff, 1962 Restauratie Pels & Van Leeuwen, 2008

Dispositie
BD-PG2.JPG
  • Hoofdwerk: Bourdon 16 vt - Prestant 8 vt - Holpijp 8 vt - Viola 8 vt - Octaaf 4 vt - Roerfluit 4 vt - Quint 3 vt - Octaaf 2 vt - Sesquialter 3 st - Mixtuur 4-5 st - Trompet 8 vt - Vox Humana 8 vt - Tremulant.
  • Bovenwerk: Roerfluit 8 vt - Flûte travers D 8 vt - Gedekte fluit 4 vt - Nasard 2 2/3 vt - Gemshoorn 2 vt - Flageolet 1 vt - Dulciaan 8 vt - Tremulant.
  • Pedaal: Subbas 16 vt - Prestant 8 vt - Fagot 16 vt - Trompet 4 vt.

Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-f3. Pedaalomvang: C-d1. Winddruk: 74 mm. WK. (Hoofdwerk), 68 mm. WK. (Bovenwerk), 75 mm. WK. (pedaal).

Geraadpleegde bronnen:

  • Dr. F.E.M. Vercauteren, Gemeente en Gemeenschap, Hervormde Gemeente Waalwijk-Centrum, 2008
  • Frans Jespers, Brabants Orgelbezit, Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, ’s-Hertogenbosch, 1975
  • Frans Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900, Het Noordbrabants Genootschap, ’s-Hertogenbosch, 1983
  • Dr. T. den Toom (redactie). Het historisch orgel in Nederland, 1819-1840, Stichting NIvO, Amsterdam, 2001
  • Aart Bergwerff, Historisch en technisch rapport: Het orgel in de Hervormde kerk te Waalwijk-Centrum, Brielle, 2006

Dit artikel verscheen in 2008 in uitgebreidere vorm in het maandblad De Orgelvriend, jaargang 51 nr. 2

In de media

  • Uit Noordbrabantsch Dagblad, 30 Mei 1941.

Restauratie Ned. Herv. Kerk te Waalwijk. Werkzaamheden vorderen goed.
Waalwijk is een moderne plaats, met moderne instellingen en moderne gebouwen, doch iedere moderne plaats gaat er trotsch op, dat het dingen heeft, die herinneren aan het rijke verleden. Veel van die herinneringen heeft Waalwijk niet. Een van de weinige is de Nederl. Herv. Kerk oftewel de oude St. Janskerk.

Eeuwen achtereen is dit monumentale gebouw een bewijs geweest voor de grootheid van 't Waalwijksche verleden, doch ook eeuwen lang is het een bespotting geweest van wat eens schoon en grootsch was, want er ging veel tijd mee heen, voor er geld gevonden kon worden voor de zoo noodige restauratie. We zullen hier de lange lijdensweg niet verhalen, die er bewandeld moest worden om de kerk gerestaureerd te krijgen; het had heel wat om het lijf. Zelfs toen het dak was opgeknapt moest men de restauratie staken, doch vorig jaar is men begonnen met de voltooiing van het werk en aan deze voltooiing wordt thans door kundige vaklui, onder leiding van een bekwamen meester, hard gewerkt. Onder leiding van den opzichter, den heer M. Bezemer uit Papendrecht, waren wij dezer dagen in de gelegenheid een bezoek te brengen aan dit historische monument en naarmate we verder keken en meer bijzonderheden vernamen, steeg ons ontzag voor de Middeleeuwsche bouwmeesters en voor de restaurateurs. Zij weten, dat deze creatie een hoogtepunt-in-steen vormt van het hooge religieuze leven van dien tijd en dat stelt aan de werkzaamheden bijzondere eischen. Men moet hier vaak wars zijn van de beginselen der moderne bouwtechniek, want er staat niet voorop: dan moet het klaar zijn, doch: zoo moet het worden. Het werk der restaurateurs is een heel bijzonder. Een der voornaamste eischen, waaraan ze moeten voldoen is wel voorzichtigheid. Er mag hier niets worden geforceerd. Alles moet rustig en kalm met beleid worden aangepakt. Een slag verkeerd en wellicht is er iets waardevols vernietigd, iets verloren gegaan, dat eeuwen heeft getrotseerd. Het verwijderen van het pleisterwerk b.v. in het koor was zulk een werk. Meter voor meter ging het kale, koude onaesthetische wit er af en opnieuw toonen zich nu de fraaie voegen uit de Middeleeuwen. Aardige nissen en kapelletjes kwamen voor den dag en opnieuw viel het daglicht op de kunstig gehakte steenen. Een oude poort aan de Noordzijde werd blootgelegd en nu is men doende de versieringen aan dezen doorgang te restaureeren. Deze doorgang is er een bewijs voor, dat de kerk vroeger veel grooter moet zijn geweest, want alles wijst er op, dat deze doorgang toegang gaf tot een der kapellen aan de Noordzijde van het gebouw. De ingang aan de Zuidzijde, waardoor men rechtstreeksch het koor betrad was op onsmakelijke wijze, door menschen zonder kennis van bouwkunst en historie, dichtgemestseld, maar opnieuw heeft men dezen ingang btoot gelegd. Het koor, waaraan men reeds geruimen tijd doende is, geeft nu een beeld, hoe fraai, prachtig en monumentaal de kerk gaat worden. Hoog tegen de gewelven hangen nog de stijgerplanken, maar veel werk is er hier al gebeurd. De architect Bilderbeek uit Dordrecht, de aannemers Gebr. Naglé uit Geertruidenberg, opzichter Bezemer en de bekwame handwerklieden mogen daarop trotsch zijn, want het is hun werk. Het koor is nu van het kerkschip gescheiden door een vies en ruw houten schot, dat scheef en schots, samengetimmerd uit een groot aantal planken. Een bewijs, dat het koor destijds als pakhuis voor een metaalwarenfirma sorteerde. Dat schot verdwijnt en de afscheiding wordt nu van fraai eikenhout met van boven glas in lood. In het eigenlijke kerkgebouw gaat ook heel wat veranderen. Het pleisterwerk verdwijnt, het bankenplan wordt geheel gewijzigd en de dichtgemetselde ramen worden weer open gemaakt. Tal van ramen zijn reeds weer geopend en als die nu voorzien worden van glas in lood heeft het geheel direct een heel ander aspect. Het meest desolate onderdeel van het imposante gebouw is ongetwijfeld de trap, die in een dergelijken toestand verkeert dat de restaurateurs nu nog niet weten of die normaal gerestaureerd kan worden. Het orgel staat op een gaanderij veel te ver naar voren. Behalve, dat het uit 1823 dateerende orgel verbeterd wordt, wordt ook deze gaanderij, die het eigenlijke kerkgebouw aanmerkelijk verkleinde verder naar achter, naar het Westen verplaatst. Onder deze gaanderij komt dan een consistoriekamer en een cathechesatiezaal. Ook aan het exterieur is men druk aan het werk. Dat werd trouwens hoog tijd,, want de vele diepe, breede scheuren in de wanden beloofden weinig goeds, terwijl de beeren afbrokkelden. Met overleg en vakmanschap wordt hier de boel verbeterd. We zagen een werkman bezig die voorzichtig, met geduld en liefde voor zijn werk, doende was de broze deelen uit de beeren te verwijderen. Later worden er van oud materiaal nieuwe stukken ingemetseld. Dat oud materiaal is overigens weer een vraagstuk op zich zelf, want om daar aan te komen is lang niet eenvoudig en als men er ten slotte in geslaagd is wat oud materiaal op den kop te tikken, dan moeten die steenen nog den gewenschten vorm krijgen. Dat vormgeven is het werk der steenhouwers, die langzaam en voorzichtig de onnoodige stukken er af hakken. Per dag maakt een steenhouwer 40 steenen bouwrijp. Restauratie van een historisch gebouw is geen spoedopdracht en daarom begrijpen we, dat de heer Bezemer ons geen termijn wilde noemen, welke hij schatte nog noodig te hebben alvorens het geheele werk klaar zou zijn. „Het zal nog wel een jaartje duren" vertelde hij, maar wij begrepen, dat hij dat jaartje vooral niet te nauwkeurig bedoelde. Hoe lang het echter ook duurt een ding is wel zeker: Waalwijk krijgt weer een St. Janskerk, een historisch monument van groote beteekenis, dat nog eeuwen lang zal getuigen van de groote vakmanschap der Middeleeuwsche meesters en van de generatie van dezen tijd, die voor de restauratie zorgde.

  • Uit Reformatorisch Dagblad, 16 oktober 2007.

De restauratie van de hervormde kerk aan de Haven in Waalwijk heeft met enkele tegenslagen te maken. Specialisten ontdekten dat vijf belangrijke steunbalken in het dak zijn aangevreten door de bonte knaagkever, een 6 millimeter lang kevertje dat nestelt in vochtig eikenhout. De verzwakte uiteinden van de balken moeten daarom vervangen worden. Met glasvezelverankering en hars worden de balken opnieuw aan de muren bevestigd.
De schade aan de balken is niet de enige tegenslag. Eerder al bleek dat het hout onder de leien van het dak op enkele plaatsen aan het rotten was. Dat hout wordt momenteel vervangen door nieuw dakbeschot. De tegenslagen kosten de gemeente zo’n 20.000 euro extra. Daarmee komt het totale kostenplaatje van de restauratie op zo’n 900.000 euro.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur