Handelingen

Amsterdam, Amsteldijk 36 - Willibrordus buiten de Veste (1873 - 1970)

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Willibrordus buiten de Veste
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Amsterdam
Plaats: Amsterdam
Adres: Amsteldijk 36
Postcode: 1074HP
Inventarisatienummer: 05009
Jaar ingebruikname: 1873
Architect: Pierre Cuypers (1827 - 1921); Joseph Cuypers (1861 - 1949); Pierre Cuypers Jr (1891 - 1982)
Huidige bestemming: gesloopt
Monument status: geen

Geschiedenis

Hoewel altijd onvoltooid gebleven, was dit de grootste neogotische kerk, die ooit in Nederland is gebouwd. Met een buitenwerkse lengte van 100 meter, een grootste breedte van 46,50 meter en hoogte van circa 60 meter (toren) was dit tevens het grootste kerkgebouw in Amsterdam.

De oude statie St. Willibrordus bestond al in de zeventiende eeuw en lag ten zuiden van de voormalige Utrechtsepoort, destijds in de polder. Na het herstel van de rooms-katholieke parochies in de stad - kort na 1850 - ging de oude statie over als parochie "buiten de veste", oftewel buiten de toenmalige singels. Bij oprichting van de statie kerkten de rooms-katholieken in een kleine schuurkerk, die ongeveer op de hoek van de huidige Van Ostadestraat (voorheen Hoedemakerspad) en de Amsteldijk lag. In de achttiende eeuw nam de statie een oude turfschuur aan het Kuiperspad (thans Kuipersstraat) als kerk in gebruik. Dit laatstgenoemde schuurkerkje was in het midden van de negentiende eeuw te klein en bouwvallig geworden. Zo ontstond de wens het te vervangen door een grote nieuwe kerk. Voor de nieuwe kerk was ruimte op een iets dichter bij de stad gelegen perceel aan de Amsteldijk op de hoek van de latere Ceintuurbaan.

De bouwpastoor van de nieuwe kerk heette J.D.G. Wubbe. Deze was heel ambitieus en wilde een zeer grote kerk met de afmetingen en de allure van een kathedraal. De kerk had tevens voorzien moeten worden van een processiepark, en had - eventueel - als kathedraal voor een nieuw te stichten bisdom Amsterdam kunnen dienen. Dit ging niet door, want de bisschopszetel ging als vanouds weer naar Haarlem.

Wubbe had Pierre Cuypers (1827-1921) in 1857 de opdracht gegeven om de grote kerk te ontwerpen. Cuypers begon toen net als architect door te breken, had niet lang daarvoor via zijn leermeester, de Fransman E.E. Viollet-le-Duc (1814-1879), de (neo)gotiek, als rationele stijl met betrekking tot het tonen van de constructie, in de Nederlandse katholieke kerkbouw ingevoerd.

De St. Willibrorduskerk van bouwpastoor Wubbe had het toonbeeld en symbool van de katholieke emancipatie in de hoofdstad moeten worden. Cuypers' ontwerp greep terug op de dertiende-eeuwse Franse gotiek, waarmee hij via zijn leermeester Viollet-le-Duc vertrouwd was geraakt.

Het had een grote driebeukige neogotische kruisbasiliek moeten worden, voorzien van een versmald en verlaagd koor met omgang, vieringtoren, vier hoektorens die de vieringtoren moesten flankeren, een hoofdportaal en twee hoge westtorens, opgezet volgens het ideaalontwerp van een Franse kathedraal.

Het eerste ontwerp werd slechts gedeeltelijk uitgevoerd. Dat geschiedde in de eerste bouwfase van de kerk, bij de totstandkoming van het koor in 1871-1873. In laatstgenoemd jaar werd het toen gebouwde deel - de koorpartij - ingezegend. In plaats van een beoogd plein en processiepark aan te leggen, verkocht de parochie de grond ten westen van het bouwterrein van de kerk aan de gemeente ten behoeve van woningbouw. Met de opbrengst ervan konden het schip en dwarsschip worden gebouwd. Voor de zeven torens was voorlopig geen geld. Cuypers had inmiddels nieuwe ontwerpen voor de afbouw van de kerk gemaakt. In 1890-1897 verrezen het dwarsschip en schip onder leiding van Cuypers' zoon Joseph (1861-1949). De transeptgevels en de koorapsis werden geflankeerd door traptorentjes. De gewelven van de hoofdbeuken werden volgens de constructieve methode van de gotiek ondersteund door luchtbogen. Joseph Cuypers (1861 - 1949), die tot het bureau van zijn vader was toegetreden, werkte de plannen van zijn vader grotendeels uit. Op 6 november 1899 - de vooravond van de feestdag van van de heilige Willibrordus - werd de nog onvoltooide kerk geconsacreerd door de toenmalige bisschop van Haarlem, mgr. Caspar J.M. Bottemanne (1823-1903).

Ook het interieur van de kerk toonde duidelijk de invloed van de Franse gotiek: zgn. bundelpijlers, kruisribgewelven, eenvoudig maaswerk in de ramen in het middenschip. De ramen van de zijbeuken waren zgn. lancetvensters zonder traceringen of maaswerk. Het interieur was bijna geheel uitgevoerd in schoonmetselwerk. De inventaris, zoals altaren en triomfkruis, kwam uit het atelier Cuypers & Stolzenberg te Roermond. De meeste gebrandschilderde glazen werden naar ontwerp van Cuypers & Stolzenberg gemaakt door de firma Nicolas te Roermond. De kruiswegstaties werden omstreeks 1900 gemaakt door de Amsterdamse kunstschilder J. Dunselman (1863-1931). Het hoofdorgel van de firma Adema kwam in de jaren 1920 tot stand. Ook was er een laatmiddeleeuws Marianum - twee figuren van Maria met de rug tegen elkaar met daaromheen stralen in de vorm van een rozenkrans - in de kerk aanwezig.

Pas in 1923 was er geld om de vieringtoren te bouwen, dankzij een royale gift van een vermogende parochiaan die zich ergerde aan het uitzicht op de nimmer afgebouwde kerk. Deze vieringtoren, voltooid in 1924, verrees toen naar een ontwerp van Cuypers' kleinzoon Pierre jr. (1891-1982), die inmiddels - samen met Joseph - het bureau van de in 1921 overleden grootvader had overgenomen. De achthoekige toren, voorzien van een balustrade, pinakels en een spits, werd veel soberder en ook lager dan oorspronkelijk de bedoeling was. Joseph Cuypers (1861 - 1949) had eerder ook plannen voor de voltooiing van de kerk met de zes torens gemaakt, maar deze vonden nimmer doorgang.

In 1959 werd de kerk inwendig aangepast aan de toen veranderde liturgische wensen: zo kwam er een nieuw priesterkoor, precies in de viering tussen schip en dwarsschip. Uiteindelijk was deze kerk veel te groot om als parochiekerk voor de wijk De Pijp te kunnen handhaven. Al eerder geconstateerde bouwvalligheid was daarbij een reden om de kerk en de grond te verkopen.

In juni 1966 vond de laatste H. Mis plaats, nadat er stenen naar beneden waren gevallen. De parochie verhuisde begin 1969 naar een nieuw onderkomen aan de Van Ostadestraat, het latere Afrikahuis.

In de loop van juni 1970 tot maart 1971 werd de gehele kerk gesloopt. Eind jaren 1970 ging ook de naastgelegen school tegen de grond. In deze periode was nog geen sprake van monumentenbescherming van belangwekkende negentiende-eeuwse gebouwen, zoals de St. Willibrordus buiten de Veste.

Het zeer belangrijke Adema-orgel kon dankzij acties voor behoud gered worden en werd later herplaatst in de Kathedrale Basiliek St. Bavo in Haarlem. Het geesteskind van bouwpastoor Wubbe en bouwmeester Cuypers, dat eens de grootste kerk van Amsterdam, tevens één der grootste kerken van Nederland had moeten worden, was niet meer. De grond, toen in bezit van de toenmalige Nederlandse Middenstands Bank (NMB), bleef jaren onbebouwd en functioneerde als speelterrein. Pas in de jaren 1980 verrees op het oostelijke deel van dit terrein, na doorverkoop van de grond, het verzorgingstehuis Tabitha (later Amsta Groep).

Literatuur: Hoogewoud, G.J.H., Oxenaar, A., e.a., P.J.H. Cuypers en Amsterdam, Gebouwen en ontwerpen, Amsterdam 1985, 45-51

In de media

In (±) 1969 is op de televisie een uitzending geweest, een interview met de bekende schrijver Godfried Bomans, in de toen geheel leeggehaalde en onttakelde kerk. Op Internet, Youtube.com, zijn filmpjes van deze uitzending te vinden.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Behalve de eerste twee zijn alle afbeeldingen hieronder afkomstig van de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg en gemaakt omstreeks 1964, kort voor de sluiting van de kerk. Het interieur met de inventaris was toen nog intact.