Handelingen

Eindhoven, Sint Jorislaan 51 - Joris

Uit Reliwiki

Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: St. Joriskerk
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Eindhoven
Plaats: Eindhoven
Adres: Sint Jorislaan 51
Postcode: 5614AA
Inventarisatienummer: 07422
Jaar ingebruikname: 1885
Architect: Tulder, H.J. van (kerk); Gils, J. van (toren)
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 14646

Geschiedenis

Buitengewoon indrukwekkende, georiënteerde neogotische kerk met hoge, beeldbepalende toren. In het vroegere dorp Stratum, ten zuiden van Eindhoven.

De stad Eindhoven annexeerde in 1920 een vijftal omliggende dorpen: Gestel (met Blaarthem), Stratum, Strijp, Tongelre en Woensel. Op Gestel na waren de vier andere oude kerkdorpen, met in uiteenlopende bouwkundige staat verkerende middeleeuwse kerkgebouwen. Het zijn nu de stadswijken van Eindhoven, met in elke wijk een neogotische R.K. kerk ter vervanging van de historische dorpskerk.

Op het plein voor de St. Joriskerk staat het annexatiemonument van Stratum uit 1919.

In Stratum stond een middeleeuwse katholieke kerk, gewijd aan de H. Georgius/Joris. Aanvankelijk ressorteerde de parochie van Stratum onder Woensel, maar vanaf 10 maart 1489 was Stratum een zelfstandige parochie. De Sint Joriskerk werd na de Reformatie de Gereformeerde (= Hervormde) kerk. En vanaf 18 februari 1796 was het weer de parochiekerk van Stratum. Deze kerk is opgeknapt en zelfs in 1847 vergroot. Toch volgde in 1887 afbraak. Op een andere plek was in 1884-1885 naar een ontwerp van H. J. van Tulder een zeer monumentale, grote, nieuwe Sint Joriskerk gebouwd. Op 21 september 1885 werd de nieuwe kerk geconsacreerd. In 1910-1911 zijn de hoge toren en de zijkapellen bijgebouwd, ontworpen door J. van Gils. Deze toren is met 87,5 meter de hoogste kerktoren in Eindhoven (vele andere/oudere bronnen spreken van een hoogte van 96 m, maar dit klopt niet), en daarmee één van de hoogste neogotische kerktorens in Nederland. De hoofdingang onderin de toren is rijk gedecoreerd met beelden.

opname JvN 21-01-1984
opname JvN 21-01-1984
opname JvN 16-02-2004
opname JvN 23-03-2009 gewelf in torenportaal
opname JvN 16-02-2004
opname JvN 16-02-2004
opname JvN 21-01-1984
opname JvN 23-03-2002

Monumentomschrijving Rijksdienst

St. Joris. 1884-1885 door H.J. van Tulder; toren en zijkapellen 1911 door J. van Gils. Driebeukige neogotische kruisbasiliek met achthoekige kruising en eenbeukig koor, geflankeerd door sacristieën, waarboven galerijen. Geprofileerde pijlers met kolonnetten en stergewelven. Hoogtepunt in het late werk van Van Tulder.

Hoogaltaar

Tijdens een "beeldenstorm" begin jaren 1960 is het houten hoogaltaar verwijderd en verloren gegaan. Eind jaren 1970 is ter vervanging een mooi zandstenen hoogaltaar geplaatst, afkomstig uit de begin jaren 1970 gesloten R.K. St. Martinuskerk in Utrecht.

Cultuur Historische Waardekaart Kerk

  • Bouwperiode: ca. 1884-1885(1865-1919)
  • Bouwstijl: Neo-Gotiek
  • Architect: Tulder, H.J. van, Gils, J. van
  • Gevels en Materialen: Baksteen, tandlijst en boogfries. Driebeukige kruisbasiliek. Koor 3/5 gesloten. Natuursteenbeelden en spuwers in portaal. Vierkante toren met blindnissen en galmgaten.
  • Vensters en Deuren: Spitsboogramen met maaswerk en glas-in-lood.
  • Dak en Bedekking: Samengesteld, lei.
  • Bijzonderheden: Toren en zijkapellen zijn in 1910-1911 door architect J. v. Gils gebouwd. Veel beeldhouwwerk aan kerk, opzij van het gebouw.

Gedenkteken 31-12-1919, laatste dag Stratum als zelfstandige gemeente. Met vermelding van de namen van het toenmalig bestuur en pastoor van de St. Jorisparochie. Beeldbouwer: W.A. Hoes. Sokkel van baksteen en natuursteen, smeedijzeren lantaren. Bronzen beeld Christus als Goede herder 1937. Brons op natuurstenen sokkel. Beelhouwer Termote.

N.B. Het mooie kerkhof van de St. Jorisparochie bevindt zich niet bij pastorie en kerk, maar in een ander blok verder naar het oosten, aan de St. Jorislaan.

De Sint Joriskerk nader bekeken

De St.Joriskerk is gebouwd in neo-gotische stijl. Deze bouwstijl, die gebaseerd is op de middeleeuwse gotiek, kwam - onder invloed van de romantiek - tot ontwikkeling in de eerste helft van de negentiende eeuw, aanvankelijk in Groot-Brittanië, daarna ook in Frankrijk, met Viollet-le Duc als grote voortrekker. De neo-gotiek werd hier te lande vanaf circa 1850 met name voor de bouw van katholieke kerken de bouwstijl bij uitstek. De reden hiervan is waarschijnlijk dat deze stijl goed aansloot bij het gevoel van herwonnen vrijheid en nieuwe bloei, dat na het herstel van de kerkelijke hiërarchie in 1853 bij het katholieke volksdeel in ons land heerste.

De St.Joriskerk toont dan ook het kenmerk van de oorspronkelijke gotiek: een sterk vertikaal gericht zijn, wat zich manifesteert in hoge muren, spitse daken, lange smalle ramen die eindigen in een spitsboog en een rijzige toren, ook voorzien van een hoge spits. Binnen zien we pijlers met een sterk verticale geleding, zogenaamde bundelpijlers, die boven de kapitelen weer verbonden zijn door spitsbogen.

De plattegrond heeft naar klassiek-gotische trant de vorm van een latijns kruis. Hierdoor krijgt het gebouw een uitgesproken lengte-as, die begint bij de ingang aan de westzijde ( de kerk ligt, volgens middeleeuwse traditie, georiënteerd, dat wil zeggen met het altaar naar het oosten gericht) en die eindigt in het koor met een veelhoekige sluiting achter het hoogaltaar.

De hoofdruimte van de kerk, het schip, is door twee rijen pijlers verdeeld in een middenschip en twee lagere en smallere zijschepen, die meestal zijbeuken genoemd worden. Het middenschip wordt ook wel aangeduid als lichtbeuk, vanwege de lichtinval door de hoog in de gevels geplaatste ramen. Tussen schip en koor ligt de korte arm van het kruis, het dwarsschip of transept.

Een kerkgebouw met zo een lang gerekte hoofdruimte, ingedeeld door twee rijen pijlers, en een as die naar het altaar als hoogtepunt wijst, wordt ook wel een basiliek genoemd, omdat de plattegrond zijn oorsprong vindt in de Romeinse basilica's. De St.Joriskerk kan dan ook - kort samengevat - getypeerd worden als een neo-gotische kruisbasiliek met driebeukig schip en éénbeukig koor en transept.

Het transept bezit aan beide armen een absis, waarin zijaltaren staan opgesteld. Het altaar in het zuidertransept is gewijd aan de H. Familie, dat in het noordertransept aan Maria. In deze absiden bevinden zich ook de enige ramen met voorstellingen die de kerk bezit. De thema's van de ramen passen bij de altaren.

Naast het koor, ook wel priesterkoor genoemd, zijn symmetrisch aan twee kanten nevenruimten gebouwd. Aan de zuidzijde bevindt zich daar de sacristie, aan de noordkant de voormalige "katechismuskamer" (ruimte bestemd voor godsdienst-onderricht aan kinderen), thans ingericht als ontmoetingsruimte. Boven beide nevenruimten ziet men open galerijen, die doen denken aan de vroeg-gotische galerijen boven de zijbeuken.

De viering, de plaats waar schip en transept elkaar kruisen, heeft dubbele hoekpijlers en vertoont daardoor de vorm van een achthoek. Dit element, dat even doet denken aan centraalbouw, is een bijzonder kenmerk van deze kerk.

Ook de gewelven, zowel in de viering als in de rest van de kerk, zien er bijzonder uit: de in kleur duidelijk afstekende gewelfribben vormen grote sterren op de lichte achtergrond. Deze "stergewelven" geven, samen met de achthoekige viering, aan het gebouw een rijk, laat-gotisch karakter, wat nog versterkt wordt door de polychromie die begin jaren dertig is aangebracht en die elementen bevat van het symbolisme.

In dit verband mag ook genoemd worden het triforium, het opengewerkte muurgedeelte onder de lichtramen van middenschip, transept en koor, waar sierlijke zuiltjes, verbonden met driepas-boogjes, zichtbaar zijn. In de grote kathedralen uit de bloeitijd van de gotiek was dit een soort dienstgang, naar men zegt een overblijfsel van de vroeg-gotische beuksgalerijen. Toch kwamen beide onderdelen ook wel boven elkaar voor, zoals hier in het koor te zien is. In deze kerk is het triforium louter een versierend element.

De toren biedt op de begane grond plaats aan het ruime toegangsportaal met drie buitendeuren. Daarboven bevindt zich een ruimte die in open verbinding staat met de kerk en die plaats biedt aan het zangkoor en aan het in twee delen gebouwde orgel. Tussen beide orgelkasten is vanuit de kerk het grote lichtraam in de westgevel van de toren zichtbaar. Hoger in de toren zijn nog de uurwerkkamer en de ruimte voor de luidklokken. De toren wordt geflankeerd door twee nevenruimten, beide toegankelijk vanuit de kerk. Aan de noordkant is dit de Mariakapel, de aanbouw aan de zuidzijde bevat dienstruimten.

De kerk is opgetrokken uit baksteen, met inbegrip van basementen, gevelafdekkingen, waterdorpels en verticale raamindelingen. Natuursteen is slechts spaarzaam toegepast, onder andere bij de raamtraceringen in de spitsbogen en voor de ornamenten boven op de topgevels. Aan de toren is meer natuursteen verwerkt: hier zijn horizontale lagen in de gevels, alsmede waterslagen, aanzetstukken van spitsbogen en gevelafdekkingen van natuursteen toegepast.

De hoofdafmetingen van het gebouw zijn: lengte totaal 74 meter, breedte schip 22 meter, breedte bij transept 36,50 meter. De toren meet 12 x 11 meter, bij een hoogte van 87,50 meter.

Sedert februari 1976 staat de St. Joriskerk op de lijst van door het Rijk beschermde monumenten.

Bron van Vermelding: G.A.M. van Bergeijk

Pastorie

  • Bouwperiode: 1915
  • Gevels en Materialen: Tweelaags baksteen.
  • Vensters en Deuren: Kruiskozijnen. Boven- en zijlichten deur in glas-in-lood.
  • Dak en Bedekking: Samgengesteld schilddak, lei.
  • Bijgebouwen: Muurtje, baksteen, met ezelsrug om tuin.

Orgels

Hoofdorgel

Het 3-klaviers hoofdorgel is gebouwd door Gebr. Vermeulen in 1932. Men bouwde een nieuw orgel in de bestaande orgelkassen, welke gebouwd zijn door gebr. Franssen in 1913. Het orgel is momenteel (2015) niet meer bespeelbaar.

Koororgel

Het koororgel is gebouwd door firma Maarschalkerweerd & Zn in 1898 voor de kapel in het Sint Josephziekenhuis te Deventer. In 1966 is het orgel overgeplaatst naar het koor van de H. Hartkerk in Eindhoven-Gestel. Sinds de sluiting van die kerk in 2013 staat het orgel in de Sint Joriskerk, achterin het rechter transept.

Externe links

Afbeeldingen

Korte toelichting: begin jaren 1980 stond de St. Joriskerk enkele jaren, vanuit het zuiden en zuidoosten, na afbraak van diverse huisjes en andere gebouwen, uit de verte geheel "vrij". Op diverse opnamen uit die tijd is dit te zien. Later zijn hier kantoor- en appartementencomplexen gebouwd, waardoor het uitzicht uit de verte gedeeltelijk verloren is gegaan. Onverminderd staat het gehele complex van kerk en pastorie ook nu wel "vrij". Kerk en hoge toren zijn uit de verte nog altijd goed boven de omringende nieuwbouw te zien.

Exterieur

Interieur

Tijdens restauratie 2004