Handelingen

Klein Zundert, Rucphenseweg 38 - Kapel Maria Toevlucht

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object:
Genootschap:
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Zundert
Plaats: Klein Zundert
Adres: Rucphenseweg 18
Postcode: 4882KC
Inventarisatienummer: 8654
Jaar ingebruikname:
Architect: Oomen, Breda (uitbr. 2004)
Huidige bestemming: rooms-katholieke abdij
Monument status: Gemeentelijk monument



Geschiedenis

Eenbeukige kloosterkapel met dakruiter in laat-neogotische vormen Interieur gemoderniseerd in jaren 1960.

In de Franse politiek bestond vanaf de Franse Revolutie een stroming die het kloosterleven blijvend wilde opheffen. Dat dreigde aan het eind van de 19de eeuw werkelijkheid te worden. De abt van het Noord-Franse trappistenklooster Monts des Kats (Katsberg) zond één van zijn monniken uit om een toevluchtsoord te vinden in het buitenland. Aldus werd in 1881 in Tilburg de abdij Koningshoeven gesticht. De abdij bloeide al snel op en al gauw dacht men om nog meer kloosters in Nederland te stichten, als toevluchtsoord voor de met uitwijzing bedreigde monniken.

Een gelegenheid voor het stichten van een nieuw klooster ontstond toen in 1897 de Zundertse mejuffrouw Anna Catharina van Dongen een perceel grond schonk aan de abt van Koningshoeven. De toenmalige abt van Koningshoeven, Dom Willibrord Verbruggen, besloot om op dit perceel een klooster te stichten. Omdat het als toevluchtsoord voor Franse monniken bedoeld was, kreeg het nieuwe project de naam 'Maria Toevlucht'.

In de herfst van 1899 vertrokken uit Tilburg drie monniken naar Zundert. De pachtboer van het boerderijtje 'De Kieviet', Bart Nouws, zorgde voor tijdelijk onderdak. Allengs kwamen er vanuit Koningshoeven meer broeders naar Zundert. Er werd begonnen met de bouw van het eerste klooster, het gebouw dat nu gastenkwartier is. De huidige gastenrefter was voorheen de eerste kapel. Op Hemelvaartsdag, 24 mei 1900, wijdde de abt van Tilburg deze kapel in, en met twaalf monniken, onder leiding van pater Nivardus Muis, begon Maria Toevlucht officieel als klooster te functioneren.

Op 22 juni 1909 kregen de broeders bericht dat ze hun klooster onmiddellijk moesten verlaten. De abt van Tilburg was in zo grote financiële problemen terecht gekomen, dat ernstig gedacht werd aan de verkoop van alle goederen, inclusief die van Zundert, om een hypotheekschuld af te lossen. De broeders van Maria Toevlucht vertrokken met paard en kar naar Westmalle, waar zij door abt Ferdinand en zijn communiteit hartelijk opgenomen werden. Intussen zochten de hogere oversten van de Orde naar een oplossing. Een extra aanleiding om hier serieus naar te zoeken, was dat mevrouw Maria Ullens de Schooten een grote som geld aanbood om in Maria Toevlucht een kerk op te richten. Dit aanbod zou echter niet gelden als het klooster opgeheven zou blijven. Tenslotte kwam er een regeling: Dom Willibrord van Koningshoeven trad af en werd opgevolgd door Dom Simon Dubuisson. De broeders van Zundert konden terug naar hun klooster en zo bleef hun stichting behouden.

Na terugkomst begonnen de broeders met bouwwerkzaamheden. Achter het klooster werden werkplaatsen gebouwd: bakkerij, wasserij en smederij. Tegenover de werkplaatsen werd een grote opslagschuur gebouwd. Voorts kon nu van de schenking van mevrouw Ullens de Schooten de kerk worden gebouwd. In overleg besloot men echter voorlopig alleen het schip van de kerk te bouwen. Van het zo uitgespaarde bedrag werd de kapittelvleugel van het klooster opgetrokken. Zo ontstond een ruimere behuizing. Dankzij een extra schenking van mevrouw Ullens de Schooten werd de absis en het altaargedeelte van de kerk gebouwd.

Op 14 september 1938 werd de priorij van Zundert tot abdij verheven. En op 19 oktober van hetzelfde jaar werd pater Nivardus Muis door de broeders tot eerste abt van Maria Toevlucht gekozen. (Bron www.abdijmariatoevlucht.nl)

Afbeeldingen