Handelingen

Losser, Raadhuisplein 2 - Protestantse Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Hervormde Kerk
Genootschap: PKN Protestantse gemeente Losser
Provincie: Overijssel
Gemeente: Losser
Plaats: Losser
Adres: Raadhuisplein 2
Postcode: 7581AG
Inventarisatienummer: 10403
Jaar ingebruikname: 1810
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 26296

Geschiedenis

Protestantse (Hervormde) Kerk. Eenvoudig zaalkerkje uit 1810 met spitsboogvensters en dakruiter (torentje). In 2009/2010, samen met het naastliggende Aleida Leurinkhuis, ingrijpend verbouwd tot een modern Kerkelijk Centrum (en heringericht). Eenklaviers orgel, in 1725 gebouw door Diedrich Martens uit Vreden. Laatste restauratie in 1991 (door Blank). Mechanisch smeedijzeren torenuurwerk. Een natuurstenen ronde wijzerplaat.

Kerkgebouw

In de Franse tijd veranderde er in Nederland heel wat. Eén van die veranderingen was de scheiding van kerk en staat. Tot die tijd was de gereformeerde religie de staatsgodsdienst. Lange tijd was het zelfs zo dat rooms-katholieke kerkdiensten feitelijk verboden waren. Mede daardoor hadden de protestanten in Losser vanaf ongeveer 1637 het oude kerkgebouw (op het huidige Martinusplein) definitief in bezit gekregen. In 1809 bepaalde koning Lodewijk Napoleon dat de oude kerk weer teruggegeven moest worden aan de rooms-katholieken, die in Losser, zoals in geheel Noord Oost Twente, in de meerderheid waren. Dat gebeurde per 1 januari 1810, maar toen was er nog geen nieuwe protestantse kerk. Wel had de koning 5.000 gulden toegezegd voor nieuwbouw. Gedurende het jaar 1810 moesten de protestanten zich behelpen met een grote kamer in het huis van Jan Teylers, het huis waarin nu restaurant De Oude Apotheek is gevestigd. Op 23 december 1810 was de bouw van de nieuwe kerk zover gevorderd dat ds. Jan Hendrik Hulsken er de eerste preek kon houden. Wie heel erg goede ogen heeft leest op de stenen wijzerplaat hoog in de gevel van de kerk ‘H. Bonke datum’ en het jaartal 1810(datum=geschonken en het jaartal duidt natuurlijk op het bouwjaar van de kerk).

Meer over het orgel en de overige inventaris:

In 1810 moest de kerk aan de rooms-katholieken worden teruggegeven, maar de inventaris mocht worden meegenomen. Voor het orgel lag dat voor de hand omdat dit immers door de protestanten zelf betaald was. Van de oude inventaris resteren nu alleen nog de preekstoel (ouder dan 1686), de Statenbijbel (uit 1756), geschonken door Hermanus Teylers (1774 - 1794) en een koperen kroonluchter (van dezelfde schenker). Bij de ingebruikneming van de kerk op 23 december 1810 werd er niet over een orgel gesproken. Wellicht is het zo lang in de oude kerk blijven staan of werd het ergens opgeslagen. Pas in 1822 wordt gemeld dat het gehele werk (van de bouw van de kerk) is besloten met de aanzienlijke vergroting en gehele vernieuwing van het orgel, uitgevoerd door de orgelbouwer Quelhorst uit Oldenzaal. De schoolonderwijzer H. Bonke was toen organist. In de loop der jaren die hebben verschillende werkzaamheden aan het orgel plaatsgevonden. Zoals in 1900 na de torenbrand door blikseminslag. De schade aan het orgel veroorzaakt door bluswater, werd hersteld door de orgelbouwer Friedrich Fleiter uit Münster. In 1990/1991 vond een totale restauratie plaats, waarbij het orgel zoveel mogelijk is teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Deze restauratie werd uitgevoerd door de firma Blank uit Herwijnen en begeleid door de orgeladviseur Jan Jongepier uit Leeuwarden. In 2010-2011 is het orgel nogmaals gerestaureerd, nu door de firma Gebr. Reil (Heerde).

Monumentomschrijving Rijksdienst

Hervormde Kerk. Eenvoudig zaalkerkje uit 1813. Eenklaviers orgel, in 1724 gemaakt door D. Martens. Mechanisch smeedijzeren torenuurwerk, 1666. Een natuurstenen ronde wijzerplaat.

Orgel

De opdracht voor de bouw van het orgel werd op 10 juli 1724 gegeven aan orgelbouwer Diedrich Martens uit Vreden in Westfalen. Het orgel had met Pasen 1725 klaar moeten zijn, maar het duurde nog tot 17 augustus voordat het echt in gebruik kon worden genomen. De bouwkosten bedroegen fl. 385,-. De vrouw van de orgelbouwer kreeg nog vier guldens om wijn te kopen en de knecht kreeg een ‘Trinkgeld’ van een rijksdaalder. Het geld voor de bouw van het orgel werd voor een deel geleend, onder andere van de toenmalige predikant ds. Henricus Keller, die getrouwd was met Aleida Leurink. De eerste organist was Hermannus Verbecke, hulp-onderwijzer in Losser, die voor zijn orgelspel per jaar fl. 30,- ontving.

Externe links

*over het orgel.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur